artikel

Zie Crisiswet als culturele revolutie zet door

bouwbreed

De vereenvoudiging van het omgevingsrecht zal plaatsvinden in drie fasen. Arjan Bregman en Friso de Zeeuw bespreken en verhelpen de knelpunten. In de zomer van 2010 bepleitten wij om aan de hand van de ervaringen met de Crisis- en herstelwet (Chw) na te denken over optimalisering van projectbesluitvorming na ommekomst van de Chw-termijn van vier […]

De vereenvoudiging van het omgevingsrecht zal plaatsvinden in drie fasen. Arjan Bregman en Friso de Zeeuw bespreken en verhelpen de knelpunten.

In de zomer van 2010 bepleitten wij om aan de hand van de ervaringen met de Crisis- en herstelwet (Chw) na te denken over optimalisering van projectbesluitvorming na ommekomst van de Chw-termijn van vier jaar.

Heel concreet gingen wij in op het nieuwe instrument projectuitvoeringsbesluit. Wij gaven aan dat het toevoegen van een faseringsmogelijkheid en de bevoegdheid voor de raad om het nemen van het projectuitvoeringsbesluit te delegeren aan B en W veel van de tegen het projectuitvoeringsbesluit wel geopperde bezwaren zou kunnen wegnemen. Het gaat allemaal sneller dan wij toen dachten. Dit kabinet heeft het thema ‘vereenvoudiging omgevingsrecht’ hoog op de politieke agenda gezet. De minister van Infrastructuur en Milieu zet de sokken erin en kiest voor een aanpak die in principe onze steun verdient.

Drie fasen

De vereenvoudiging van het omgevingrecht zal plaatsvinden in drie fasen. De eerste fase bestaat uit een wijziging van de Chw en enkele andere wetten en bevat enkele verbeteringen en aanvullingen. Een van de aanvullingen behelst de door ons bepleite mogelijkheid om de bevoegdheid tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit te kunnen delegeren aan burgemeester en wethouders. Een wetsvoorstel voor deze eerste fase is eind 2010 aan de Tweede Kamer aangeboden die het binnenkort behandelt.

De tweede fase zal bestaan uit een wetsvoorstel om de Chw permanent te maken en te integreren in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). De zogenaamdequick winsvan deze fase zullen onder meer zijn:

de mogelijkheid om zogenaamde ontwikkelingsgebieden ook buiten het binnenstedelijk gebied aan te wijzen;

-een vermindering van vergunningplichten op grond van de Natuurbeschermingswet;

een langere ‘houdbaarheid’ van onderzoeksgegevens en een aanmerkelijke verkorting van de proceduretijd ingeval van tijdelijke afwijking van het bestemmingsplan.

Naar wij veronderstellen zal een permanent gemaakt projectuitvoeringsbesluit ook de door ons bepleite faseringsmogelijkheid kennen. De minister van I en M hoopt komende zomer met een wetsvoorstel voor deze fase te komen.

De derde fase grijpt dieper in. In een Raamwet omgevingsrecht worden de uitgangspunten en definities in de huidige afzonderlijke wettelijke stelsels geüniformeerd, evenals de met deze stelsels verbonden normstellingen. ‘Nationale koppen’ bovenop Europese normen worden er zo veel mogelijk gesneld. Toetsingskaders worden geïntegreerd en versoberd. Doordat één systeem ontstaat, wordt de bestuurlijke afwegingsruimte vergroot. Een wetsvoorstel met een eerste ‘vulling’ van de Raamwet omgevingsrecht kunnen wij in 2012 verwachten.

De Chw hebben wij eerder gekenschetst als een culturele revolutie. Het blijkt inderdaad zo te werken. De weerstand vanuit delen van de vakwereld en de overheid brokkelt af. Een mentaliteit van meedenken over vereenvoudigingen krijgt de overhand, zodat werken met omgevingsrecht minder last heeft van inperking van beslisruimte bij gebiedsontwikkeling, van over-complexiteit en extreem lange doorlooptijden. Wij dragen nu een knelpunt aan dat de wetgever gemakkelijk kan verhelpen bij de wijziging van de Chw die binnenkort in de Tweede Kamer aan de orde komt.

Globaal bestemmingsplan

Het betreft het probleem dat hoofdstuk 1 Chw niet van toepassing is op globale bestemmingsplannen voor projecten waarop de Chw op zichzelf wel van toepassing zou zijn. Een globaal bestemmingsplan dat nog moet worden uitgewerkt kan niet als een plan met bouwtitel worden aangemerkt, aldus de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Daarnaast stelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat voor het nadien nog vast te stellen uitwerkingsplan de procesversnellers ook niet gelden omdat het niet in de bijlage bij de Chw is aangewezen. Resultaat: een globaal plan en uitwerkingsplan vallen nooit onder het bereik van de Chw! Om dit te bereiken moet een gemeente nu de toevlucht zoeken tot uitwerking van de globale bestemming middels het verlenen van omgevingsvergunning. Ons voorstel is om zowel globale plannen als uitwerkingsplannen onder het bereik van de Chw te laten vallen. Het praktische belang van een dergelijke wijziging is groot: in de praktijk van gebiedsontwikkeling vindt de planologische inkadering heel vaak plaats door middel van een globaal bestemmingsplan met uitwerkingbevoegdheid. Het gebruik van het globale plan past in de tendens om geen precieze blauwdrukken voor de lange termijn vast te stellen, maar zo lang mogelijk ruimte te houden voor faseerbare, flexibele invullingen die inspelen op de marktomstandigheden van het moment.

Respectievelijk bijzonder hoogleraar gebiedsontwikkeling aan de Universiteit van Amsterdam en praktijkhoogleraar gebiedsontwikkeling aan de TU Delft

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels