artikel

Vernieuwing bouw van onderaf is effectief

bouwbreed

Weg met ambtelijk aangestuurde vernieuwingsbewegingen en stop met alles wat meent de regie te hebben. Vernieuwing van onderop is effectief en levert een forse besparing op collectieve opgaven op, meent Piet Oskam.

Hoe komt een branche in beweging? Een sector tot transitie? Dat vraagt het inslaan van nieuwe wegen, het zetten van stappen in een nieuwe richting. Er wordt gesproken over een innovatie-agenda of een investeringskalender, een roadmap of menukaart voor vernieuwing. Een verandering op brancheniveau kan langs twee lijnen bereikt worden: Van onderop en van bovenaf. Een geslaagde transitie is het resultaat van goed samenspel tussen een top-down en een bottom-up – benadering.

Onduidelijkheid

In de huidige discussie over de door minister Spies aangekondigde innovatie-agenda bestaat veel onduidelijkheid over de rollen en verantwoordelijkheden van alle betrokken partijen. Dat leidt tot onnodige verwarring, waardoor zo’n agenda al bij voorbaat kansloos is. Zo’n agenda vraagt om concrete actiepunten en heldere toedeling van verantwoordelijkheden. Het helpt de bouwsector niet verder als vanuit overheidskringen de al lang bekende innovatieboodschap in een nieuwe kaft wordt gestoken. Alleen als zowel van bovenaf als van onderop de juiste en passende stappen worden gezet, kan de bouwsector tot een geslaagde transitie komen. Als alle ogen zijn gericht op Den Haag, wordt teveel van een top-down benadering verwacht. Als daarentegen de overheid op eigen terrein geen orde op zaken stelt, wordt ondernemerschap afgeremd en komt de economie tot stilstand.

Het heeft dan ook geen zin als vanuit de overheid wordt gezegd dat ketenintegratie de toekomst van de bouwsector is. Het heeft wel zin, als door de overheid algemene condities worden gesteld, waardoor ondernemerschap tot bloei kan komen. Voor een succesvolle transitie is een helder inzicht in de (on)mogelijkheden van een top- down en een bottom-up benadering nodig. Een top-down benadering is onderhevig aan politieke turbulentie, heeft een hoog praatgehalte en leidt tot kostenverslindende campagnes. De politieke omgeving is onrustig. Een doorwrochte visie op het bouwdossier ontbreekt. Het bouwbeleid is terecht gekomen bij een ministerie, waar het niet hoort. Alles wat er dan verder nog gebeurt, kan alleen maar tot ongelukken leiden. Door het geschoffel met departementen zijn beleidsambtenaren ontheemd geraakt. Ze praten mee, maar gaan nergens over en ze hanteren managementjargon. Daar raakt het bouwbeleid in een isolement en gaat de noodzakelijke verbinding met de bouwpraktijk steeds meer ontbreken.

Een top- down benadering kent geen legitimatie vanuit het veld. Beleidsdiscussies worden gevoed door gewauwel op social media. Vele reaguurders, die een actieve rol in de bouwpraktijk missen, blazen stoom af op digitale bouwfora. Als de toekomstagenda van de bouwsector wordt gebouwd op dit onbehagen, gaat het met het bouwbeleid van kwaad naar erger. Bij gebrek aan visie op de eigen rol, vallen overheidsdienaren in de verleiding zich op het vlak van branche- en bedrijfsdiscussies te bewegen. Zij gaan meepraten over ondernemingsbeleid, zonder voor de gevolgen daarvan afgerekend te worden. Vervaging tussen het overheidsniveau en het sectorniveau leidt tot enorme verspilling van overheidsmiddelen, zoals we tot nu toe bij ambtelijk aangestuurde clubs als AgentschapNL, Vernieuwing Bouw en Syntens voldoende hebben gezien.

Draagvlak

Een bottom-up benadering werkt juist in tegenovergestelde richting. Dan ontstaat er draagvlak voor vernieuwing en tonen ondernemers daadkracht. Van onderop ontstaan nieuwe verbindingen tussen innovatieve marktpartijen. Door een nieuw verdienmodel schiet die vernieuwing wortels in een gezonde voedingsbodem. Als een top down en een bottom-up benadering naast elkaar worden gezet, pleit alles er voor om het accent te leggen bij een veranderstrategie, die van onderop werkt. Vanuit die visie ontstaat een kleine krachtige overheid en een bloeiende bedrijfstak. Als innovatie belangrijk is, kunnen de overheid en de klassieke brancheorganisaties zich hieraan niet onttrekken. Innovatie betekent dan vooral: stoppen met alles wat niet goed of helemaal niet meer werkt. Weg met ambtelijk aangestuurde vernieuwingsbewegingen. Stoppen met alles wat meent de regie te hebben. De regie is aan de markt. Vernieuwing van onderop is effectief en levert een forse besparing op collectieve uitgaven op. Als we stoppen met top-dow n gestuurde campagnes en overtollige overheidsbemoeienis, geeft dat ruimte aan het initiatief en creativiteit van ondenemers. Zo’n bottom-up aanpakbeklijft beter.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels