artikel

Akte vestiging van erfpacht

bouwbreed Premium

Hoe moet een overeenkomst worden uitgelegd? Ook in het hieronder besproken geschil betreffende een erfpachtakte is dat de vraag. Moet worden uitgegaan van een grammaticale uitleg of staat de werkelijke bedoeling van partijen centraal? Het Haviltex-criterium biedt uitkomst (HR 13 maart 1981, NJ 1981, 635).

Tennisvereniging R. heeft sinds januari 1986 een tennispark in erfpacht van de toenmalige gemeente Alphen en Riel (nu: Goirle). In art. 4 van de erfpachtakte is opgenomen dat uitbreiding van het tennispark voor rekening komt van de gemeente, mits deze is opgenomen in de sportnota. Als de afschrijvingstermijn is verstreken komt ook renovatie voor rekening van de gemeente (opname in de sportnota is dan niet noodzakelijk). In 2009 en 2010 vraagt de vereniging van de gemeente een bijdrage voor renovatie van een aantal tennisbanen, waarvan de afschrijvingstermijn is verlopen. De gemeente wijst dit verzoek af, waarop de vereniging naar de rechter stapt.

De tennisvereniging vordert dat de gemeente wordt verplicht de kosten van de renovatie volledig te vergoeden. De rechtbank wijst de vordering toe, waarop de gemeente in hoger beroep gaat.

Het hof (ECLI:NL:GHSHE:2013:3177)stelt vervolgens dat bij de beantwoording van de vraag naar de inhoud van het erfpachtrecht het aankomt op de in de notariële akte tot uitdrukking gebrachte partijbedoelingen. Deze moeten worden afgeleid uit de in de akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte, uit te leggen omschrijving van het erfpachtrecht. Als sprake is van een verschil tussen de partijbedoelingen en de (formulering daarvan in de) akte, gelden (slechts) tussen partijen hun bedoelingen.

Het gaat om de zin die partijen in de gegeven omstandigheden over en weer redelijkerwijs aan deze afspraken (in dit geval aan art. 4) mochten toekennen en op hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, zulks in het licht van alle omstandigheden van het geval (Haviltex-criterium).

Nu de eis ‘opname in de sportnota’ niet is opgenomen ten aanzien van renovatie maar wel ten aanzien van eventuele uitbreiding, stelt het hof vast dat een objectieve uitleg van de vestigingsakte met zich meebrengt dat deze eis voor wat betreft renovatie geen onderdeel is geweest van de partijbedoelingen. Slechts de eis dat de banen ten tijde van het verzoek waren afgeschreven, wat het geval was, geldt ten aanzien voor een bijdrage voor renovatie.

De gemeente wordt verplicht een deel van de renovatiekosten te vergoeden.

Reageer op dit artikel