artikel

Innovatie als sleutel

bouwbreed

De eerste kop van Cobouw die ik in 2013 las had meteen mijn positieve aandacht. ‘Innovatie is het sleutelwoord’ bleek uit de nieuwjaarsenquête onder een aantal kopstukken in de bouw. Innovatie wordt hierin aangehaald als het middel om de bouw uit het slop te trekken en de kwaliteit hoog te houden. Innovatie is de drijvende […]

De eerste kop van Cobouw die ik in 2013 las had meteen mijn positieve aandacht. ‘Innovatie is het sleutelwoord’ bleek uit de nieuwjaarsenquête onder een aantal kopstukken in de bouw.

Innovatie wordt hierin aangehaald als het middel om de bouw uit het slop te trekken en de kwaliteit hoog te houden.

Innovatie is de drijvende kracht achter een universiteit. Tegen onderzoek wordt vanuit de praktijk vaak sceptisch aangekeken, met het beeld dat men vooral theoretisch bezig is. Echter als onderzoekers bij bouwproductontwikkeling zetten wij graag voet buiten de ivoren toren. Juist in de praktijk valt namelijk ontzettend veel te leren. Bovendien, wat wordt ontwikkeld moet ook kunnen worden toegepast of geproduceerd op de werkvloer. Het is daarom belangrijk om elkaar op waarde te schatten. Doorgewinterde bouwers kennen immers alle kneepjes van het vak en zijn daardoor expert in maakbaarheid. Ontwikkelen is echter ook weer een vak apart, juist omdat het vaak zo lastig is om van de gebaande paden af te wijken.

De bouw kent geen rijke innovatiecultuur, in tegenstelling tot andere technische sectoren. De toegepaste bouwmethoden en materialen zijn door de oogharen gezien al eeuwenlang onveranderd. Dit komt doordat vernieuwingen dikwijls vooral een verbetering van het voorgaande zijn in plaats van een baanbrekende noviteit. De wijze waarop de bouwsector functioneert is hier debet aan. Bouwbedrijven werken voornamelijk volgens een vaste, bekende methode aan plannen die reeds volledig uitgedetailleerd zijn. Het belangrijkste deel van de innovatie in de bouw komt dan ook uit de toeleverende industrie (circa 65 procent) en adviesbureaus zijn goed voor circa 9 procent. Cijfers van TNO tonen dat de bouw slechts circa 0,2 procent van de omzet aan R&D uitgeeft, terwijl dit in andere sectoren gemiddeld een factor 10 tot 15 hoger ligt (in de technologische industrie zelfs meer dan 5,3 procent in 2009). De rendementen in deze sectoren zijn 5 tot 15 procent, terwijl de faalkosten meestal niet meer dan 1 tot 2 procent zijn. In de aannemerij blijkt grofweg het omgekeerde het geval te zijn.

Ik durf niet stellig te beweren dat de relatie tussen innovatiedrang en winstoptimalisatie significant is, maar in de vergelijking met andere technische sectoren is het wel degelijk opvallend.

De bouw zit op slot. Wellicht is innovatie de sleutel?

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels