artikel

Wil de echte lift opstaan?

bouwbreed Premium

Het nieuwe Bouwbesluit is ondubbelzinnig. Het plaatsen van een plateaulift is voortaan al snel reden om het afgeven van de omgevingsvergunning te weigeren en wordt beschouwd als een economisch delict. Hoe komt het dan dat architecten nog steeds plateauliften selecteren? Wat is de juiste lift? Eelco Boonstra weet het antwoord.

De liftenbranche weet heel veel van zijn producten maar helaas minder van het Bouwbesluit. In de advies- en offertefase wordt vaak een gunstig aanbod voor ‘een lift’ gedaan, maar daardoor zet de branche de vragende partijen op het verkeerde been. “Een lift is een lift” en dus te vaak een plateaulift. Die is nu eenmaal gunstiger geprijsd en makkelijker te plaatsen dan een personenlift. Het is begrijpelijk dat opdrachtgevers willen besparen. Een dergelijk advies kan echter verstrekkende gevolgen hebben. Daarom willen we graag duidelijkheid scheppen. Er zijn namelijk significante verschillen tussen beide producten: functioneel, bouwkundig en financieel. Op een tekening is nagenoeg niet te zien of de gekozen installatie een personenlift of een plateaulift is, er is echter geen sprake van ‘gelijkwaardigheid’ zoals bedoeld in het Bouwbesluit.

Waar het Bouwbesluit spreekt over een ‘lift’, wordt expliciet een personenlift bedoeld zoals in het Warenwetbesluit Liften. Een personenlift is verplicht indien er sprake is van een ‘gemeenschappelijke toegankelijkheidssector’. Dat noemt de wet het gedeelte van een gebouw dat zelfstandig toegankelijk is voor personen met een functiebeperking. Deze mensen moeten in staat zijn een lift zelfstandig en zonder speciale inspanning te kunnen bedienen.

Wanneer er sprake is van ‘gemeenschappelijke toegankelijkheidssector’ vindt u in tabel 25, pagina 166 van het Praktijkboek Bouwbesluit 2012.

Indien er géén sprake is van een ‘gemeenschappelijke toegankelijkheidssector’ mag een plateaulift worden toegepast die gebouwd is overeenkomstig het Warenwetbesluit Machines. Het Bouwbesluit stelt in het geval van een woongebouw dan wel additionele eisen.

Welke personenliften zijn nu volgens het Bouwbesluit verplicht?

Bij een niveauverschil van ≥ 0,02 meter dat niet kan worden overbrugd door een hellingbaan, is een personenlift verplicht. In een woongebouw is een brancardlift verplicht. In andere gebouwen volstaat een rolstoellift.

Voor personenliften zijn bouwkundige voorzieningen als put en schachtkop vereist. Deze voorzieningen én de aanschafprijs maken een personenlift een kostbaardere (maar in deze gevallen verplichte) oplossing dan de plateaulift.

We zijn van mening dat personenliften bij nieuwbouw altijd de voorkeur verdienen. Dit omdat het beter is om de wetgever te volgen: personen met een functiebeperking hebben het recht zich zonder hulp van derden vrijelijk door een gebouw te bewegen.

Een personenlift heeft standaard een aantal functionaliteiten die een plateaulift mist:

• Automatische schuifdeuren met sensorlijst;

• Een afgesloten cabine om beklemminggevaar te voorkomen;

• Een overnamebesturing;

• Een voldoende hoge hefsnelheid voor voldoende vervoerscapaciteit;

• Een goede stopnauwkeurigheid ≤ 0,02m om struikelgevaar te voorkomen;

• Volwaardig hefvermogen voor het vervoer van goederen;

• Een spreekluisterverbinding zodat opsluiting kan worden gemeld;

• Inrichting van de cabine, bedieningselementen en signaalgevers conform norm NEN-EN 81-70;

Wanneer is de plateaulift een goede keuze?

• Indien er geen sprake is van gemeenschappelijke toegankelijkheidssector;

• In bestaande bouwkundige situaties;

• In woonhuizen.

De bouwkundige en financiële voordelen van plateauliften zijn de lage aanschafprijs en het ontbreken van een put en schachtkop. Het nadeel is zijn beperkte inzetbaarheid binnen de regels van het nieuwe Bouwbesluit.

Men kan gelijkwaardigheid creëren met een installatie die gebouwd wordt onder de Warenwetbesluit Machines. Hierdoor is het qua bouwkundige voorzieningen (liftput en schachtkop) wél mogelijk de voordelen te realiseren die een plateaulift biedt. Dit gaat echter wel ten koste van de hefsnelheid en vervoerscapaciteit en is slechts in beperkte gevallen een aanvaardbaar alternatief.

Het Bouwbesluit is duidelijk: verschuilen achter ‘onduidelijkheden in de wet’ kan niet meer. Architecten zullen duidelijker moeten worden in het selecteren van de juiste lift, bouw- en woningtoezicht zal strenger en oplettender moeten toetsen. Liftenbranche en opdrachtgevers zullen meer in de geest van de wet en minder in termen van besparing moeten denken. De sancties wegen zwaarder dan initiële voordelen.

Reageer op dit artikel