artikel

Typische populatie

bouwbreed Premium

In flarden herinner ik me dat mijn jeugddromen regelmatig werden gevoed met de vermeende romantiek van het woonwagen-bestaan. Kermislui, zigeuners en circusartiesten met wilde dieren symboliseerden voor mij ongebondenheid en avontuur, maar vooral een hoogstaande sociaal-culturele eigenheid rondom een nomadisch bestaan. Naast de aangeprate beeldvorming van ‘anders’, werd mijn kinderfantasie vooral gevoed door de inhoud […]

In flarden herinner ik me dat mijn jeugddromen regelmatig werden gevoed met de vermeende romantiek van het woonwagen-bestaan. Kermislui, zigeuners en circusartiesten met wilde dieren symboliseerden voor mij ongebondenheid en avontuur, maar vooral een hoogstaande sociaal-culturele eigenheid rondom een nomadisch bestaan. Naast de aangeprate beeldvorming van ‘anders’, werd mijn kinderfantasie vooral gevoed door de inhoud van een mooi geïllustreerd leesboekje over ‘Roel’, een leeftijdgenoot uit een woonwagen waarmee ik mij associeerde. De oorspronkelijke (19de-eeuwse) noodzaak om in een huis op wielen te wonen, werd vooral ingegeven door het feit dat losse arbeid of handel overal werd gezocht. Om aan armoede te ontkomen was het geboden om van plaats naar plaats te reizen. Enige vergelijking met de huidige rondtrekkende arbeidsmigranten die onze bouwplaatsen bevolken is zo gek nog niet. Bijna honderd jaar geleden kreeg het reizend volkje voor het eerst te maken met een gespannen verhouding tot de overheid en werd het toeren met salonrijtuigen ontmoedigd. Uiteindelijk werd besloten om woonwagens te concentreren in regionale centra, meestal ver van de bebouwde wereld gelegen; later met vaste staanplaatsen binnen woonwijken. Integratie werd het eenzijdige overheidstoverwoord en de ‘wagens’ werden groter, comfortabeler en niet meer te verplaatsen omdat zelfs de wielen ontbraken. Het mobiele huis op een rotonde in Tilburg lijkt wat dat betreft op een kunstig gedenkteken van een ooit bijzondere cultuur die, als zij nog zou bestaan, op de werelderfgoedlijst van Unesco mag prijken. Vanuit de overheid werd verdere normalisering naar burgerlijkheid gestimuleerd en geleidelijk veranderde de oorspronkelijke woonwagencultuur met haar typische populatie in criminele vrijstaten waar kampers permanent wonen in enorme chalets op vaste funderingen met poepdozen die gewoon zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. Wat bleef was de sterke familieband, vrijheidszin, dubieuze handel, porseleinen beeldjes en Bauer’s zigeunernacht. Niets doet nog denken aan de leefwereld van mijn denkbeeldig vriendje Roel. Het is dan ook zo gek nog niet dat de Waalrese burgemeester Henri de Wijkerslooth vorige week stelde dat woonwagenkampen niet meer van deze tijd zijn en allemaal ontruimd en opgeheven dienen te worden. Behalve veel onrust, veldslagen en grondsaneringen, kan het ook nog eens veel bouwvolume opleveren.

Reageer op dit artikel