artikel

Bedrijfstak werkt aan minder zwaar werk

bouwbreed Premium

Bedrijfstak werkt aan minder zwaar werk

De Inspectie SZW constateert minder overtredingen. Bedrijven in de bouw gebruiken meer hulpmiddelen. Langzaam maar zeker werkt de bedrijfstak aan een lagere fysieke belasting. Maar met de vergrijzing en het verhogen van de pensioenleeftijd, weet Jan Warning, in het noodzaak meer hulpmiddelen in te zetten.

Werken in de bouw staat voor menigeen gelijk aan lichamelijk zwaar werk. Dat beeld klopt met de werkelijkheid. De helft van het bouwplaatspersoneel moet regelmatig zware lasten duwen, tillen of trekken. Er zijn veel klachten over het bewegingsapparaat of de rug.

Anderzijds veranderen werkprocessen waardoor minder fysiek zware belasting nodig is. Met hulpmiddelen wordt het werk lichter gemaakt. Door prefab bouwen onder geconditioneerde omstandigheden, vermindert de belasting. Al een aantal jaren bestaat de website ‘arbovriendelijke hulpmiddelen’ waarop voor tal van bouwtaken hulpmiddelen worden gepresenteerd.

De gezondheidsklachten nemen echter nog niet af. Dat is mede een gevolg van de vergrijzing van het werknemersbestand. Maar juist vanwege de veroudering én het verhogen van de pensioenleeftijd is het nodig dat meer hulpmiddelen worden gebruikt. De lichamelijke belasting op het werk wordt door werknemers als het belangrijkste probleem gezien om gezond het pensioen te halen.

Sinds 2010 heeft de bedrijfstak de campagne ‘Lichter Werk(t)’ gevoerd. De campagne was bedoeld om het gebruik van hulpmiddelen te propageren. Uitvoering lag bij Arbouw, maar ook sociale partners hebben een steentje bijgedragen. Zo heeft FNV Bouw twee jaar een gezond werken toer georganiseerd waarbij op tientallen bouwplaatsen voorlichting is gegeven over hulpmiddelen. Arbouw ontwikkelde een website, er waren radiospotjes, er was gratis werkplekadvies, er werden gastlessen gegeven aan jongeren.

De campagne vond plaats in een periode van economische crisis. Veel bedrijven hadden vooral oog voor de productie. Bij Arbouw werd reikhalzend uitgekeken naar de evaluatie van de campagne. Deze resultaten waren boven verwachting. De meeste werknemers kennen de campagne. En, belangrijker nog, het gebruik van hulpmiddelen is toegenomen, zij het in lichte mate.

Het gebruik van de hulpmiddelen verschilt per beroepsgroep. Tot de positieve voorbeelden behoren de plafond- en wandmonteurs. In deze branche is de afgelopen jaren een praktijk ontstaan dat er steeds minder handmatig wordt getild. Voor het opperen en plaatsen van de wanden worden vaker hulpmiddelen ingezet. Van deze beroepsgroep gebruikt nu bijna driekwart hulpmiddelen voor verticaal en horizontaal transport.

De Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) presenteerde vorige week resultaten van een inspectieproject rondom fysieke belasting. De regels rond fysieke belasting zijn aangescherpt en de inspectiedienst gaat strenger handhaven. Eerst wordt bij overtreding een waarschuwing gegeven, enkele maanden later komt de inspecteur opnieuw langs en dreigt een boete. Na 261 waarschuwingen zijn in de vervolgfase maar 46 boetes uitgedeeld. De Inspectie SZW concludeert dat sprake is van een betere naleving van de regels.

Positief

Er is dus een positieve teneur in de vermindering van het zware werk in de bedrijfstak. Toch is het beeld niet overal even positief.

Een substantieel deel van het bouwplaatspersoneel, dat per beroepsgroep varieert van 30 tot bijna 50 procent, gebruikt zelden of nooit hulpmiddelen. De meest genoemde reden is dat de hulpmiddelen niet aanwezig zijn op de bouwplaats. Een belangrijke conclusie is dat de bedrijfstak moet blijven investeren in de bekendheid en het nut van hulpmiddelen, zodat ondernemers deze aanschaffen en er op toezien dat ze worden gebruikt.

Het voorbeeld van de plafond- en wandmonteurs laat zien dat een project in de branche extra nut heeft. In deze branche zijn werkgevers, werknemers, deskundigen en leveranciers aan de slag gegaan om in de praktijk nieuwe toepassingen te ontwikkelen. En dan zal op termijn de Inspectie SZW hopelijk opnieuw constateren dat het aantal overtredingen is afgenomen.

Jan Warning, Directeur Arbouw

Reageer op dit artikel