artikel

Kies voor inhoud in Aanbestedingswet

bouwbreed

Het tweede wetsvoorstel voor een nieuwe Aanbestedingswet ligt inmiddels in de Tweede Kamer. En na 238 vragen heeft minister Verhagen vorige week daarop weer een wijzigingsvoorstel ingediend. Een illustratie van hoe de politiek worstelt met het onderwerp aanbesteden, meent Jan Telgen.

Kern van het probleem is hoe men aanbesteden ziet. De aanbestedingswet is vanuit Den Haag steeds benaderd als een regeling voor de administratieve verplichtingen rond het inkopen door publieke organisaties. In dat licht is het niet vreemd dat het doel van de wet wordt omschreven als het bevorderen van concurrentie, het verminderen van de administratieve lasten en het bevorderen van de naleving van de regels. Wat de wet mist is een echt doel.

Waarde

Zelfs als we alle regels keurig naleven en we doen alles administratief efficiënt, wat moeten we dan bereiken? Concurrentie, administratieve lasten en naleving zijn geen doelen op zich, maar hoogstens middelen.

Een echt doel zou zijn: het bevorderen van onze economische groei of het leveren van zoveel mogelijk maatschappelijke waarde voor de burger. Dan kan concurrentie daaraan bijdragen, maar iedere ondernemer weet dat concurrentie alleen lang niet in alle gevallen de beste oplossing is. En ook met weinig administratieve lasten en veel naleving van alle regels kun je veel geld over de balk gooien.

Ik pleit er voor om een echt doel in de wet op te nemen. Welk doel dat precies is, is uiteraard een politiek keuze. Ik zou zelf graag het uiteindelijk nut voor de burger daar in terug zien komen. Iets als “zo veel mogelijk maatschappelijke waarde voor ons belastinggeld.” Wat verandert er met zo’n doel? Door de maatschappelijke waarde voorop te stellen en niet langer de procedure zelf, moet in alle aanbestedingen gekeken worden naar de (te verwachten) resultaten van de aanbesteding. Het is dan niet langer mogelijk om (heel keurig de regels navolgend) onbruikbare spullen of onnodige diensten te kopen. Of om innovatiemogelijkheden te negeren. Of om opdrachten te clusteren of te combineren als daarmee mogelijkheden worden uitgesloten. De aanbestedende dienst wordt door een inhoudelijk doel verplicht meer naar de inhoud van de aanbesteding te kijken dan naar de procedure.

Daarnaast geeft bij eventuele conflicten het doel van de wet aan wat het allerbelangrijkste is en waar een rechter dus zijn oordeel op zou moeten baseren. Als niet de regels en procedures het belangrijkste zijn, maar het uiteindelijk te behalen resultaat voor de maatschappij, zullen ook rechters anders met conflicten om moeten gaan. In twijfelgevallen wordt dan het belang voor de maatschappij het belangrijkste. Denk aan gevallen als: is een offerte wel of niet te laat ingediend, is een cv nu een gunning- of selectiecriterium, is iets nu wel of niet een variant, is een toelichting op een gunningresultaat nu wel of niet voldoende. Bij al deze vragen moet een rechter een interpretatie van de regels in de wet hanteren. En zonder doel van de wet wordt dat puur een formalistische keuze. Met een doel heeft ook een rechter een houvast. Hij kan zich dan baseren op het te bereiken doel van de wet en deze interpretatievragen beantwoorden aan de hand van de vraag: levert het wel of niet maatschappelijke waarde op voor de belastingbetaler.

Expliciet

Voor de wetgever levert een expliciet inhoudelijk doel bij de Aanbestedingswet ook veel op. Nu is op een groot aantal onderwerpen naar een compromis gezocht tussen verschillende meningen van belanghebbenden. Met een inhoudelijk doel in de wet zouden ook deze keuzes gemaakt kunnen worden op basis van de bijdrage aan het bereiken van dat inhoudelijke doel. Het verplaatsen van de aandacht in de Aanbestedingswet van de procedures rond aanbestedingen naar het inhoudelijk resultaat van de aanbestedingen zelf kan veel opleveren. En met een volume van 120 miljard euro aan overheidsinkopen kan dat een enorme impuls aan onze economie betekenen.

Hoogleraar inkoopmanagement

Universiteit Twente

www.utwente.nl

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels