artikel

Minder verspilling in integraal proces

bouwbreed

Kas Oosterhuis schreef een fascinerend boek over vernieuwing in de bouw. Jan den Boer onderzoekt de betekenis hiervan. Vernieuwing heeft vele dimensies. Soms wordt een theorie vernieuwd maar heb je geen idee wat de praktische betekenis is. Soms ontstaat de betekenis van vernieuwing pas nadat de gebouwen toevallig gebouwd zijn. Vernieuwen kan gaan over techniek, […]

Kas Oosterhuis schreef een fascinerend boek over vernieuwing in de bouw. Jan den Boer onderzoekt de betekenis hiervan.

Vernieuwing heeft vele dimensies. Soms wordt een theorie vernieuwd maar heb je geen idee wat de praktische betekenis is. Soms ontstaat de betekenis van vernieuwing pas nadat de gebouwen toevallig gebouwd zijn. Vernieuwen kan gaan over techniek, samenwerking of financiering. Kas Oosterhuis laat in een intrigerend en complex boek zien hoe hij op alle niveaus werkt aan vernieuwing in de architectuur.

Hoe ziet het eruit? Het meest aansprekende voorbeeld is de cockpit en geluidswal langs de A2 ten Westen van Utrecht. Een complexe verbinding tussen snelweg, een geïntegreerd gebouw en het bedrijventerrein hierachter. Op verschillende niveaus uitermate functioneel, en ook op verschillende manieren een blikvanger: esthetisch prachtig uitgewerkt naar beide kanten en in de cockpit de auto showroom.

Methode

Integratie gaat verder: Oosterhuis wijst de modernistische afkeer van ornamenten af, maar keert ook niet terug te naar traditionele ornamenten. Zijn methode is het niet-standaard ontwerpen, een vorm van mass customization (massa- maatwerk) dat zich afzet tegen de ouderwetse vorm van massaproductie. In deze vorm van ontwerpen wordt de vorm en structuur tegelijkertijd ornament. Interessant is hoe hij zich daarbij verhoudt tot de modernistische slogan less is more van Mies van der Rohe. Het minder van Van de Rohe gaat over een beperking in visuele rijkdom, terwijl er nog steeds veel details zijn. Oosterhuis kiest juist voor één detail, dat hij uitwerkt in een visuele rijkdom. Om uit te leggen hoe hij dat doet gebruikt hij de metafoor voor een zwerm vogels, die op een zeer complexe manier zich continu tot elkaar verhouden. Oosterhuis heeft software ontwikkeld, waarbij hij op dezelfde manier het gebouw zich kan laten ontwikkelen als een zwerm vogels. Elk onderdeel krijgt een etiket (tag) waardoor deze herkenbaar is. Oosterhuis pleit voor een integraal proces vanaf het ontwerp, via fabriek tot de bouwplaats. Alleen daardoor is het mogelijk de integrale kwaliteit te bereiken zoals hij dat bij de cockpit en geluidswal gerealiseerd heeft. Volgens Oosterhuis leidt dit ook tot minder verspilling in het proces.

Daarin zit ook de nieuwe rol van de architect, om dit totale proces te begeleiden. Oosterhuis was een van de pioniers op dit gebied, en is daar ook trots op. Dat ligt in het boek soms wat dik bovenop, bijvoorbeeld als hij beschrijft hoe een medewerker van Gehry Technologies helemaal uit zijn bol ging toen hij zag dat Oosterhuis veel verder gaat in zijn technologische ontwikkeling. Maar juist die persoonlijke drive maakt het boek ook spannend en invoelbaar. Het risico is wel dat het een nieuw dogma wordt, van waaruit hij bijvoorbeeld het Centre Pompidou in Metz afwijst omdat daar niet de integratie tussen de verschillende gebouw delen uitgewerkt is. Oosterhuis’ visie op de nieuwe rol van de architect leidt ook tot kritiek op erkende grootheden als Rem Koolhaas, die hij wegzet als een populist en conservatief. Oosterhuis beschrijft hoe Koolhaas een grote groep jonge ontwerpers verleid heeft tot de doodlopende weg van modernistische retro en populistische banaliteit. Maar wat is nu de stijlkeuze die voortkomt uit Oosterhuis’ nieuwe wijze van bouwen? Hoe ziet het werk van de expert die vroeger architect genoemd werd eruit? Als je de gebouwen van Oosterhuis ziet als leek, dan bedient hij zich toch vooral van het modernistische idioom en de bijbehorende materiaalkeuze. Langs de A2 is dat prachtig, bij het CET gebouw in Boedapest, tussen meer traditionele bebouwing, roept het dezelfde vragen op als bij andere modernistische ingrepen in traditionele steden.

Totaal nieuw debat

Oosterhuis pretendeert dat hij een totaal nieuw debat oproept over wat mooi is in architectuur. Hij schrijft dat we niet bang hoeven te zijn dat het proces de vorm bepaald, omdat uiteindelijk de mensen nog steeds bepalen wat mooi is. Ik ben benieuwd of met zijn proces ook meer traditionele schoonheid te realiseren is. Als dat zo is, als zijn proces geschikt is voor alle stijlen, is het echt een vernieuwing: de paradigma verandering van architectuur gebaseerd op massaproductie naar architectuur gebaseerd op industrieel geproduceerde maatwerk producten en van statische architectuur naar een dynamische en interactieve architectuur.

Stedenbouwkundige en filosoof

Kas Oosterhuis, Towards a New Kind of Building, NAi Publishers, Rotterdam 2011. ISBN 978-90-5662-763-8

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels