artikel

‘Architecten worden vaak gezien als die suffe mannen in het zwart’

bouwbreed Premium

‘Architecten worden vaak gezien als die suffe mannen in het zwart’

Bij het Bucky Lab van de TU Delft leren studenten bouwkunde om innovatief te denken en hun ideeën praktisch toe te passen. Hoofd van het Bucky Lab Marcel Bilow streeft een verdere professionalisering na en zoekt actief naar samenwerking met de markt. Juist de kennis van het bouwproces is belangrijk, vindt hij. “Studenten moeten de productie beter leren kennen.”

Dat het hem menens is, bewijst een flyer met benodigdheden die de eerstejaars masterstudenten bouwkunde moeten hebben voor ze aan de cursus kunnen deelnemen: werkhandschoenen, broek, oordopjes, veiligheidsbril en -schoenen. “Ze moeten hun handen vies maken,” vindt Bilow.

Tijdens de Bucky Lab-cursus bedenken studenten een eigen innovatief en duurzaam bouwconcept dat ze vervolgens testen en uitwerken in een prototype. Het lab bestaat al een tijdje, en het stimuleren van het vernuft van de uitvinders-in-spé levert inmiddels resultaten op. Bij een prijsvraag voor innovatieve gevelconcepten begin dit jaar wonnen de Delftse studenten de eerste drie plaatsen. “Was heel Nederland maar één groot Bucky Lab”, verzuchtte architect Martin W. Smit in maart nog in Cobouw naar aanleiding van de creatieve ideeën van de studenten.

Volgens Bilow trekt de cursus inmiddels flink wat aandacht bij architecten. “We doen gekke, innovatieve dingen, en dat vinden veel architecten interessant. Voor hen is een totaal uitgewerkt ontwerp vaak niet zo bijzonder. Ze willen een idee, een voorbeeld waar ze zelf verder mee kunnen werken.”

Het is belangrijk dat de studenten zich daarom kunnen richten op het idee, en zich minder bezighouden met de randverschijnselen. “De werkplaatsen beschikken over een aantal draai- en freebanken, lasapparatuur en kant- en zetwerk die na de brand in 2008 gelukkig gespaard zijn gebleven. Maar vroeger had het lab meer weg van een veredelde metaalwerkplaats. Het werd voor de grap de fietsenmakerij genoemd. Maar we wilden af van een ruimte die maar een maar weken per jaar werd benut, dus nu hebben we een mobiele werkplaats die overal kan worden neergezet. Zelfs bij industriële partners, als dat nodig is. Het is een roadshow voor ideeën. Als een student vroeger iets met aluminium profielen wilde doen, werd eerst een stalen kozijn gemaakt die het prototype moesten dragen. We zijn daar nu vanaf gestapt. Desnoods maakt een student de ondersteuning van schuimplaten of hout, of zelfs kauwgom als dat kan; als het idee maar duidelijk is, en als je maar kan zien hoe het werkt. We zijn geen industrieel ontwerpers. Het hoeft niet per se mooi te zijn.”

Volgens Bilow is het Bucky Lab daarom ook minder interessant voor de meer esthetische student bouwkunde. “Deze studenten zijn geboeid door bouw, constructie en techniek en zullen minder voor de esthetiek gaan. Ze hebben meer een uitvindersgeest.”

Dansvloer

Maar toch moet die vrije geest wel een goed realiteitsbesef hebben, en kritisch blijven over hun eigen ontwerpen. “Ze komen regelmatig met ideeën die niet op realisme gebaseerd zijn. Ik vraag dan vaak: Waar zijn je berekeningen? Een tijdje geleden kwam studenten met een idee om een gevel van piëzoelektrische elementen te maken. Dat zijn plaatjes die druk kunnen omzetten in energie. Ze kunnen bijvoorbeeld worden toegepast in een dansvloer die de kinetische energie van dansers omzet in oplichtende lampen. Het idee was om de windkracht op de gevel om te zetten in verlichting. Maar een snel telefoontje naar de producent van die platen leerde me dat de windkracht daarvoor nooit voldoende energie kan opwekken. Het resultaat was dat het concept de prullenbak in kon.”

Volgens Bilow is daarom de kennis van het materiaal of product, en het bouwproces onontbeerlijk. Zelf is de geboren Duitser een gediplomeerd metselaar, en zoon van een loodgieter. “Ik ben op de bouwplaats groot geworden en heb echt geleerd hoe de materialen daar worden gebruikt. Maar ja, ik heb ook gezien hoe op de bouwplaats over architecten wordt gedacht. Dat is niet altijd even goed. Ze worden toch vaak gezien als die suffe mannen in het zwart die niet begrijpen tegen welke problemen een bouwer aanloopt. Ik denk dat een deel van die kritiek terecht is. De kennis van vakmensen op de bouw wordt door architecten niet altijd gewaardeerd en dat is eigenlijk heel dom. Je moet een metselaar niet vertellen hoe hij een hoek moet metselen, maar toch denken veel architecten dat ze dat wèl moeten doen omdat het ontwerp daarom vraagt. Toekomstige ontwerpers moeten leren hoe moeilijk afwerking kan zijn, en wat de beperkingen van een materiaal of een product zijn. Het is niet goed om zelf rare ontwerpen te maken, en vervolgens te gaan mopperen over kwaliteit. Terwijl je zelf niet hebt nagedacht over de praktische toepassing.”

Zonwering

Volgens Bilow moet die betrokkenheid bij de bouwplaats daarom veel eerder, al vroeg in de opleiding worden gelegd. “Je lost die miscommunicatie niet op door een stage op de bouwplaats. Voor de studenten is het belangrijk om je altijd af te vragen: hoe kan mijn concept op de bouwplaats worden gebruikt?”

Daar komt ook de samenwerking met de markt om de hoek kijken. Bilow wil graag dat producenten van bouwmaterialen langskomen of studenten uitnodigen om te vertellen hoe hun producten gemaakt worden. Dit jaar startte Bucky Lab een samenwerking met zonweringsbranchevereniging Romazo. De studenten moeten voor dit jaar zelf een innovatieve zonwering ontwerpen. “Voor ons is die samenwerking nuttig, omdat we kennis krijgen uit de eerste hand, bij bedrijven die het product zelf hebben ontworpen. Daarnaast leer je studenten wat er in de markt aanwezig is en hoe ze verder moeten kijken. En bovendien: ga ook kritisch om met verkooppraatjes. Ieder bedrijf zal zeggen dat zijn product de beste oplossing is voor jouw probleem. Het is goed om te leren hoe je onderscheid maakt.”

Volgens Bilow profiteren de bedrijven, en in dit geval de zonweringsbranche, van de samenwerking door een grote bekendheid van hun producten bij toekomstige architecten. “Het is in ieder geval niet de bedoeling dat we een nieuw product voor één bedrijf gaan ontwikkelen.”

Maar hij sluit niet uit dat toekomstige innovatieve ontwerpen van studenten wel eens heel interessant kunnen zijn voor bedrijven. Bilow is in ieder geval niet van plan om patenten te gaan aanvragen op ontwerpen die zijn studenten maken. “Daar is geen beginnen aan. Als bedrijven een idee achter een ontwerp zelf gaan gebruiken in een product, worden we graag genoemd, maar roepen we niet: Hee, dat is van ons!”

Reageer op dit artikel