artikel

Experimenteren is geen verspilling

bouwbreed Premium

De directeur van het Centraal Bureau Bouwtoezicht CBB keert zich tegen het onderzoek naar nieuwe modellen van Bouwtoezicht dat minister Van der Laan heeft aangekondigd. Gert-Jan van Leeuwen reageert.

Pieter Plass is een strijdbare ondernemer. Door het Bouwbesluit aangestuurde
NEN-normen moeten gratis, vindt hij. Hij heeft zijn doel nog niet bereikt, maar
“Minister Van der Laan (wonen) hoopt in september te kunnen vertellen of
NEN-normen gratis en online ter beschikking kunnen worden gesteld. Hij wilde er
donderdagavond laat (2 juli 2009) nog geen uitsluitsel over geven.” (Cobouw d.d.
4 juli 2009). We zijn benieuwd. Deze week dook Plass op het Plan van Aanpak voor
de aanbevelingen van de Commissie Dekker. “Ik mis daadkrachtig optreden, zie
vooral veel onderzoek, getest, geëxperimenteer, weer een onderzoek, een
aanbeveling en zo hobbelt het maar door, jammer.” Hij zegt bovendien al jaren
ervaring te hebben met één van de drie modellen, die Van der Laan nu in praktijk
laat toetsen. Hij doelt op een digitaal logboek voor uitvoerders. Het is hem
blijkbaar ontgaan dat de Commissie Fundamentele Verkenning Bouw onder leiding
van ex-minister Dekker zelf al voorstelde om haar aanbevelingen te testen in
concrete experimenten en niet via ideologische debatten. Voormalig minister
Vogelaar omarmde dat experimenteervoorstel. Door haar plotselinge vertrek heeft
het Plan van Aanpak helaas veel te lang op zich laten wachten, maar nu is het er
dan toch. Ondanks het feit dat haar opvolger Van der Laan wel wat ‘ideologische
bedenkingen’ heeft en de Tweede Kamer eind 2008 weinig enthousiast was over de
aanbevelingen.

Onderzoeken

Experimenteren is dus geen verspilling, maar behoedzaam en pragmatisch
onderzoeken hoe we kunnen komen tot een andere rolverdeling tussen private en
publieke partijen. Doel is daarmee ideologische argumenten te ontzenuwen via
praktisch bewijs van wat er wel en niet mogelijk is. Dat is geen verspilling,
maar een concrete inspanning om het democratisch proces richting te geven. Waar
Plass vervolgens pleit voor CBB’s eigen digitale logboek, ontaardt zijn kritiek
in platte kinnesinne. Wat hij over dat logboek meldt, klinkt op zich heel goed,
maar hij mist de essentie van het experiment dat nu op komst is. Die essentie
is, dat enkele bouwbedrijven het door de Vereniging BWT Nederland ontwikkelde
(web-based) Toezichtprotocol gaan gebruiken voor hun eigen kwaliteitscontrole en
de betreffende gemeente steekproefsgewijs en via internet meekijkt. De centrale
vraag is in hoeverre op die manier het publiekrechtelijke toezicht kan worden
beperkt. Dat is dus een heel concreet onderzoek naar de grenzen van Dekkers
motto “Privaat wat kan, publiek wat moet.” Dit Toezichtprotocol werkt bovendien
met door het gemeentebestuur vastgestelde niveaus, die sturen op diepgaander
toezicht naarmate het maatschappelijk risico van een gebouwaspect groter is. CBB
is een gerespecteerd toezichthouder uit naam van de private opdrachtgever van
het bouwwerk. Die laatste wil de kwaliteit krijgen waarin bestek en aanneemsom
voorzien. Dat doel overlapt deels het doel van de bouwregelgeving, die we immers
met z’n allen bij elkaar gepolderd hebben, maar het is niet hetzelfde. Het
experiment dat wij samen met Bouwend Nederland gaan doen, probeert beide doelen
te bundelen. Wellicht volgt uit het experiment, dat deze bundeling prima kan
mits naast de niveaugestuurde publiekrechtelijke benadering wat extra ruimte
wordt ingebouwd voor zaken die los daarvan voor de opdrachtgever van belang
zijn. Als dat zo is zou Plass zich toch snel moeten bekeren van tegenstander tot
bondgenoot.

Reageer op dit artikel