artikel

Handhaving asbestregels geen prioriteit binnen gemeenten

bouwbreed Premium

De verwijdering van asbest uit huizen en bedrijfspanden gebeurt in vijftig tot tachtig procent van de gevallen illegaal. Alarmerende cijfers die ingewijden amper behoeven te verbazen, vinden Wim Schuller en Frank Woreel.

Een van de conclusies uit het nog niet openbaar gemaakte rapport ‘Naleving
Asbestregels’, dat Bureau Bartels in opdracht van de ministeries van SZW en VROM
heeft opgesteld, luidt dat de verwijdering van asbest uit huizen en
bedrijfspanden in vijftig tot tachtig procentvan de gevallen llegaal gebeurt.
Deze alarmerende cijfers, maken nieuwsgierig naar de gehanteerde
onderzoeksmethode, maar behoeven ingewijden amper te verbazen. In datzelfde
rapport worden eveneens twijfels geuit over het nut van de certificerende
instellingen en over hun werkwijze. Is een saneringsbedrijf door de rechter
eenmaal veroordeeld, dan worden de keurmerken helemaal niet ingetrokken. Voor
het certificaat worden alleen de gevolgde procedures op papier gecontroleerd.
Voorlopig blijft het gissen naar de redenen waarom het rapport ‘Naleving
asbestregels’ niet per direct is openbaar gemaakt. Naar aanleiding van het in
2007/2008 door de Algemene Rekenkamer uitgebrachte rapport ‘Ketenbesef op de
werkvloer’ was immers door de minister van VROM mede namens haar ambtgenoten van
SZW, Justitie en van V en W aangegeven transparant te willen zijn over de
handhavingscapaciteit. Kennelijk deinsde men er op de ministeries voor terug om
de (voorlopig) onoplosbaar geachte capaciteitstekorten kenbaar te maken. Door de
consequenties van capaciteitsgrenzen zichtbaar te maken, speelt men de malafide
asbestsaneerders immers alleen maar verder in de kaart. Op grond van de reactie
van een woordvoerder van het ministerie van VROM moet worden aangenomen dat
‘Naleving Asbestregels’ niet veel meer nieuws bevat dan in de eerder verschenen
rapportage van de Algemene Rekenkamer ‘Ketenbesef op de werkvloer’ is vermeld.
De asbestproblematiek laat zich – mede op basis van dit rapport – in een vijftal
punten samenvatten.

Handhavingsniveau

In de asbesthandhavingsketen vindt de beoogde structurele afstemming,
informatie-uitwisseling en eenheid van optreden thans nog onvoldoende plaats
(1). Het handhavingsniveau is niet in overeenstemming met de geringe naleving
van de asbestregelgeving door sloopbedrijven (2). De handhaving van de
asbestregelgeving heeft geen prioriteit binnen gemeenten (3). De wijze waarop de
verstrekking van asbestverwijderingscertificaten aan bedrijven is geregeld, is
niet onomstreden (4). Het transport van asbest is de lastigst te controleren
schakel binnen de keten. Vanaf het moment van transport is gesloopt asbest nog
maar moeilijk te traceren. (5). In dit eerste artikel zal op de punten (1) en
(2) kort worden ingegaan. Ten aanzien van het ‘gebrek aan ketenbesef’ (1) kan
worden opgemerkt dat de belangrijkste instanties (‘ketenpartners’) die in de
handhavingsketen rond asbestverwijdering een rol vervullen (zoals gemeenten,
provincies, asbestinventarisatiebedrijven, asbestverwijderingsbedrijven, de
Inspectie Werk en Inkomen, de VROM-Inspectie, de Arbeidsinspectie en de
Inspectie Verkeer en Waterstaat) – ondanks opgestelde projectplannen,
bestuursovereenkomsten, convenanten en uitvoeringsmethodieken – geen duidelijk
zicht op elkaars rollen hebben, en geen gemeenschappelijk ketendoel voor ogen
staat. Men kan zich afvragen of er niet te veel partners in de keten zijn. Zo
heeft de Arbeidsinspectie aangegeven dat het maken van goede werkafspraken met
gemeenten over asbesthandhaving onmogelijk is, omdat het om meer dan 400
gemeenten gaat. De met de handhaving van de asbestregelgeving betrokken zijnde
ketenpartners constateren eensgezind dat menig sloopbedrijf het niet zo nauw
neemt met de naleving (2) van de regels. Precieze gegevens over de mate van
naleving ontbreken. Men kan zich enkel baseren op quick scans en globale
aanwijzingen over het aantal calculerende bedrijven die zich weinig gelegen
laten liggen aan de asbestregels. Deze indicaties hebben uiteraard uitsluitend
betrekking op wat er gebeurt in het legale circuit, dat wil zeggen: bij
sloopactiviteiten waarvoor een sloopvergunning is aangevraagd en een melding aan
gemeente en/of Arbeidsinspectie is gedaan. Daarnaast is er echter nog een aan
het gezicht onttrokken illegaal circuit: sloopactiviteiten zonder
sloopvergunning en melding. Volgens de Arbeidsinspectie, de VROM-Inspectie en
het OM zitten de grootste risico’s voor de naleving en volksgezondheid niet
zozeer in het legale, maar vooral in dit illegale circuit. De
handhavingspartners zijn vanwege de beperkte handhavingscapaciteit en de
complexiteit van de wetgeving niet in staat het handhavingsniveau op het peil te
brengen dat benodigd is om de geringe mate van naleving het hoofd te bieden.
Gemeenten, Arbeidsinspectie, VROM-inspectie, provincies enz. zien weliswaar als
ketenpartner in de handhavingsketen toe op het asbestverwijderingsproces, maar
hebben daarnaast nog tal van andere verantwoordelijkheden en verplichtingen te
vervullen.

Wim Schuller en Frank Woreel
Juristen verbonden aan onder meer het Platform Asbest-verwijdering

Volgende week verschijnt deel 2 over het rapport ‘Naleving
Asbestregels’.

Reageer op dit artikel