artikel

Risico voor aannemer in nieuw model Aedes

bouwbreed Premium

Bouwend Nederland roept woningcorporaties op om de nieuwe model-aannemingsovereenkomst van Aedes links te laten liggen. Volgens Joost Fijneman en Peter Vermeij is het model onredelijk voor de aannemer. Bijvoorbeeld in de situatie waarin een woningcorporatie niet aan zijn verplichtingen voldoet. De aannemer mag het werk dan niet beëindigen.

Op de voorpagina van Cobouw van 2 juni wordt onder de kop ‘Contractueel risico’s mijden’ aandacht besteed aan de nieuwe model-aannemingsovereenkomst van Aedes. De reactie van Bouwend Nederland is in één woord samen te vatten: jammer.

Allereerst is het jammer dat de inkt van de UAV 2012 nog niet eens droog is, of er zijn al weer partijen die fundamenteel willen afwijken hiervan. De vraag rijst dan wat de waarde is geweest van de zorgvuldige belangenafweging die plaats heeft gevonden, bij het opstellen van de nieuwe UAV – waar ook Aedes bij betrokken is geweest.

Ten tweede is het jammer dat we kennelijk weer teruggaan naar de ouderwetse wij-zij cultuur, terwijl we juist na de parlementaire enquête bouwnijverheid goede stappen hadden gezet richting samenwerking in de keten, waarbij oog is voor ieders gerechtvaardigde belangen.

Waardevol

Ten derde is het jammer dat de leeswijzer bij dit model vermeldt dat de opmerkingen van Bouwend Nederland zo waardevol zijn, maar dat daarvan nauwelijks iets terug te vinden is in het uiteindelijke model.

Diezelfde leeswijzer beantwoordt de vraag: “Is het model onredelijk voor de aannemer?”, met het antwoord “nee”. De gemiddelde aannemer zal hier anders over denken.

Wij noemen uit het model twee voorbeelden van deze onredelijkheid. Als eerste moet in de precontractuele fase de aannemer waarschuwen over alle tekortkomingen van het ontwerp. Ook moet de aannemer bevestigen dat hij achter de gekozen oplossingen staat. Daarnaast moet de aannemer zonder extra betaling alle ontbrekende onderdelen van bestek en tekeningen uitvoeren. Alle inschrijvers moeten dus tijdens de aanbesteding, in een week of drie, alle stukken beoordelen die door architecten, adviseurs en constructeurs tijdens maandenlange trajecten zijn opgesteld. Elk foutje en elke onvolkomenheid, die zij in die periode niet opmerken, komen voor hun rekening. Een dergelijke regeling is allesbehalve redelijk.

Een tweede voorbeeld betreft de situatie wanneer de woningcorporatie niet aan zijn verplichtingen voldoet. Het model geeft dan aan dat de aannemer het werk niet mag schorsen of in onvoltooide staat mag beëindigen. Maar als de aannemer niet aan zijn verplichtingen voldoet, mag de woningcorporatie zonder pardon de overeenkomst ontbinden en een derde inschakelen. De aannemer moet dus gewoon blijven doorwerken en zo alles voorfinancieren.

Ook hier is het evenwicht tussen de belangen van beide partijen volledig zoek. De woningcorporatie kan kennelijk zonder consequenties zijn verplichtingen niet nakomen, terwijl de aannemer bij elke kleine misstap aan de kant kan worden gezet.

Het model is dus onredelijk, deze twee voorbeelden illustreren dat voldoende. Overigens kunnen wij nog een reeks voorbeelden noemen. Zo hoeft meerwerk pas na oplevering betaald te worden. Daarnaast kan bij te late oplevering ook de werkelijke schade worden geclaimd, bovenop de korting – en die korting is per kalenderdag, in plaats van per werkdag.

Ook vallen alle rechten op tekeningen en berekeningen van de aannemer aan de woningcorporatie, bij beëindiging van de overeenkomst – ongeacht de reden. Bij kostenverhogende omstandigheden is er bovendien geen bijbetaling. Etcetera, etcetera.

Maatschappelijk karakter

In onze ogen is er dan ook geen sprake van “risico’s mijden”, zoals de kop van het artikel in Cobouwdoet vermoeden. Wel van simpelweg ‘over de schutting gooien van risico’s’ richting aannemer. Woningcorporaties hebben een maatschappelijk karakter. Zeker tegen die achtergrond roepen wij alle woningcorporaties dan ook op om het model links te laten liggen. Gebruik het niet, want dit model is geen goede start voor een vruchtbare samenwerking tussen woningcorporatie en aannemer. Tegelijkertijd nodigen wij Aedes van harte uit om over dit model werkelijk met Bouwend Nederland in gesprek te gaan. Aedes heeft al aangegeven dat het hier een ‘dynamisch model’ betreft. Wat ons betreft komt er snel een nieuw product, waarmee een gezonde samenwerking in de keten een stap verder gebracht wordt!

Mr. Peter Vermeij en mr.drs. Joost Fijneman, respectievelijk senior jurist bouwrecht Bouwend Nederland Advies en hoofd Bouwend Nederland Advies

Reageer op dit artikel