artikel

Voordelen van beperkte verlenging

bouwbreed Premium

In aanbestedingsland is het inmiddels gemeengoed dat in het geval een aanbestedende dienst een gunningsbeslissing heeft genomen, gedurende een termijn van (meestal) vijftien dagen een kort geding aanhangig kan worden gemaakt. De partij die deze termijn ongebruikt laat verstrijken verliest zijn recht om in een later stadium nog tegen de gunningsbeslissing op te komen.

In de praktijk gebeurt het wel dat deze vervaltermijn van 15 dagen wordt verlengd. Meestal gebeurt dat in het geval een protesterende inschrijver met steekhoudende argumenten op de proppen komt en de aanbestedende dienst hier serieus naar wil kijken. De inschrijver zit echter op hete kolen omdat de tijd doortikt en voor het aanhangig maken van een kort geding toch nog wel wat stappen ondernomen moeten worden. Er moet een datum worden gevraagd bij de rechtbank, de deurwaarder moet op pad om de dagvaarding op tijd te betekenen en het is nogal risicovol wanneer dit allemaal op het allerlaatste moment dient te gebeuren. Wat is er dan praktischer wanneer de aanbestedende dienst de Alcateltermijn met bijvoorbeeld een week verlengt zodat de aanbestedende dienst de tijd heeft om een fatsoenlijk gemotiveerd besluit te nemen en vervolgens de teleurgestelde inschrijver nog tijd genoeg heeft om alsnog een kort geding te starten.

In een zaak die voor de rechtbank Den Haag diende, speelde deze discussie. De gemeente had de termijn verlengd wat uiteindelijk niet leidde tot een voor de teleurgestelde inschrijver bevredigend antwoord. Deze besloot daarop alsnog een kort geding te starten. De winnende partij in de aanbesteding voegde zich in het kort geding om zijn winnende inschrijving te verdedigen en betoogde dat de teleurgestelde inschrijver te laat was omdat hij de termijn van vijftien dagen had laten verstrijken. Hij beriep zich daarbij in het bijzonder op het transparantiebeginsel. Zo’n termijn is er niet voor niets en je weet niet meer waar je aan toe bent wanneer die termijn zo maar wordt verlengd, zo werd gesteld. Hierop overwoog de rechter dat het inderdaad zo is dat de inschrijver aan wie voorlopig is gegund er in beginsel op mag vertrouwen dat, indien niet binnen die termijn door de andere inschrijvers wordt geprotesteerd, de voorlopige gunning kort daarop in een definitieve gunning kan worden omgezet. De inschrijver aan wie voorlopig is gegund, heeft dus belang bij een strikte toepassing van de vijftien dagen termijn. Anderzijds kunnen er in het kader van de afwikkeling van de aanbestedingsprocedure met een afgewezen inschrijver, voordelen zijn verbonden aan een (beperkte) verlenging van de vervaltermijn, zoals het alsnog wegnemen van bezwaren bij de gepasseerde inschrijver waardoor deze afziet van het voeren van een procedure in kort geding. Ook de winnende inschrijver kan van deze gang van zaken profiteren. De rechtbank voegde daar nog aan toe dat niet vergeten moet worden dat door het verlengen van de termijn ook aan de teleurgestelde inschrijver het vertrouwen is gewekt dat hij de tijd zou krijgen om zijn bezwaren aan te voeren en zo nodig daarna nog een kort geding aanhangig te maken. De rechter vond dat daaraan niet voorbij mocht worden gegaan en dat ook het belang van deze inschrijver uitdrukkelijk diende te worden meegewogen.

Alhoewel dit niet de eerste uitspraak is op dit terrein, is het een belangrijke onderstreping dat het niet verboden is de ‘Alcateltermijn’ te verlengen. Dat er ruimte is om praktisch om te gaan met deze termijn is van groot belang. Het geeft immers lucht om verstandige beslissingen te nemen. En dat is niet onbelangrijk bij aanbestedingen waar doorgaans grote belangen spelen.

Sectie Bouw en Vastgoed

Bierman Advocaten

Tiel

Reageer op dit artikel