artikel

Nieuwe voorspellingen

bouwbreed Premium

De spanning wordt steeds verder opgevoerd. Opeenvolgende voorspellingen over de economische ontwikkeling en de vooruitzichten voor de bouwproductie leveren een steeds somberder beeld op. Niet alleen het Centraal Planbureau (CPB) publiceert prognoses, ook steeds meer banken komen regelmatig met een update van eerdere vooruitberekeningen.

Voor de bouw kwam het Economisch Instituut voor de Bouwnijverheid (EIB) met
een bijstelling. Die bijstellingen geven aan dat de werkelijkheid de eerder
bestaande inzichten achterhaalt. De grote boosdoener is de veel grotere krimp
van de wereldhandel dan oorspronkelijk gedacht werd.

Dat is niet iets dat je snel in je omgeving opmerkt. En het is ook nauwelijks
voorstelbaar dat volgend jaar rond deze tijd in Nederland 800.000 werklozen
zullen worden geteld en dat in de bouw 50.000 arbeidsplaatsen zijn verdwenen.
Hoe zal de stand zijn bij de volgende ronde van voorspellingen op de Derde
Dinsdag in september? Is er dan sprake van stabilisatie, zijn er plusjes in
zicht of worden de mintekens nog vetter? Niemand die het kan zeggen. De meer dan
gebruikelijke onzekerheid over de (nabije) toekomst zal een belemmering zijn
voor het realiseren van toekomstplannen en dus voor het beslissen om te
investeren. Dit geldt voor individuen, zowel als bedrijven en andere
organisaties. Nog meer dan anders zal het gevoel een rol spelen bij dit type
beslissingen.

Historisch

De geraamde teruggang van de productie in dit en volgend jaar is historisch
en deed zich in Nederland na de Tweede Wereldoorlog nog niet voor. Aangezien de
voornaamste oorzaak buiten onze invloedsfeer ligt, kan de teruggang nauwelijks
worden gekeerd. De zeer kostbare stimuleringsuitgaven die de overheid doet,
kunnen het geweld van de teruglopende wereldhandel niet keren, hoogstens wat
verzachten. Intussen leggen deze -niet met de economische ontwikkeling in de pas
lopende- extra uitgaven een grote claim op de toekomst. De discussie over de
noodzaak van het terugdringen van de staatsschuld met het oog op de
vergrijzingproblematiek verbleekt er bij. Tegelijk leert het de betrekkelijkheid
van de verkenningen en berekeningen over wat ons over tien, twintig of dertig
jaar te wachten staat. De werkelijkheid wil zich niet voegen naar de nota’s en
het uitgestippelde beleid.

Betekent dit dat je geen pogingen meer moet doen om de toekomst te verkennen?
Of beslissingen op basis van die verkenning te funderen? Heeft het nog zin om
een bedrijfsplan op te stellen als kennelijk van de ene op de andere dag je
afzet voor een kwart of meer kan wegvallen? Veel mensen zullen zich deze vragen
stellen. Een gemakkelijk antwoord is niet mogelijk. Achtereenvolgende prognoses
blijken geen werkelijkheid te worden. In plaats van te groeien krimpt de
economie zeer fors. Een forse teruggang is zogezegd een uitzonderlijke
gebeurtenis. Meestal wordt het pad van de geleidelijkheid gevolgd. Binnen zekere
grenzen geven voorspellingen dan richting en zijn een goed hulpmiddel voor het
bedrijfsbeleid. Al is het maar omdat je gedwongen wordt systematisch over de
verschillende onderdelen van dat beleid na te denken. De voorspelling geeft een
richtpunt en de beoordeling daarvan is onderdeel van de risicoanalyse.

Maar ik kan me goed voorstellen dat de gebruikers van prognoses zich compleet
op het verkeerde been gezet voelen. Hoe zullen de opstellers van de prognoses
zich voelen?

Reageer op dit artikel