artikel

Bouw laat kansen op innovatie liggen

bouwbreed Premium

Er is veel winst te behalen in het betrekken van de werknemers bij het verbeteren van methoden. Dat gebeurt in de bouw nog te weinig, vindt Jan Warning.

Een stapel van 8 centimeter ligt op mijn bureau. Het is grotendeels papier met tekst. Maar de stapel bevat ook foto’s, veel technische tekeningen en enkele dvd’s met filmpjes. Het is een avond eind oktober. Twee maanden geleden ben ik gevraagd of ik weer deel wil uitmaken van de jury van de Arboprijs van FNV Bouw. Natuurlijk zei ik meteen ‘ja’. Maar niemand had durven voorspellen dat er 37 inzendingen zouden komen. En nu moet dit jurylid aan het werk. Over twee dagen verwacht de organisatie van elke inzending een beoordeling op acht criteria.

Als ik de stapel doorlees, lijkt het alsof ik op een bouwplaats rondloop. Een stelhoek voor het stellen van profielen, een afschermmiddel tegen regen, een haak om een verfblik op te hangen, een transportkar voor gipsplaten, een hulpstuk voor bevestiging van schragen aan steigers. Aan modern schoeisel is gedacht. En aan inventieve kniebeschermers voor het werken op de grond. Een nieuwe app voor de smartphone.

Zoals te verwachten prijzen de inzenders hun producten aan: ‘Sneller werken en geen spierpijn.’ ‘De functie van dit ding is uitmuntend.’ ‘Het product is van geheel recyclebaar kunststof.’ De organisatie vraagt aan de inzender ook om mogelijke nadelen te omschrijven. Daar is wel degelijk oog voor. In een enkel geval wordt gesignaleerd dat het product diefstalgevoelig kan zijn. Anderen wijzen op randvoorwaarden in de bouw (‘je hebt een dakgoot nodig’) of hogere kosten in de aanloop door extra kraanhuur.

Bij het doorlezen van de inzendingen blijkt dat de inzenders niet over één nacht ijs zijn gegaan. Vaak dateert het idee al van jaren terug. Men loopt ermee rond, praat met collega’s. Een eerste prototype wordt ontwikkeld. Vervolgens zijn er nieuwe aanpassingen. Eén uitvinder heeft zelfs een ergonomisch adviesbureau ingeschakeld.

Creativiteit

De volgende ochtend, na het doorwerken van de stapel, prijs ik me gelukkig met enkele deskundige collega’s die de inzendingen beoordelen op hun vakgebied. In twee overleggen worden de inzendingen besproken. Niet elk idee is even nieuw. Sommige ideeën hebben meer nadelen dan de inzender zelf benoemt. En andere ideeën moeten nog verder worden doorontwikkeld. Maar met elkaar zijn we het over één ding eens: er is veel, heel veel creativiteit in de bedrijfstak.

In de loop van de week leveren de verschillende juryleden hun scores in. Op basis daarvan bepaalt FNV Bouw welke inzendingen worden genomineerd. Dan begint de tweede fase van het verkiezingsproces en mogen de juryleden op bezoek bij één genomineerde.

Ik ga naar Roermond op bezoek bij de uitvinder van de MultiBuddy. De MultiBuddy is een hulpmiddel waarmee de tegelzetter zijn gewicht beter kan verdelen bij het plaatsen van vloertegels. Er is een praktijkruimte waar opnames kunnen worden gemaakt voor de filmpjes op internet. In de praktijk wordt bevestigd wat op papier werd beloofd: de MultiBuddy is uiterst simpel maar zeer effectief. Je vraagt je af waarom het hulpmiddel niet veel eerder is ontwikkeld.

Twan Geelen is de uitvinder van de MultiBuddy en tegelzetter van beroep. Hij vertelt: “Ik had rug-klachten en kon niet werken. Ik liep bij de fysio. Die zei dat ik wat aan mijn werkhouding moest doen. Met dat advies lag ik op de bank naar het plafond te staren. Toen kreeg ik de ingeving.”

Ideeënbus

Het verhaal dat volgt is bekend. Op 20 december op een zeer geslaagde bijeenkomst heeft de MultiBuddy de Arboprijs van FNV Bouw gewonnen. De schijnwerpers zijn uiteraard gericht op de winnaar. Maar daarnaast dient er aandacht uit te gaan naar de 36 andere inzendingen. En ongetwijfeld zijn er nog veel méér werknemers met ideeën om het werk gezonder en veiliger te maken.

In andere bedrijfstakken is de ideeënbus populair. In de bouwnijverheid hebben dergelijke initiatieven nooit een hoge vlucht genomen. Toolbox-meetings lijken vooral op het nog een keer uitleggen van de regels. En toch is er veel winst te behalen in het betrekken van werknemers bij verbetering van de werkmethoden.

Een bedrijfstak die innoverend wil zijn moet beginnen bij de belangrijkste bron van creativiteit: de denkkracht van de eigen werknemers.

Jan Warning, Directeur Arbouw

Reageer op dit artikel