artikel

Meer keuze voor huurders kantoren

bouwbreed

Ondanks de huidige kantorencrisis zijn er gelukkig ook lichtpuntjes, constateert Robbert Coops. Huurders en gebruikers van kantoren hebben meer keuzes en dus ook een betere onderhandelingspositie.

“De grote omvang van de structurele leegstand van kantoren in Nederland neemt voor met name de eigenaren en de overheid (als regisseur van de openbare ruimte) problematische vormen aan. Een hoge structurele leegstand is verspilling van ruimte en kapitaal en is ook voor de ruimtelijke en economische ontwikkeling nadelig.” Dat was de kern van de slotverklaring van de kantorentop, zoals die op 25 mei 2010 in Rijswijk werd uitgegeven. Sindsdien is er veel gebeurd. Het ene onderzoek na het andere becijferde de (toekomstige) leegstand – recente schattingen gaan uit van 10 miljoen vierkante meter vloeroppervlak! – en de economische effecten daarvan. Vele suggesties – van sloopsubsidies tot hergebruik – en een actieplan rond de aanpak leegstand kantoren volgden sindsdien. Maar nog steeds neemt de leegstand toe.

Impuls

Zo is, hoe ironisch, de gemeente Rijswijk koploper met zo’n 40 procent leegstand – mede onder impuls van het concept van het Nieuwe Werken, maar ook omdat er nog utiliteitsnieuwbouw plaatsvindt.

Volgens hoogleraar Pieter Tordoir van de Universiteit van Amsterdam is de huidige situatie weliswaar niet gunstig – de kosten van de leegstand bedragen nu al zo’n 8 tot 12 miljard euro – maar is er geen reden tot paniek. Er is sprake van een geleidelijke kanteling van groeimarkt naar vervangingsmarkt. Het tempo van die transitie neemt trouwens wel toe, onder druk van technologische innovaties, zoals op het terrein van ICT.

“Het is vooral zaak niet te generaliseren, want de onderlinge geografische verschillen zijn groot. Dat geldt trouwens ook voor de kwaliteit van kantoorgebouwen. Dat zijn de bepalende factoren die waar het gaat om het oplossen van de huidige en toekomstige leegstand centraal behoren te staan.” Naast de conjuncturele en turbulente ontwikkelingen van de laatste jaren veroorzaakt door de financiële crisis zijn er nu vooral structurele effecten die een belangrijke rol spelen in een periode waarin het kantoorgebruik eigenlijk redelijk stabiel tot licht dalend is gebleven. Geconstateerd moet worden dat de structurele groei van het structurele aanbodoverschot vooral in bestaande en vaak verouderde, niet duurzame gebouwen plaatsvindt. Daarbij speelt ook de locatie een belangrijke rol: monofunctionele, geïsoleerd liggende en van openbaar vervoer verstoken (snelweg) locaties zijn nauwelijks meer aan de praat te krijgen en kunnen worden beschouwd als the new wastelands. Het betreft overigens grotendeels de kantorenvoorraad zoals die gebouwd is in de laatste twee decennia van de vorige eeuw.

Dynamiek

Ondanks de huidige kantorencrisis zijn er gelukkig ook lichtpuntjes. Huurders en gebruikers van kantoren hebben meer keuzes en dus een betere onderhandelingspositie, ook waar het gaat om aspecten als infrastructuur en duurzaamheid. Duurzame en (dus) flexibele nieuwbouw – maar dan wel naar de huidige eisen en op grond van de wensen van toekomstige gebruikers – blijft noodzakelijk vanwege de economische dynamiek. Transformatie van bestaande kantoorgebouwen wordt gestimuleerd – bijvoorbeeld ten behoeve van een- of tweepersoonshuishoudens – en de experimenten en ervaringen leveren verassende kennis op, die vergelijkbare initiatieven zullen stimuleren. En tenslotte zullen projectontwikkelaars en financiers van kantoren meer dan ooit kritisch zijn op de ontwikkeling van nieuwbouw- of renovatieprojecten van kantoren. Daar kunnen gebruikers, gebouwen en hun omgeving op en duur alleen maar beter van worden.

Sociaal-geograaf en strategisch senior adviseur bij Schuttelaar & Partners

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels