artikel

Beeldenstorm is nog steeds niet voorbij

bouwbreed Premium

Beeldenstorm is nog steeds niet voorbij

De vraag naar de kwaliteit van architectuur leidt nog steeds tot heftige discussies. Jan den Boer pleit voor een einde aan de ‘beeldenstorm’.

Op 29 mei organiseerde een aantal architectuurstudenten van de TU Delft een discussie over architectuur en historie. Architect Matthijs Bouw vertelde over zijn grote ingreep in een katholiek klooster uit de jaren ‘50 in Deventer. Onder de baksteen architectuur vond hij de ‘eerlijke betonnen structuur’ van het gebouw. Dat sprak hem aan vanuit zijn protestantse achtergrond, dus hij besloot door te werken op die eerlijke structuur. Omdat hij zo expliciet over deze protestantse ingreep in een katholiek gebouw sprak, vroeg ik hem of hij eigenlijk nog steeds met de beeldenstorm bezig is. Met een zekere trots erkende hij dit.

De discussie werd vervolgens gevoerd vanuit de aloude tegenstelling tussen modernisme en traditionalisme, waarbij de modernisten het verwijt krijgen vanuit eenzijdige dogma’s en machtsuitoefening een eenzijdige architectuur te realiseren.

Het tegenargument van architectuurcriticus Hans van Dijk is dat dit de verkeerde discussie is, dat modernisme een ingewikkeld begrip is, dat er al een verschil is tussen modernisme en de moderniteit en dat we die termen eigenlijk helemaal niet objectief kunnen gebruiken. Het gesprek moet gaan over ‘goede architectuur’.

Is dit een woordspelletje of wordt het gesprek echt heel anders als we het modernisme debat verlaten en over goede architectuur gaan spreken? Een kans om dit te onderzoeken is het nieuwe nummer van het tijdschrift Oase, ‘What is good architecture.’ Een aantal vooraanstaande architecten en deskundigen is gevraagd een kort essay te schrijven over deze vraag.

Ook hier wordt een heel interessant verschil zichtbaar tussen de verschillende visies op goede architectuur. Volgens Christophe van Gerreway ‘manifesteert goede architectuur zich door het omverwerpen van elk bekende referentiekader’.

Een tegenwicht tegen deze vernieuwingsdrift is te vinden in het essay van Patrick Bouchain. Hij stelt dat een halve eeuw na het opgelegde model van de tabula rasa die iedere historische continuïteit negeerde, het plaatje van de architectuur dramatisch is. De architectuur in haar overheersende vormen en productiewijze laat de toeëigening door de mensen die het bewonen niet toe. Deze architectuur is dus nog steeds niet van haar bewoners.

Interessant is dat ook in de zoektocht naar goede architectuur de twee extremen nog steeds hetzelfde zijn: ofwel de – moderne – totale destructieve vernieuwingsdrift of het pleidooi om te bouwen vanuit de – traditionele – context.

Eenzijdigheid

Een aantal architecten zit dus nog steeds middenin de beeldenstorm, of je het nu over goede architectuur hebt of over modernisme en traditionalisme; de tegenstelling woedt voort. Architect Sjoerd Soeters vertelde mij dat dit te wijten is aan het slechte architectuuronderwijs, dat nog te veel uitgaat van het adagium dat de context er niet toe doet. Het is tijd om de beeldenstorm te stoppen en ons architectuuronderwijs te bevrijden van de eenzijdigheid.

Herman Hertzberger biedt in zijn essay inzicht in dit probleem en een mogelijke oplossing. Hij maakt een onderscheid tussen vrijheid en innovatie enerzijds en anderzijds solidariteit en verbondenheid wat juist berust op gemeenschappelijke waarden. Hij pleit voor een evenwicht tussen deze twee. Maar kunnen wij in Nederland bouwen vanuit een balans tussen innovatie en verbondenheid?

TUD-architectuurstudent Elmar Koers vertelde mij op 29 mei dat de enige architectuur die hij beheerst de moderne principes volgt.

Ik legde de vraag ook voor aan de redactie van het nieuwe Jaarboek Architectuur in Nederland 2012-2013.In dit Jaarboek komt opnieuw relatief weinig contextgebonden architectuur voor. De redactie vertelde mij dat die keuze puur op kwaliteit gebaseerd is, in Nederland wordt weinig kwalitatief hoogwaardige traditionele architectuur gebouwd, omdat de architecten dit ook gewoon niet kunnen. Architect Hans van der Heijden: ‘In de woningbouw uit de jaren ’30 was er voor het laatst sprake van een vergelijk tussen de traditie, de markt en de bouwindustrie. Het vermogen om die dingen in evenwicht te brengen is verloren gegaan.’ TUD hoogleraar Tom Avermaete stelt dat er nu wel meer aandacht komt voor dit vakmanschap. De redactie vertelde mij ook dat ze het belangrijk vindt dat het speelveld in Nederland ruimer gaat worden. Ik hoop dat de ‘beeldenstormers’ dit pleidooi voor een ruimer speelveld ook gaan oppakken.

Drs.ir. Jan den Boer

Hij publiceerde najaar 2012 het boek ‘De stad is van iedereen’. Op 24 juni leidt hij in het Architectuurcafé Utrecht een discussie over schoonheid en macht in de architectuur, 20:30 uur, Polman’s Huis Cafe.

Reageer op dit artikel