artikel

Financiële crisis maar creatieve rijkdom

bouwbreed

De nieuwe rol van de overheid: ‘Een kleurplaat maken waarbij je buiten de lijntjes mag kleuren’. Jan den Boer op zoek naar de nieuwe creativiteit in crisistijd.

Zowel de overheid als de bouwwereld is op zoek naar nieuwe rollen. Diverse partijen spreken van een paradigmawisseling; de nadruk op geld en macht voor 2008 bleek grote beperkingen te hebben, waardoor dit oude paradigma sterk aan invloed inboet. Een voorbeeld: voor de kredietcrisis geloofden veel mensen in het idee dat de beste bestuurders een hoge beloning en bonussen verdienen. Hoe meer een bestuurder vroeg, hoe beter hij zou zijn. Intussen is duidelijk dat bestuurders die te veel nadruk op geld leggen juist vanuit de verkeerde prikkels werken en uiteindelijk een groot gevaar voor een onderneming of dienst kunnen zijn.

Het nieuwe paradigma gaat juist over bestuurders met hart voor de zaak, met grote inhoudelijke gedrevenheid, waardoor een kwaliteit kan ontstaan die natuurlijk ook geld oplevert, maar dat is niet het belangrijkste doel.

Paradigma

Interessant is dat vanuit het oude paradigma we in een grote crisis leven, maar vanuit het nieuwe paradigma het momenteel een uitermate interessante en rijke tijd is. Rijk aan creativiteit, ideeën en ontmoetingen van mensen die willen realiseren vanuit inhoud en verbondenheid en kwaliteit.

Dat werd voelbaar op een symposium van de gemeente Utrecht, met de prikkelende titel Meedoen of Muiten, op 26 november. De ruim tweehonderd deelnemers werden tijdens de plenaire zitting uitgenodigd zelf het initiatief te nemen. Dat was nog even wennen. De Nijenroodse hoogleraar André Wierdsma kon die spanning goed verwoorden: enerzijds willen we vrijheid, anderzijds hebben we systeemefficiency nodig. Maar intussen, stelde hij, is de illusie van maakbaarheid duidelijk doorgeprikt; het is niet overheid óf ontwikkelaar die eenzijdig de zaak nog even kan regelen.

Co-creatie

Het nieuwe buzzword is dan ook co-creatie: meerdere spelers, spelen, rationaliteit en spelregels. Geen eenduidig verhaal, maar acceptatie van verschillen en interafhankelijkheid. Wierdsma bracht dit in beeld met het Chinese yin-yang teken: een relatie tussen jezelf en de ander. “Je wordt jezelf in een relatie”.

Vanuit een dergelijke visie is er weinig ruimte voor eenzijdig winstdenken van ontwikkelaars of eenzijdige regelzucht van de overheid.

Maar regels loslaten is nog niet zo eenvoudig, want wat als we fouten maken? Daar had de Belgische innovatiedeskundige Igor Byttebier een duidelijk antwoord op: als de intentie zuiver is, mag het fout gaan. Maar het toepassen van dit heldere antwoord is ook niet zo simpel. Immers, een fout is duidelijk en aantoonbaar, maar de intentie onderzoeken van degene die de fout maakt is een stuk ingewikkelder. Het zal grote innovatie vragen om deze nieuwe manier van denken om te zetten in handelen.

Dat handelen stond centraal in een aantal ‘stadslabs’. Een open gesprek van verschillende partijen om nieuwe rollen te verkennen in lopende projecten, zoals de herontwikkeling van het verouderde bedrijventerrein Cartesiusgebied in Utrecht. Een bewoner verwoordde het spanningsveld tussen meedoen en muiten het helderst met de metafoor van de kleurplaat: “Soms helpt het een kleurplaat te hebben om buiten de lijntjes te kleuren.” Meer concreet hebben veel partijen behoefte aan een overheid die initiatieven in beeld brengt en globale kaders stelt, maar vervolgens ook de ruimte biedt om die kaders in co-creatie te wijzigen. De gemeente stelde voor het Cartesiusgebied een visie op die volgens veel betrokkenen hieraan voldoet en dus een mooi voorbeeld is van de nieuwe rol van de overheid. In de visie staat niet het geld centraal, maar waarden zoals pioniersgeest en bohémien. De kaders in de visie zijn onder meer geen woningbouw en kantoren, zodat het winstbelang van de grondbezitters minder op de voorgrond staat, en er ruimte komt voor cultuur en creatieve bedrijvigheid. Ruimte voor innovatieve vernieuwingen die starten vanuit lage budgetten maar wel werkgelegenheid en vernieuwing kunnen creëren die uiteindelijk ook weer leidt tot financiële meerwaarde.

Een overheid die minder subsidie kan geven, kan wel planologische ruimte geven. Een eenvoudig maar kenmerkend voorbeeld is openbare ruimte waar het groen slecht onderhouden wordt. Door die ruimte om niet in beheer over te dragen aan bewoners of bedrijven, kunnen daar prachtige tuinen ontstaan, waarbij dan het kader gesteld wordt dat deze wel openbaar blijft.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels