artikel

juridisch De curator als aannemer

bouwbreed

De afgelopen tijd is een aantal grote aannemers failliet gegaan. Deze aannemers hadden op het moment van faillietverklaring nog diverse projecten in portefeuille. Wat is de rechtspositie van opdrachtgevers als de curator besluit deze projecten af te maken?

In het geval van faillissement van de aannemer blijft de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de aannemer in beginsel van kracht (tenzij in de overeenkomst anders is bepaald). Uit de Faillissementswet volgt dat de opdrachtgever aan de curator schriftelijk een redelijke termijn kan stellen, waarbinnen de curator moet verklaren of hij de overeenkomst wil nakomen. Verklaart de curator de overeenkomst niet te willen nakomen, dan verliest de curator het recht om zelf nakoming van de overeenkomst te vorderen (in dit geval: betaling van de aanneemsom). De opdrachtgever kan in dit geval een andere aannemer inschakelen. Indien de curator hierover niet binnen een redelijke termijn een beslissing neemt, dan wordt verondersteld dat hij niet bereid is de overeenkomst na te komen.

Indien de curator zich wel bereid verklaart de bouw te voltooien, dan is hij verplicht zekerheid te stellen voor de nakoming. De vraag rijst wat de omvang van die zekerheid moet zijn. Stel dat een failliete aannemer de bouw van een bedrijfspand met een totale aanneemsom van 4 miljoen euro, reeds voor 3 miljoen euro heeft voltooid. Moet de curator dan zekerheid stellen voor de restantsom van 1 miljoen euro of voor het volledige bedrag van de aanneemsom van 4 miljoen euro? Een uitspraak van de rechtbank Leeuwarden uit 1926 geeft het antwoord op deze vraag. In deze zaak had de curator de bouw van een bedrijfspand afgemaakt, maar dit pand stortte vervolgens vlak vóór oplevering in. De rechter oordeelde dat de opdrachtgever zich op de gestelde zekerheid kon verhalen, maar geen andere vorderingen tegen de boedel kon instellen.

Dit betekent in het voorbeeld dat als de opdrachtgever slechts zekerheid zou accepteren voor de resterende 1 miljoen euro en het bedrijfspand zou instorten net voor de oplevering, de opdrachtgever zich kan verhalen op de zekerheid van 1 miljoen euro. Voor de resterende 3 miljoen euro schade geldt hij als concurrent schuldeiser in het faillissement en ontvangt hij normaal gesproken niets. Ons advies aan iedere opdrachtgever wiens aannemer failliet gaat, is dan ook om van de curator altijd zekerheid te eisen voor de volledige aanneemsom. De opdrachtgever die met een lagere bankgarantie akkoord gaat, loopt anders aanzienlijke financiële risico’s.

Advocaat werkzaam op de sectie Corporate, Commercial & Litigation van Boekel De Nerée te Amsterdam

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels