artikel

Luchtkwaliteitsnormen halen blijft een spannende zaak

bouwbreed Premium

In december 2011 kwam de tweede monitoringsrapportage NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) uit van het RIVM. Enerzijds blijkt daaruit dat de overschrijdingen van de normen voor fijn stof en stikstofdioxide aanzienlijk zijn gedaald. Anderzijds blijkt uit de rapportage wederom dat er onzekerheden zijn over de prognoses en is het nog niet zeker of de normen zijn gehaald (fijn stof) of zullen worden gehaald (stikstofdioxide).

Wat betekent dit nu voor de bouwprojecten die zijn opgenomen in het NSL en in betekenende mate bijdragen aan een verslechtering van de luchtkwaliteit? Moeten deze projecten en nieuwe projecten die in het NSL worden opgenomen, nu toch op projectniveau worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen? Nee, dat hoeft niet, zo oordeelde de Afdeling bestuursrecht van de Raad van State op 25 januari 2012 (zaaknr. 201104503/1/R4).

In deze zaak gaat het om het volgende. Tegen het tracébesluit A27 Lunetten-Rijnsweerd is beroep ingesteld. Gesteld wordt dat de monitoringstool van een aantal onjuiste uitgangspunten is uitgegaan, zoals het hanteren van onjuiste verkeersgegevens en het ontbreken van wettelijk voorgeschreven toetspunten, zodat de omvang van de in het NSL opgenomen effecten niet controleerbaar is. Er had daarom op projectniveau moeten worden aangetoond dat met het NSL aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit zal worden voldaan. Hiermee herleeft in feite de situatie zoals die was voordat het NSL in werking trad; elk project moet worden getoetst aan de luchtkwaliteitsnormen. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelt echter dat de regeling in de Wet milieubeheer omtrent het NSL is gericht op het bereiken van de grenswaarden, ook na opname in het programma van het project A27 Lunetten-Rijnsweerd. Het NSL is dus niet onrechtmatig en toetsing aan de luchtkwaliteitsnormen op projectniveau is hier niet vereist. Dit is alleen anders volgens de Afdeling bestuursrechtspraak indien wordt aangetoond dat het redelijkerwijs niet mogelijk is – ook niet met een verdere bijstelling van het NSL – de gestelde grenswaarden op de betrokken data te halen.

In deze zaak werd het monitoringsrapport 2010 aangehaald maar zoals hiervoor aangegeven bevat ook het monitoringsrapport 2011 onzekerheden over de prognoses. Zou de Afdeling bestuursrechtspraak hetzelfde hebben geoordeeld met het monitoringsrapport 2011 in de hand? Waarschijnlijk wel. Maar de vraag is in hoeverre dit een uitstel van executie betreft. Worden de grenswaarden immers niet tijdig gehaald dan zal wederom op projectniveau moeten worden getoetst aan de grenswaarden voor fijn stof en stikstofdioxide.

Mr. Regina Koning, Onderzoeksmedewerker Insituut voor Bouwrecht

Meer informatie hierover tijdens de IBR studiedag bouwen en luchtkwaliteit en geluidhinder

http://www.bouwrechtonline.nl/Agenda/Details/85

Reageer op dit artikel