artikel

Ruimte handhaven of maken is de vraag

bouwbreed

De financiële en morele crisis dwingt zowel overheid als particuliere partijen te zoeken naar nieuwe rollen. We komen daarin steeds meer in een spagaat: als er iets mis gaat, eisen we meer regels omdat we fouten en rampen niet meer accepteren. Maar als we zelf belangen hebben, willen we juist steeds meer ruimte en vechten we de overdaad aan regels aan. Jan den Boer onderzoekt hoe deze spagaat voelbaar wordt in de dagelijkse praktijk en schetst nieuwe mogelijkheden.

Op een zonnige maandagmiddag, eind oktober, fiets ik door het Utrechts bedrijventerrein Cartesius-gebied. Ik ben op zoek naar een kleine caravan van de vriendinnen van Cartesius. Uiteindelijk vind ik deze op een rommelig terrein voor een loods van creatievelingen die zich Lunaworks noemen en een gebouw met allerlei beginnende ondernemers. Wat later arriveren de vriendinnen, Lara en Marleen. Twee jonge vrouwen die als het ware verliefd geworden zijn op dit bedrijvengebied en in de rommeligheid een wereld van mogelijkheden zien.

Die wereld van mogelijkheden wordt vervolgens wel enigszins belemmerd door de gemeente en de brandweer. Er staat een prachtig oud gebouw leeg, waarin je de meest mooie evenementen kunt organiseren. Maar van de brandweer mogen er maar maximaal vijftig mensen in. Allerlei kleine ondernemers willen graag de oude gebouwen hergebruiken, maar het bestemmingsplan staat niet meer kantoor vierkante meters toe.

Als ik hun enthousiaste verhaal hoor is mijn eerste idee ook om vooral alle ruimte te geven aan dit soort initiatieven; dit is precies wat we nodig hebben om dit soort bedrijventerreinen levend te houden en onze economie weer nieuwe prikkels te geven.

Als ik mij vervolgens inleef in de rol van de gemeente Utrecht, dan realiseer ik me de risico’s, die de laatste jaren ook steeds persoonlijker worden. Als er iets fout gaat omdat een ambtenaar zich niet precies aan de regels houdt, hoe goed zijn intenties ook zijn, dan wordt de kans steeds groter dat hij daarvoor ook persoonlijk vervolgd wordt, ofwel juridisch danwel op zijn minst in de media.

Interessant is dat steeds meer mensen op zoek zijn naar een uitweg uit deze spagaat. Die uitweg bevindt zich letterlijk in het midden tussen de uitersten van ruimte maken of handhaven. Ruimte maken, deregulering en vrijheid gaan te veel uit van laisser faire , onder populisten klinkt dat goed, maar in de praktijk zijn de risico’s te groot. Steeds meer regels vaststellen en die consequent handhaven is echter ook een onmogelijke zaak en belemmert zowel het samenleven als de economie.

Interessant is te gaan experimenteren met gebieden in de stad waar de regels worden aangepast. Dat soort experimenten hebben bijvoorbeeld al plaatsgevonden op het gebied van welstand. In de wijk Roombeek in Enschede bijvoorbeeld zijn bepaalde delen welstandsvrij gebouwd, en in andere delen van de wijk is juist strak gestuurd op een bepaalde vormentaal.

Experimenteren

Op dezelfde manier zou je het Cartesiusgebied in Utrecht kunnen aanwijzen als een gebied waar geëxperimenteerd mag worden met andere vormen van regelgeving. Welstandsvrije gebieden – gebieden waar traditionele normen voor kantoren, woningen en detailhandel losgelaten worden zodat een creatieve economie kan gaan bloeien – en gebieden waar in overleg met brandweer en andere vergunningenafdelingen ruimte kan worden gemaakt voor evenementen zonder dat gevaarlijke situaties ontstaan.

De nieuwe rol van de overheid vraagt niet alleen om deregulering van bovenaf, maar vooral ook om experimenten van onderop in zorgvuldig gekozen gebieden.

Lang niet iedereen heeft meer ruimte nodig, veel mensen hebben ook belang bij handhaving. Door de ruimte zorgvuldig te ensceneren, kunnen we van onderop de nieuwe rollen van overheid en burger vormgeven.

 

Jan den Boer

Stedenbouwkundige, filosoof en auteur van het boek ‘De stad is van iedereen’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels