artikel

Aarsgewei

bouwbreed

Het zomerverlof zit er op en ik mag weer van de redactie. Het verbaast mij overigens dat ik als chroniqueur (nog) niet op de transferlijst ben gezet. Blijkbaar past de opvatting ‘ook de dorpsgek hoort erbij’, binnen mijn puberale houding. In strikte zin ben ik namelijk altijd in die periode blijven hangen. De jaren zestig […]

Het zomerverlof zit er op en ik mag weer van de redactie. Het verbaast mij overigens dat ik als chroniqueur (nog) niet op de transferlijst ben gezet. Blijkbaar past de opvatting ‘ook de dorpsgek hoort erbij’, binnen mijn puberale houding. In strikte zin ben ik namelijk altijd in die periode blijven hangen. De jaren zestig voelen weliswaar ouder dan mijn eigen leeftijd, maar het periodiek ontluikende gevoel in mijn onderlichaam en de uitdagende ironische houding is nog even springerig en sprankelend als toen ik nog een langharige maagdelijke puber was. Met een boeket rozen in mijn wapperende manen sjeesde ik als surrogaatprovo op mijn paarse Puch door het rijke roomse leven. Blijkbaar voorzag ik toen nog niet dat deze welriekende bloemsoort het politieke symbool zou worden van maatschappelijke afbraak en intellectuele beperkingen. Het haar is inmiddels grijs en de fluwelen rozen zijn verwelkt tot schilferige roos. Ik heb het niet zo met de tijd waarin we nu leven en die ik jaren vooruit gesneld ben door achter te blijven. De flowerpowergedachte wist ik kracht bij te zetten door met een balpen scheepsankers op mijn onderarm te tekenen, gedrapeerd met een naamlint waarop de geliefde van dat moment was gekalligrafeerd. Het is nooit duidelijk geworden waar mijn ouders de meeste problemen mee hadden; het lange haar, de wijde broekspijpen of de neptatoeages die geassocieerd werden met tuig, zeemansvolk en kermisattracties. Wie had ooit kunnen denken dat deze vorm van lichaamsversiering 45 jaar later de standaarduitrusting zou worden van de gemiddelde bouwvakker. Om de leuke oom uit te hangen, probeerde ik laatst mijn nichtje te imponeren met de mededeling dat ik door de plaatselijke blauwprikker een geluksolifantje had laten plaatsen. Diep voorovergebogen presenteerde ik mijn decolleté en wees haar op het actieve slurfje dat mogelijk zichtbaar werd. De grap had geen effect, maar ik werd er wel wijzer van doordat ze subiet haar lage onderrug presenteerde. “Kijk oom, dat gerimpeld en inactief wormpje valt in het niet bij mijn aarsgewei”; een met barokke krullen voorziene tribal tattoo die van haar bilspleet een waar kunstwerkje maakte. Ik dacht onmiddellijk aan een nieuwe bedrijfstakposter; “Vrouw in de bouw”.

Algemeen directeur Techniekhuys

info@eyckehorst.nl

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels