artikel

Afvloeien door afspiegelingsbeginsel

bouwbreed Premium

Criterium voor het vaststellen van de ontslagvolgorde bij bedrijfseconomische ontslagen is afspiegeling. Sanne van Bergen en Sjoerd van der Vegt bespreken de toepassingen van het afspiegelingsbeginsel.

Bij een reorganisatie en (collectief) ontslag van werknemers komt veel kijken. Een werkgever heeft toestemming nodig voor het rechtsgeldig opzeggen van een dienstverband met een werknemer. Deze toestemming moet worden aangevraagd bij UWV werkbedrijf; de zogenaamde ontslagvergunning. Bij een ontslagaanvraag vanwege bedrijfseconomische redenen toetst UWV werkbedrijf achtereenvolgens op drie punten:

1. Zijn de bedrijfseconomische redenen voor het structureel vervallen van één of meer arbeidsplaatsen aannemelijk gemaakt?

2. Zijn de ‘juiste’ werknemers voorgedragen voor ontslag (ontslagvolgorde)?

3. Is aannemelijk gemaakt dat er geen mogelijkheden zijn voor herplaatsing?

Aannemelijk

Als de bedrijfseconomische redenen aannemelijk zijn gemaakt, wordt vervolgens gekeken naar de ontslagvolgorde.

Criterium voor het vaststellen van de ontslagvolgorde bij bedrijfseconomische ontslagen, is afspiegeling. Het afspiegelingsbeginsel wordt als volgt toegepast:

• Per categorie ‘uitwisselbare functies’ van de bedrijfsvestiging;

Uitwisselbare functies zijn functies die naar functie-inhoud, vereiste kennis en vaardigheden en vereiste competenties over en weer vergelijkbaar en naar niveau en beloning gelijkwaardig zijn. Let op:

– het gaat om uitwisselbaarheid van functies, niet om uitwisselbaarheid van werknemers. “Ik ben op meerdere plekken inzetbaar.” Dit argument is niet valide.

– Er wordt gekeken naar werknemers die dienen te worden ontslagen en niet naar fte’s.

– Werknemers van wie bekend is dat de overeenkomst voor bepaalde tijd op korte termijn van rechtswege eindigt, worden wel in de berekening meegenomen.

• Per categorie ‘uitwisselbare functies’ van de bedrijfsvestiging ;

Het afspiegelingsbeginsel dient te worden toegepast op het niveau van de bedrijfsvestiging. Voor de beoordeling of er sprake is van een zelfstandige bedrijfsvestiging zijn de volgende hulpvragen van belang, die in onderling verband worden beschouwd:

– Betreft de entiteit een apart zelfstandige organisatorische eenheid?

– Staat er een eigen directie aan het hoofd?

– Betreft het aparte huisvesting?

– Is er géén sprake van structurele onderlinge uitwisseling van personeel?

– Vindt zelfstandige rapportage plaats en is het bedrijfsonderdeel als zelfstandig onderdeel in de rapportage opgenomen?

– Neemt de entiteit zelfstandig personeel aan en ontslaat deze zelfstandig personeel?

– Heeft de entiteit een eigen, separate medezeggenschapsrol?

• Op basis van de leeftijdsopbouw binnen de betreffende categorie uitwisselbare functies.

Het personeel werkzaam in een categorie uitwisselbare functies wordt ingedeeld in vijf leeftijdsgroe-pen: 15 tot 25 jaar, 25 tot 35 jaar, 35 tot 45 jaar, 45 tot 55 jaar en van 55 jaar en ouder. Bij de verdeling van de ontslagen over de leeftijdsgroepen geldt het volgende: de leeftijdsopbouw binnen de categorie uitwisselbare functies moet, voor en na de ontslagprocedure, verhoudingsgewijs zoveel mogelijk gelijk zijn. Binnen elke leeftijdsgroep wordt de werknemer met het kortste dienstverband als eerste voor ontslag voorgedragen.

Een voorbeeld. Als er één werknemer moet afvloeien en de uitwisselbare functies worden bekleed door vijf werknemers van 25-35 jaar, acht werknemers van 35-45 jaar en vier van 45-55 jaar, moet de werknemer met het kortste dienstverband uit de groep van 35-45 jaar worden ontslagen, want die groep heeft de meeste werknemers.

• Peildatum

Het personeelsbestand op de peildatum vormt de basis voor de vaststelling van de ontslagvolgorde. Dit moet een objectiveerbare peildatum zijn. Dit is in beginsel de datum waarop de ontslagaanvragen bij UWV werkbedrijf worden ingediend. Er kan ook voor een eerdere datum worden gekozen, mits redelijk en goed gemotiveerd waarom voor een afwijkende datum is gekozen. Mutaties na de peilda-tum hebben dan geen invloed op werknemers die voor ontslag worden voorgedragen.

Niet eenvoudig

Het afspiegelingsbeginsel hoeft in de volgende gevallen niet gebruikt te worden:

• Wanneer de bedrijfsactiviteiten worden beëindigd

• Wanneer een unieke functie komt te vervallen; Een unieke functie wordt slechts door één werknemer ingevuld

• Wanneer er een categorie uitwisselbare functies in zijn geheel komt te vervallen.

Aangezien afspiegeling niet eenvoudig is en er veel (rekenwerk) bij komt kijken, is het verstandig dat u zich door een deskundige laat begeleiden.

Het systeem laat bovendien in voorkomende gevallen enige ruimte aan de ondernemer om te sturen in de uitkomst van de afspiegeling. De procentuele verdeling over de leeftijdsgroepen kan bij het verplaatsen van de peildatum met één maand een heel ander beeld te zien geven.

Ook om optimaal gebruik te kunnen maken van de mogelijkheden die het afspiegelingsbeginsel biedt, is het verstandig te informeren naar de mogelijkheden binnen uw onderneming, mocht u op het punt staan arbeidsovereenkomsten te beëindigen.

Reageer op dit artikel