artikel

Betere bescherming van zzp’er in de bouw

bouwbreed Premium

Het kabinet stuurde onlangs een brief naar de Tweede Kamer met een voorstel voor een betere bescherming van de zzp’er. Jan Warning vraagt zich af of de arbeidsomstandigheden van de zzp’er daar aanleiding toe geven.

Ze zijn niet meer weg te denken uit de bouwnijverheid. De bedrijfstak telt inmiddels zo’n tachtigduizend zzp’ers. De zelfstandige zonder personeel geeft een nieuwe invulling aan het vakmanschap in de bedrijfstak. En dank zij de inzet van zzp’ers is er meer flexibiliteit. Maar er zijn ook schaduwkanten: hoe zit het met het pensioen van de zzp’er, wat gebeurt er als hij ziek wordt of slachtoffer wordt van een arbeidsongeval? Hierover deed de Hoge Raad deze week een uitspraak.

Gewone werknemer

In vergelijking met de werknemer valt de zzp’er onder een ander arbo-regime. Toch is het niet ‘vrijheid blijheid’ voor de zelfstandige. Ook voor de zzp’er gelden wel degelijk arbo-regels. Ze moeten zich vanouds houden aan alle veiligheidsmaatregelen en regels rond gevaarlijke stoffen. Bovendien, als de zzp’er onder het gezag van een werkgever werkt wordt hij door de Inspectie SZW (de vroegere Arbeidsinspectie) als een gewone werknemer beschouwd. Dan moet hij aan alle voorschriften van de Arbowet voldoen. Een verschil is er wel op het gebied van de fysieke belasting. Een werknemer in de bouw mag maximaal 25 kilo tillen en voor zzp’ers geldt er geen limiet. Maar aangenomen mag worden dat de rug van de zzp’er niet anders is dan die van een werknemer. Leidt een verschil in regelgeving dan voor zzp’ers tot een groter risico op gezondheidsklachten? In 2009 is er, in opdracht van de overheid en begeleid door Arbouw, onderzoek gedaan naar de lichamelijke belasting van zzp’ers. Het betrof een breed onderzoek onder negentien bouwberoepen, met observaties, enquêtes en analyses van de medische keuringen . De onderzoekers stellen vast dat zzp’ers in vergelijking met werknemers lichamelijk zwaarder worden belast op bijna alle aspecten. De zzp’ers overschrijden de wettelijke grens voor tillen twee keer zo vaak als werknemers. Verder gebruiken zzp’ers minder hulpmiddelen. En ze zijn niet goed op de hoogte van het V&G-plan op de bouwplaats. De onderzoekers concluderen verder dat het verschil in regelgeving leidt tot concurrentie op arbeidsomstandigheden, vooral op kleine bouwplaatsen met weinig toezicht. Het blijkt dus dat verschil in regelgeving wel degelijk effect heeft op risico’s en op concurrentieverhoudingen op de bouwplaats. In 2010 heeft de SER een unaniem advies gegeven dat zzp’ers onder een groter deel van het regime van de Arbowet moeten vallen. En uiteindelijk heeft dus vorige maand het kabinet zijn reactie gegeven. Het kabinet volgt overigens het advies van de SER niet in alle opzichten. De regering kiest ervoor dat bepalingen over fysieke belasting alleen gelden wanneer de zzp’er met anderen op de bouwplaats werkt. Dus als de zzp’er op de bouwplaats werkt moet hij hulpmiddelen gebruiken, en wanneer hij alleen bij een particulier werkt mag hij dat achterwege laten. Het kabinet hecht dus vooral belang aan het argument dat vrijstelling voor zzp’ers een negatieve uitstraling heeft naar het gedrag van de werknemers op de bouwplaats. Dat wordt belangrijker gevonden dan het argument van concurrentievervalsing.

Onbekend

Het is afwachten wat de gevolgen zijn van de uitzonderingspositie van de zzp’er die in zijn eentje bij een particulier werkt. Onbekend is hoeveel zzp’ers echt altijd alleen werken. En of zzp’ers hun werkwijze en het gebruik van hulpmiddelen berekenend gaan afstemmen op het feit dat ze al dan niet met anderen werken. Het is namelijk ook denkbaar dat de gezonde werkmethoden bij zelfstandigen langzaam maar zeker inslijten. De wetswijziging staat volgens de laatste berichten uit Den Haag deze zomer in de Staatscourant. Het is een goede zaak dat zzp’ers beter beschermd zijn. Om hun vakmanschap en flexibiliteit heeft de bouwnijverheid deze groep nu en in de toekomst hard nodig.

Reageer op dit artikel