artikel

Uitbesteden niet altijd voordelig voor sector

bouwbreed Premium

Samenwerken in de keten is tegenwoordig een leidend begrip in de bouwsector. Vaste verbanden van bedrijven en medewerkers zijn daarbij van groot belang. Maar uitbesteden en het beperken van vaste dienstverbanden hebben intussen het karakter van een mantra aangenomen, meent Adri Buur. Dit betekent de teloorgang van de bedrijfscultuur.

Sommige nieuwe woorden of uitdrukkingen worden snel gemeengoed. Neem nu de flexibele schil. Tot voor een paar jaar had niemand er ooit van gehoord, nu vinden we het een normale aanduiding voor medewerkers die niet in vaste dienst zijn. De standaard is nog steeds een contract voor onbepaalde tijd en een bescherming bij onvrijwillig ontslag die groter is naarmate het dienstverband langer heeft geduurd. Aan het begin van de vorige eeuw was de standaard nog heel anders. Vast werk bestond eigenlijk alleen voor ambtenaren. Los werk was een normaal verschijnsel. Er was veel seizoensarbeid en een vangnet voor het geval van ziekte of werkloosheid bestond eigenlijk niet.

Baanwisselingen

Dagloners kwamen in groten getale voor. Baanwisselingen waren aan de orde van de dag. Illustratief is de introductie van de vakantiezegel in het bouwbedrijf in het begin van de jaren dertig. Wie moest de drie vakantiedagen betalen? De toevallige werkgever op het moment van de vakantie of moesten alle achtereenvolgende werkgevers in het betreffende jaar naar rato een bijdrage voor het loonverlet leveren? Het werd de collectieve vakantiezegel, een fenomeen dat het tot ver na de Tweede Wereldoorlog zou volhouden. Losse arbeid verdween nooit helemaal uit de bouw. Koppelbazen namen dit in de sector voor hun rekening. Door de wet ketenaansprakelijkheid werd in de jaren zeventig van de vorige eeuw geprobeerd het fenomeen uit te bannen. In een later stadium werd het reguliere uitzendbureaus mogelijk gemaakt een rol te spelen in het aanbieden van personeel. Ook ontstonden detacheringbureaus. Koppelbazen met vooral buitenlandse werknemers in de aanbieding steken hun kop weer op. De verschuiving van steeds meer werk van hoofdaannemers naar onderaannemers completeert het beeld. Alles bij elkaar kromp in de bouw bij aannemingsbedrijven het vaste personeel fors in omvang, terwijl bij onderaannemers en uitzenders het omgekeerde gebeurde. De flexibele schil werd steeds dikker.

Het nadeel van een dikke flexibele schil is de teloorgang van de bedrijfscultuur. De doelmatigheid in het werk door verkregen ervaring wordt minder. De binding met werknemers aan bedrijf en sector wordt geringer. De formele vakopleiding en het leren in de praktijk komen in gevaar. Kortom het is niet allemaal voordeel bij het outsourcen. Volgens sommigen is uitbesteden de sleutel tot productiviteitsverbetering. Het beperken van vaste dienstverbanden en de daarbij behorende belemmeringen voor snel ontslag sluit hierop aan. In de politiek heeft deze opvatting intussen het karakter van een mantra aangenomen. In deze visie lijken we het dus al een hele tijd verkeerd te doen. Samenwerken in de keten is tegenwoordig een leidend begrip in de sector en ook nastrevenswaardig. Vaste verbanden van bedrijven en medewerkers zijn daarbij van groot belang. Gaat dit samenwerken dan niet juist ook op binnen het bedrijf?

Ultieme antwoord

Het ultieme antwoord van de voorstanders van grotere flexibiliteit op kritiek die zij op hun standpunt krijgen is veelzeggend. Nu flexwerkers (outsiders) minder rechten hebben in vergelijking met de anderen (insiders) en het kennelijk niet gemakkelijk is de rechten op te trekken, is de oplossing de insiders rechten af te nemen, zodat er een gelijk speelveld ontstaat. In vergelijking met vroeger is dit de omgekeerde wereld. De standaard wordt verlaagd. De schil moet zeker nog dikker worden.

De auteur was directeur van het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (1977-2005) en hoogleraar bouweconomie aan de universiteit van Twente (2002-2008).

Reageer op dit artikel