artikel

Schade door onderaannemer

bouwbreed

Als de onderaannemer schade toebrengt aan percelen die grenzen aan het perceel waaraan de hoofdaannemer werkt, kan de vraag rijzen wie (aannemer of onderaannemer) aansprakelijk is voor die schade. In een op 10 oktober verschenen uitspraak van de Rechtbank Dordrecht (14 september 2011, LJN BT7072) was deze vraag aan de orde.

De onderaannemer ontving in 2009 van aannemer de opdracht om in een pand naast het woonhuis van eisers de gehele beganegrondvloer te verwijderen. Bij uitvoering van die opdracht werd echter meer gesloopt dan de bedoeling was. Eisers stellen dat scheuren in wanden van hun woning zijn ontstaan door gebonk tegen de muren en trillingen als gevolg van de werkzaamheden. Een deskundigenonderzoek bevestigt dat dit zeer aannemelijk is. Eisers baseren hun vordering op een onrechtmatige daad van onderaannemer waarvoor aannemer volgens eisers jegens hen aansprakelijk is.

De rechtbank komt allereerst tot het oordeel dat de onderaannemer onzorgvuldig handelde, omdat de onderaannemer noch de aannemer nader heeft onderzocht of mogelijke schadelijke effecten te verwachten waren van de werkzaamheden. Bovendien is geen overleg gevoerd met omwonenden. Onder meer omdat de sloopwerkzaamheden verder gingen dan de bedoeling was, mocht de onderaannemer er niet zonder meer van uitgaan dat schade bij omwonenden zou uitblijven.

Nu onrechtmatig handelen door de onderaannemer vaststaat, is de volgende vraag of de aannemer ook voor dat handelen van de onderaannemer aansprakelijk is. Die vraag wordt beheerst door art. 6:171 BW. Hieruit blijkt dat de werkzaamheden door de niet-ondergeschikte moeten zijn uitgevoerd ‘ter uitoefening van het bedrijf van de opdrachtgever’. Aan deze eis van ‘eenheid van onderneming’ is niet snel voldaan, zo blijkt uit het arrest Delfland/Stoeterij van de Hoge Raad (HR 21 december 2001, NJ 2002, 75).

In bepaalde situaties, zoals vervoer van materialen door een leverancier van een aannemer, of de uitvoering van bouwwerkzaamheden door de aannemer in opdracht van de gebouweigenaar, zal niet snel sprake zijn van eenheid van onderneming.

Van de sloopwerkzaamheden door de onderaannemer in Dordrecht was echter duidelijk dat deze werden uitgevoerd ter uitoefening van het bedrijf van de aannemer. In de parlementaire geschiedenis wordt uitvoering van bouwwerkzaamheden in onderaanneming zelfs als voorbeeld aangehaald van een situatie waarin art. 6:171 BW toepassing kan vinden, indien schade ontstaat bij derden.

Het oordeel van de rechtbank Dordrecht luidde dan ook dat de aannemer de volledige schade dient te vergoeden.

Juridisch stafmedewerker Instituut voor Bouwrecht, Den Haag

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels