artikel

Op eigen houtje

bouwbreed

Zenuwachtig hadden ze de knoop doorgehakt. Ja gezegd tegen de grootste investering ooit. Een huis gekocht. Een huis dat nog gebouwd moest worden.

Spannend, in deze tijd. Moeilijk, vanaf een tekening. Hoe zou het zijn om de
ruimte straks te beleven? Hoe zou dat voelen? De communicatie met de bouwer liep
nogal moeizaam. Gelukkig was er een kopersbegeleider, want anderen konden ze
slecht bereiken. En slecht verstaan. Pilaren heetten kolommen. Stopcontacten
heetten wandcontactdozen. En hun mooie, grote, dure huis werd pandje genoemd.
Lastig was het dat ze zelden mochten gaan kijken hoe het stond, met hun grootste
investering ooit. Op een morgen belde hij de bouwer. De avond tevoren had hij de
verleiding niet kunnen weerstaan, er was een gat in de omheining, waardoor hij
hun paleis in wording kon bekijken. Het werd prachtig. De bouw was vergevorderd;
nog geen stromend water, maar wel sanitair. Mooi! Jammer dat het toilet op de
etage al in gebruik was genomen. Smerig, hoor. Toch een vorm van onteren, vond
hij. Dus bellen, melden. Zodat men het schoon kon laten maken en beter af kon
sluiten. Tot zijn schrik kreeg hij een tirade te verwerken van de kant van de
bouwer. Of hij gek was geworden? Of hij het voortaan uit zijn hoofd wilde laten
om het pandje te gaan bekijken op eigen houtje? Of hij wel wist hoeveel
administratieve ellende de bouwer op zijn dak kreeg als een bewoner in dat
pandje van de trap af viel en iets brak? De bouw is intussen voltooid, de
oplevering kende achttien ‘opleverpuntjes’. De koper werd achter zijn rug, maar
later ook in zijn gezicht moeilijk genoemd. Zijn vrouw en hij zijn nu tevreden
met hun huis, hoewel nog altijd niet alle ‘puntjes’ zijn verholpen. Maar ze
waarschuwen wel iedereen in hun omgeving voor ‘hun’ bouwer.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels