artikel

Vooroordeel nekt beter bouwtoezicht

bouwbreed

Er bestaan veel vooroordelen over publieke en private partijen. Denken in deze vooroordelen staat samenwerking in de weg bij de zoektocht naar een beter bouwtoezicht. Dit stelt Jeroen van der Heijden, die maandag hoopt te promoveren op dit onderwerp.

Gemeenteambtenaren zijn incapabel en in het bouwbedrijfsleven werken alleen
maar schurken. Dit zijn vooroordelen waar voor- en tegenstanders van de adviezen
van de commissies Mans en Dekker elkaar mee om de oren slaan. Beide adviezen
bevatten goede punten, maar leiden afzonderlijk niet tot effectiever en
efficiënter bouwtoezicht. Mijns inziens wordt te veel aandacht besteed aan de
aanbodzijde van het bouwtoezicht en te weinig aan de vraagzijde. Beter kan het
aanbod worden aangesloten op de vraag. Dit zal leiden tot een combinatie van
publiek en privaat bouwtoezicht. Maar dat gaat verder dan een combinatie van de
adviezen van de commissies. Over de aanbodzijde van het bouwtoezicht wordt het
meest gediscussieerd: wie gaat de bouwplantoetsing, de vergunningverstrekking en
het buitentoezicht uitvoeren? Kiezen we voor gemeentelijke afdelingen, regionale
omgevingsdiensten, gecertificeerde partijen, of pakt de markt het zelf op?

Vraagzijde

Elke organisatievorm heeft zijn sterktes en zwaktes. Gemeentelijke afdelingen
kennen de lokale context en de individuele klant, maar beschikken over
onvoldoende gekwalificeerd personeel. Regionale omgevingsdiensten kunnen door
hun grootte een goede mix maken in generalistisch en specialistisch personeel,
maar missen juist de aansluiting op lokaal niveau. Gecertificeerde partijen
bieden gespecialiseerd toezicht, maar blijven slechts een radertje in de verder
volledige publieke toezichtsmachine. En zelfregulering door de marktsector geeft
wellicht de juiste prikkels voor efficiënt toezicht, het geeft ook prikkels voor
fraude en corruptie wanneer publieke en financiële belangen te dicht bij elkaar
komen. Wat vaak mist in onderzoeksrapportages is zicht op wie er gebruik maakt
van bouwtoezicht en waarvoor. Kijkend naar de vraagzijde vallen tenminste twee
zaken op: het fundamentele verschil in eenvoudige en complexe bouwactiviteiten
en het fundamentele verschil in burger en bedrijfsleven. Eenvoudige
bouwactiviteiten (op-, aan-, uit- en verbouwingen van woningen) vragen vaak om
weinig specialistische kennis van bouwregelgeving. Over het algemeen zijn bij
deze bouwactiviteiten woning­eigenaars betrokken: de ‘gewone burger’. Zij zijn
vaak niet bekend met de bouwregelgeving en procedures omdat ze er hooguit een
paar keer in hun leven actief mee te maken krijgen. Ze hebben vooral behoefte
aan ondersteuning bij hun plannen en hulp in het toezichtsproces.

Praktijk

Complexe bouwactiviteiten (woongebouwen, grote woningbouwprojecten en
utiliteitsbouw) vragen vaak om zeer specialistische kennis. Over het algemeen
zijn bij deze bouwactiviteiten professionals uit het bouwbedrijfsleven
betrokken. Deze partijen zijn deels bekend met regelgeving en procedures omdat
het bouwen hun vak is. Ze hebben vooral behoefte aan specialistische kennis bij
het bouwtoezicht. Onder het huidige Nederlandse systeem lijkt door gemeentelijke
toezichthouders deze indeling ook al gemaakt te worden. De gewone burger wordt
in het toezichtsproces vaak bij de hand genomen. Gelijktijdig wordt van het
bouwbedrijfsleven verwacht dat men zelf de weg weet. Dat het bouwbedrijfsleven
verdient aan het ontwerpen, adviseren en bouwen lijkt reden te geven voor dit
onderscheid. Daarmee zijn we terug bij de aanbodzijde. Om een beetje te
chargeren: de gewone burger met haar/zijn eenvoudige klus vindt bij de gemeente
de juiste informatie en advies, het bouwbedrijfsleven vindt bij de gemeente een
gebrek aan specialistische kennis en soms onwil wanneer om hulp gevraagd wordt.
Ervaringen uit het buitenland laten zien dat door het combineren van publiek en
privaat toezicht de kracht van beide sectoren optimaal kan worden benut.
Specialistische gecertificeerde private parijen verzorgen zowel de plantoetsing
als het buitentoezicht bij complexe bouwactiviteiten. Hiermee kan essentiële
kennisoverdracht soepel plaatsvinden, waarmee privaat toezicht meer wordt dan
een radertje in een overheidsmachine. Gemeentelijke of regionale
overheidsorganisaties richten zich lokaal op eenvoudige werken (thans 80 procent
van alle vergunningsaanvragen in Nederland). Er is sprake van een harde knip in
het aanbod. Zowel het bouwbedrijfsleven als de gewone burger zal hiermee een
adequaat serviceniveau tegemoet kunnen zien. Door alleen te denken over de
aanbodzijde van het bouwtoezicht, maakt dat partijen elkaar over en weer om de
oren slaan met de bekende vooroordelen over publiek en privaat. Door te denken
vanuit de vraagzijde kan aan deze vooroordelen voorbij worden gegaan en een
daadwerkelijk effectiever en efficiënter bouwtoezicht worden opgezet.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels