artikel

Stem bouw af op wensen bewoner

bouwbreed

Het nieuwe Jaarboek architectuur in Nederland staat in het teken van de crisis. Dat heeft volgens Jan den Boer twee kanten: het gaat slecht met veel architectenbureaus, maar de klant staat weer steeds meer centraal. De Nederlandse architectuurwereld staat aan alle kanten onder druk. De crisis in de bouw uit zich in massale ontslagen en […]

Het nieuwe Jaarboek architectuur in Nederland staat in het teken van de crisis. Dat heeft volgens Jan den Boer twee kanten: het gaat slecht met veel architectenbureaus, maar de klant staat weer steeds meer centraal.

De Nederlandse architectuurwereld staat aan alle kanten onder druk. De crisis in de bouw uit zich in massale ontslagen en een sterk krimpende bouwproductie. Deze crisis bepaalt dan ook voor een belangrijk deel de tekstuele inhoud van het nieuwe Jaarboek architectuur in Nederland.

De plaatjes zijn echter nog steeds even zonnig als altijd. De cover is zelfs uitermate vrolijk, een vrolijkheid die het Jaarboek lange tijd verre van zich hield. Het Intell hotel van WAM architecten, Wilfried van Winden, met de veelbesproken Zaanse geveltjes, staat prominent tegen een strakblauwe lucht als een oer-Hollands beeld dat tegelijkertijd volgens vele critici toch ook nep of zelfs populistisch is.

Discussie

Ook in de beschrijving niet het cynisme dat in vorige Jaarboeken soms nog aan de orde was. Het enige waar het Jaarboek zich terecht over verbaasd is de discussie over plagiaat die Sjoerd Soeters voerde met Wilfried van Winden. Van wie het oorspronkelijke idee ook is, de spectaculaire beelden gingen de hele wereld over.

Verder wordt de discussie over modernisme en traditionalisme slechts kort en ook treffend samengevat door te stellen dat dit debat zelf een traditie aan het worden is, een wat vermoeiende stilistische loopgravenoorlog, waar dit Jaarboek zich verder nauwelijks mee bezighoudt. Een ander retro gebouw in beeld in het Jaarboek is de Stadshaard van Branimir Medic (Architecten Cie). Een soort Delftsblauwe tegeltjes, maar ook met wat oriëntaalsachtige motieven. In dit geval gekozen tot het lelijkste gebouw van Nederland door nrc-lezers. Mooi en lelijk blijft een ingewikkeld onderwerp. Dat geldt ook voor de architectuur op IJburg. Door velen ervaren als blokkendozen, en verantwoordelijk stedenbouwkundige Felix Claus vertelde mij ooit in een interview dat hij zelf ook niet onverdeeld gelukkig is met de kwaliteit. Het is dan ook opvallend, dat Claus juist op IJburg afwijkt van de blokkendozen en een gebouw in bijzondere ronde vormen ontworpen heeft, IJburg Blok 63. Het gebouw heeft nog steeds de wat sobere uitstraling van de architectuur van Claus, maar is in zijn saaie omgeving een positieve uitzondering. Ook hier geldt weer: mooi en lelijk blijft een ingewikkeld onderwerp.

Het liefst zou ik de rest van het artikel zo vrolijk doorschrijven over het uiterlijk van de nieuwe oogst van Nederlandse architectuur. Maar toch ook wat ruimte voor de minder vrolijke kant, die in twee artikelen heel goed samengevat is. Het artikel ‘Nieuwe opgaven voor gebiedsontwikkeling’ geeft een helder overzicht van de nieuwe situatie die ontstaan is door de crisis. Lenny Vulperhorst wordt terecht aangehaald met zijn stelling dat het businessmodel van overcreditering voorbij is. De tijd van snelle winsten is voorbij. De nieuwe strategie is sturen op waardeontwikkeling in plaats van op afschrijving. Dat merk ik zelf ook in contact met partijen: nu de snelle winsten op grondverkoop niet meer mogelijk zijn, ligt het accent op gezamenlijke waardeontwikkeling. Die samenwerking is volgens het Jaarboek dan ook buzzwordin de sector. Daarin staan zonder enig cynisme en zonder de vroegere elitaire afstand de bewoners en de klant centraal. Deze worden, dat is opvallend, een ‘nieuwe’ speler genoemd. In gebiedsontwikkeling 2.0 gaat het om het geluk van de burger, de bewoner, de klant. De ontwikkelaar kan het zich niet meer veroorloven om iets te bouwen dat niet helemaal afgestemd is op de klant, en ook de architect kan zich geen onbegrepen experimenten meer veroorloven.

Wat is dan de rol van de architect in deze crisistijd? De reactie van architecten op de crisis gaat volgens het Jaarboek twee kanten op: onmacht of visionair escapisme. De titel van een artikel hierover, ‘The architect has left te building’, doet weinig goeds vermoeden over de nieuwe rol van de architecten.

Leegloop

Een boeiend voorbeeld van de architectonische onmacht wordt vervolgens beschreven in een artikel over de leegloop in Rotterdam: daar heeft niet de architect het gebouw verlaten, maar de kantoorbewoner. Rotterdam is volgens het Jaarboek gedrogeerd met een overdosis architectuur en volgens de diagnose van de markt lelijk. Het geluk van de (kantoor-)bewoner is daar blijkbaar niet te vinden en wordt volgens het Jaarboek steeds meer gezocht in wonen en werken in een historische context, met het binnenstedelijke bouwen als belangrijkste toekomstkans.

Stedenbouwkundige en filosoof

Samir Bantal e.a., Architectuur in Nederland, Jaarboek 2010/11. NAi uitgevers, Rotterdam, 2011.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels