artikel

‘Vernieuwing Bouw is verkwisting’

bouwbreed Premium

‘Vernieuwing Bouw is verkwisting’

“Vernieuwing Bouw, de opvolger van de Regieraad, is geldverspilling.” Tot dat harde oordeel komt Piet Oskam. “Dit keer gaat voorzitter Martin van Pernis vanaf de zijlijn naar de sector roepen dat het anders moet, maar dat zal vooral weerstand oproepen.”

Oskam, directeur van het
Centrum voor Innovatie van
de Bouwkolom (CIB)
vindt dat de doorstart van het nieuwe platform, die
vanuit ambtelijke gedachten wordt aangestuurd, wat hem betreft verkwisting is.
“En het verstoort de vrije markt. Laat toch duizend bloemen bloeien vanuit de
sector zelf. Bottom-up en vanuit de praktijk. Na drie jaar zou Regieraad I
stoppen, waarbij voorzitter Hovers het best aardig deed. Daarna nam Blankert het
stokje over en nu zal voor de derde keer top-down vanaf de Haagse toren worden
geblazen. Als ‘Den Haag’ een bijdrage wil leveren kunnen ze beter nadenken over
het formuleren van innovatieve opdrachten en niet meer selecteren op de laagste
prijs.” Het verbaast Oskam dan ook niets dat organisaties als
BNA en
VNG weigeren mee te betalen aan
de nieuwe organisatie.

Profiteren

“De sector zit te wachten op initiatieven waar ze direct zelf van profiteren.
Bouwend Nederland heeft al moeite om zijn leden vast te houden. Niemand zit te
wachten op weer een nieuwe organisatie die constateert dat het anders moet, want
bouwclubs zijn er genoeg”, verwoordt Oskam zijn zorgen.

Kernpunten

Met de kernpunten van ketendenken, duurzaamheid en cultuuromslag is hij het
overigens eens, al had hij ze zelf acht jaar terug ook al op een rijtje gezet.
In zijn visie zal er echter een hele generatie overheen gaan voordat het
integraal denken in de bouw zal beklijven. “Na vijf jaar zal Van Pernis ook tot
die conclusie moeten komen.” De directeur vindt dat hij recht van spreken heeft
omdat hij gelijktijdig met de Regieraad I het CIB oprichtte. “Kijk naar het
resultaat na acht jaar en constateer met eigen ogen dat bottom-up werkt en
top-down nauwelijks. En in mijn organisatie is nooit een cent belastinggeld
gepompt terwijl de Regieraad er 14 miljoen euro doorheen heeft gejaagd”, zegt
hij enigszins verontwaardigd. In de nasleep van de bouwfraude­affaire was de
hiërarchische bouwkolom toe aan vernieuwing. Met verbazing constateerde Oskam
dat niemand zich bekommerde om de bouwkolom in zijn geheel en in dat gat in de
organisatiemarkt is hij gesprongen. Met succes richt zijn centrum zich op de
koplopers in het middensegment van de burgerlijke & utiliteitsbouw en helpt
bouwers en installateurs met nieuwe concepten en nieuwe partners. “Wie kiest
voor een integrale benadering vanuit de klant kan niet uit de voeten met het
traditionele bouwproces of oude partners. Dat werkt gewoon niet.” Oskam loopt
dagelijks in de praktijk aan tegen architecten en ontwerpers die niet bereid
zijn vanuit de klant te denken. “Maximaal 10 procent is bereid mee te denken
over de periode dat een pand moet worden gebruikt en onderhouden. Tegelijk komt
in de ontwerpfase al 80 procent van de bouwkosten vast te liggen.”

Hokjesdenken

Ook adviesbureaus hebben de neiging vanuit hun eigen hokje te denken. “Ik
roep al acht jaar dat we de muren binnen de bouwkolom moeten slopen”, verwijzend
naar de uitspraak van Van Pernis. Inmiddels zijn er 500 actieve deelnemers die
elkaar via het centrum vinden en bereidt zijn voor die service te betalen. En nu
wil Vernieuwing Bouw, tot grote ergernis van Oskam, precies dat concept
introduceren met het oog op de toekomst. “Eigenlijk zie ik ze niet als
concurrent, want ik heb ze nog nooit kunnen betrappen op eigen ideeën. Toch
stoort het me.” Ook Oskam merkt de trend op dat sommige bouwers in hun oude
fouten vervallen. In zijn optiek houden Overijssel en Limburg het meest vast aan
vertrouwde tradities. Juist in die provincies krijgt hij alleen voet aan de
grond door ‘couleur locale’ erbij in te schakelen. “Zonder lokaal accent kom je
niet binnen. Die ruimte voor traditie kan er best zijn, maar uiteindelijk zal de
hele bouwkolom omgaan en dat zal in Limburg een jaar of vijf later zijn dan in
de rest van het land. De toekomstige concurrentie speelt zich niet af tussen
bouwproducten, maar tussen bouwconcepten.”

Reageer op dit artikel