artikel

Arbitragebeding niet onredelijk bezwarend

bouwbreed Premium

Veel in de bouw gebruikte algemene voorwaarden bevatten een arbitragebeding, waarin is bepaald dat geschillen zullen worden beslecht bij de Raad van Arbitrage. Over de voor de bouwpraktijk zeer relevante vraag of een dergelijk arbitragebeding als onredelijk bezwarend kan worden aangemerkt, verscheen op 21 september een arrest van de Hoge Raad (HR 21-09-2012, LJN BW6135).

Het Hof Leeuwarden had in zijn arrest van 5 juli 2011 in een zaak tussen een bouwbedrijf en een consument geoordeeld dat het arbitragebeding in de AVA 1992 onredelijk bezwarend was en het criterium van onredelijke bezwarendheid ingevuld aan de hand van de Europese Richtlijn betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten. In een indicatieve bijlage bij die Richtlijn was als mogelijk oneerlijk onder meer genoemd een beding dat tot doel heeft de consument te verplichten zich uitsluitend tot een niet onder een wettelijke regeling ressorterend scheidsgerecht te wenden. Omdat de Richtlijn slechts een indicatieve lijst bevat, dient de nationale rechter te motiveren of een specifiek beding onredelijk bezwarend is. Het Hof gaf als motivering enige nadelen van algemene aard voor de consument, betreffende de waarborging van de onafhankelijkheid van arbiters, de gehoudenheid van arbiters tot toepassing van de wettelijke regels, de kosten van arbitrage voor de consument en de afstand tussen woonplaats en de Raad van Arbitrage.

De Hoge Raad is het niet met het Hof eens, omdat het Hof het beding als het ware in alle gevallen als onredelijk bezwarend aanmerkt en het oordeel van het Hof niet steunt op een waardering van de concrete omstandigheden van het geval. Het arrest van het Hof wordt daarom door de Hoge Raad vernietigd.

Voor de bouwpraktijk betekent dit dat een arbitragebeding niet zonder meer onredelijk bezwarend is voor consumenten, maar in specifieke situaties kan dit wel het geval zijn. De consument zal dan aan de hand van de aard en de overige inhoud van de overeenkomst, de wijze waarop de voorwaarden tot stand zijn gekomen, de wederzijds kenbare belangen van partijen en de overige omstandigheden van het geval moeten aantonen dat het arbitragebeding in het specifieke geval onredelijk bezwarend is.

Reageer op dit artikel