artikel

‘Bouw heeft vernieuwende jongeren hard nodig’

bouwbreed Premium

‘Bouw heeft vernieuwende jongeren hard nodig’

Dick van den Heuvel Vernieuwingsgezinde jongeren hebben het zwaar bij grote bedrijven in de bouwsector, zegt Dick van den Heuvel, voorzitter van Jong Bouwend Nederland. Maar, redeneert hij, ze moeten zich beseffen dat hun positie niet symbool staat voor de hele sector: “Er zijn genoeg bedrijven waar wel een frisse wind waait.”

De 34-jarige Van den Heuvel herkent zich grotendeels in het beeld dat Tom
Vroemen, voorzitter van De NieuwBouw, in april in Cobouw schetste. Volgens
Vroemen is de bouw star en keren jonge talenten daarom de sector de rug toe. Van
den Heuvel is het echter niet helemaal met Vroemen eens: “Het klopt dat jongeren
gefrustreerd raken van de muren waar ze binnen grote organisaties tegenop lopen.
Maar dat de hele bouwsector star is, klopt niet. Jongeren moeten meer oog hebben
voor de middelgrote en kleine bedrijven. Daar is veel meer ruimte voor
vernieuwing. En denk eens aan het starten van een eigen bedrijf. Daar loop je
niet tegen muren op want je bent eigen baas.” Vroemen merkte dat een
‘substantieel deel’ van zijn achterban zich afvroeg of de bouw nog wel wat voor
hen is. Die stemming proeft Van den Heuvel bij zijn achterban niet. “Onze
achthonderd leden bestaan voor een belangrijk deel uit ondernemers. Die hebben
bewust voor deze sector gekozen, de bouw is echt hun toekomstbeeld.”

Management

Dat er bij grote bedrijven weinig ruimte is voor vernieuwing, beaamt Van den
Heuvel. “Juist vernieuwing door een combinatie van techniek en management
ontbreekt. Jongeren in grote bedrijven hebben vaak drie lagen management boven
zich zitten. Oude bestuurders geven ze niet genoeg ruimte om innovatief te zijn.
De bouwer van de toekomst heeft een combinatie van innovatie en
ondernemerschap.” En die ruimte hebben jongeren juist nodig zegt hij. “Jongeren
van nu zijn onafhankelijker en individueler ingesteld dan vroeger. Ze zoeken
naar de ruimte om te innoveren, te veranderen.” De jongeren kijken anders naar
het management, meent Van den Heuvel. De bestuurders van nu zijn meestal in een
managementfunctie terechtgekomen omdat ze erg vakbekwaam waren. Ze waren volgens
hem bijvoorbeeld een goede uitvoerder en zijn zo doorgegroeid. Daardoor ligt de
focus bij de oudere generatie meer bij het eindproduct, stelt hij. Jongeren
hebben daarentegen vaak een managementopleiding gevolgd. Die zijn veel meer
bezig met vernieuwing in managementstructuren, denkt Van den Heuvel. Dat veel
bestuurders van nu geen managementopleiding achter de rug hebben verklaart
volgens hem mede de starheid van de bouw. “De bestuurders van nu hebben niet de
frisse kijk op managementstructuren die jongeren wel hebben. Jongeren zijn
tijdens hun opleiding daar veel mee beziggeweest, ze zitten al van jongs af aan
met hun neus in de managementboeken.” Dat vernieuwingsgezind werken in de
bouwsector wel mogelijk is, weet Van den Heuvel uit eigen ervaring. Hij startte
de afgelopen jaren drie bedrijven en hij is directeur van familiebedrijf Van den
Heuvel Werkendam.

Bevoorrecht

Hij beseft dat hij in een bevoorrechte positie verkeert. “Ik heb natuurlijk
makkelijk praten omdat ik hier als ‘zoon van’ een derde generatie ben
binnengekomen. Toch liggen er ook voor jongeren kansen een eigen bedrijf te
starten door bijvoorbeeld durfkapitaal te zoeken.” Maar dat jongeren er niet
voor kiezen een eigen onderneming te starten of aan de slag te gaan bij een
kleiner bedrijf begrijpt hij wel. “Voor jongeren die afstuderen, ligt al een
gebaand pad klaar. Er is een tekort aan werknemers. Grote bedrijven hebben
daarom erg goede banden met de scholen ontwikkeld. Vanuit school gaat iemand
stage lopen bij een groot bedrijf en kan daar dan vaak blijven werken. Zo komt
die student amper in aanraking met andere kanten van de sector.” Als die
jongeren zo onafhankelijk zijn, waarom bewandelen ze dan allemaal dat gebaande
pad naar de grote bedrijven? “Er hangt een verstikkende deken over de
arbeidsmarkt voor jongeren in de bouw. De omgeving werkt te veel als tunnel. Het
is erg moeilijk om daaruit weg te stappen en om je heen te kijken”, redeneert
Van den Heuvel. Volgens de voorzitter van Jong Bouwend Nederland is het
belangrijk dat de jongeren die tunnel weten te doorbreken: “We hebben die jonge
talenten nodig. Bij de grote bedrijven raken ze gefrustreerd, we moeten ervoor
zorgen dat ze niet de hele sector verlaten. Als ze als ondernemer gaan werken of
bij een kleiner bedrijf aan de slag gaan, kunnen ze hun vernieuwingsdrift veel
beter kwijt.”

Hele markt

Om dat te bereiken is het volgens hem belangrijk dat de scholen zich ervan
bewust worden dat ze studenten maar één kant opsturen. Dat ze niet de hele markt
aan hun studenten tonen. Daarnaast ziet Van den Heuvel een grote rol weggelegd
voor de Kamer van Koophandel. “De Kamer zou er veel meer op moeten wijzen dat
jongeren mogelijkheden hebben om een eigen bedrijf op te zetten.” Zelf werkt Van
den Heuvel over vijf jaar nog bij Van den Heuvel Werkendam, dat is zeker. Maar
of dat over twintig jaar nog steeds zo is, dat weet hij niet: “Het is niet meer
zo zonneklaar zoals dat bij mijn vader was toen hij mijn leeftijd had dat ik
hier tot mijn 65ste blijf werken. Dat ligt niet aan de bouw maar aan mijzelf. Ik
zie toch ook in andere sectoren veel uitdagingen, wat dat betreft ben ik een
kind van deze tijd.”

Reageer op dit artikel