artikel

octrooiKnopen in plaats van leidinggoten

bouwbreed

De vloeistofslangen van een zonnecollector die in een dak is weggewerkt, kunnen technisch en esthetisch het beste in toegankelijke knooppunten worden aangesloten op de aan- en afvoerleidingen.

Er bestaan diverse soorten zonnecollectoren waarmee de warmte van de zon kan worden gebruikt voor verwarmen van water via een warmtewisselaar. Vervolgens is dit water bruikbaar als warm tapwater, eventueel na verdere opwarming met een warmtepomp of combiketel. Daarnaast kan de zonnewarmte in de zomer worden weggesluisd naar een warmte- en koudeopslagsysteem (wko) in de bodem, om ze in de winter weer tevoorschijn te kunnen halen.

De eerste zonnecollectoren leken nog het meest op een verzameling evenwijdig lopende zwarte tl-buizen, maar tegenwoordig zijn er varianten met meanderende slangen, geïntegreerd in de dakbedekking van het gebouw. Deze uitvoeringen hebben als voordeel dat ze niet opvallen en dat ze een pand in de zomer ook kunnen koelen. Een voorbeeld is het ‘Energiedak’, ontwikkeld door André Schiebroek, directeur-eigenaar van SolarTech International. Het systeem heeft vloeistofslangen die zijn gevat in aluminium collectorplaatjes. Het geheel is geïntegreerd in 30 millimeter dikke panelen die zijn vastgezet op een vlak of licht hellend dak en zijn afgewerkt met een sterk warmte absorberende kunststof dakbedekking. Ongeveer twee jaar geleden werkte Schiebroek zijn systeem verder uit tot het ‘Energiedak-Plus’, waarbij op het Energiedak een laag flexibele zonnecellen wordt vastgezet. Door de koeling aan de onderzijde kunnen deze in zomertijd de energie van de zon efficiënter omzetten in elektrische energie. In de winter zijn de slangen te gebruiken om de zonnecellen sneeuw- en ijsvrij te maken, zodat ze ook onder die omstandigheden voldoende licht kunnen opvangen.

“In een eerdere versie van mijn vinding gebruikte ik leidinggoten voor het aansluiten van de vloeistofslangen op de aan- en afvoerleidingen naar de technische ruimte in het gebouw, maar die oplossing was niet flexibel genoeg en sommige architecten vonden het ook niet mooi”, aldus Schiebroek. Hij ontwikkelde zogenoemde ServiceUnits waarop de vloeistofslangen uit maximaal 96 vierkante meter dakoppervlak rondom dit knooppunt met rvs-koppelingen worden aangesloten op de aan- en afvoerleidingen. Deze leidingen zijn weggewerkt in de isolatie onder de panelen. Per unit gaat het om acht vloeistofslangen van 100 meter lengte, die elk 12 vierkante meter dak bestrijken. Dat komt dus neer op zestien koppelingen en acht ontluchters die handig zijn geconcentreerd in één enkele ServiceUnit van 80 bij 80 centimeter. De unit oogt als traditionele lichtkoepel, maar geheel uitgevoerd in zwart acrylaat. Schiebroek: “Ze maken het systeem flexibeler en makkelijker toepasbaar. En controle van de koppelingen kan in een paar seconden.”

octrooinummer: NL2004215

houder: SolarTech, Eindhoven (www.energiedak.nl)

uitvinder: A. Schiebroek

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels