artikel

Geldvordering in kort geding

bouwbreed Premium

Op 16 oktober 2012 heeft het Gerechtshof Leeuwarden arrest gewezen in een hoger beroep van een kort geding (LJN: BY 0558, NJF 2013/2). Inzet van dit kort geding was een vordering tot ontbinding van de koop van – beweerdelijk gebrekkige – wandtegels, en een vordering tot betaling van herstelkosten. In eerste aanleg was de vordering afgewezen.

Ten eerste constateert het Hof dat de vordering tot ontbinding van de koopovereenkomst is prijsgegeven, zodat inderdaad slechts een geldvordering resteert. Overigens kan een vordering tot ontbinding in kort geding – als voorlopig rechterlijk oordeel – naar haar aard niet worden ingesteld. Wel kan een eiser zodanige omstandigheden stellen dat een voorzieningenrechter tot het oordeel komt dat ook een rechter in de bodemprocedure geoordeeld zal worden dat de overeenkomst moet worden ontbonden; de voorzieningenrechter kan dan maatregelen nemen die daarop vooruit lopen.

Het Gerechtshof zet vervolgens de in de geldende jurisprudentie bepaalde voorwaarden voor toewijzing van een geldvordering in kort geding uiteen: voldoende spoedeisend belang bij de gevraagde voorziening, een voldoende aannemelijke vordering, en – in het kader van de belangenafweging in kort geding – een beoordeling van het restitutierisico bij een toegewezen vordering. In appèl komt daar nog bij dat een appellant feiten en omstandigheden moet aanvoeren om aan te tonen dat hij nog steeds voldoende spoedeisend belang heeft.

Na een korte beoordeling van de feiten oordeelt het Gerechtshof al snel dat de beweerdelijke non-conformiteit bovenal is gelegen in een esthetisch probleem – verkleuring van wandtegels in de (vochtige) badkamer – dat verder geen consequenties heeft. Reeds om die reden bestaat er geen spoedeisend belang.

Niettemin voegt het Gerechtshof daaraan aan toe dat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de wandtegels gebrekkig zijn; zij zijn veeleer verkeerd aangebracht. Het Gerechtshof oordeelt dan ook dat niet kan worden aangenomen dat een bodemrechter in het voorkomende geval de vordering zal toewijzen. Overigens heeft de leverancier gesteld het esthetisch probleem via aanvullende verdichtingsmaatregelen eenvoudig te kunnen verhelpen tegen een fractie van de gevorderde herstelkosten.

Kortom, een tegelwijsheid voor de aanpak van een kort geding.

Reageer op dit artikel