Rijkswaterstaat wil snel gedragscodes
Volgens topman Bert Keijts worstelt Rijkswaterstaat nog steeds met de consequenties van zijn veranderde rol als opdrachtgever. Gemikt wordt niet alleen op samenwerking maar ook op eerlijk concurreren. Hetgeen bijvoorbeeld de positie van de ingenieursbureaus in een nieuw daglicht plaats."Traditioneel staan ingenieursbureaus de opdrachtgever bij om projecten voor te bereiden en de uitvoering te begeleiden", constateerde Keijts op het jubileumcongres van de 90-jarige ingenieursorganisatie ONRI. "Maar door de integrale contracten treedt in deze rolverdeling een verschuiving op. De ingenieursbureaus ondersteunen niet alleen de opdrachtgevers maar voortaan ook de bouwers".Rijkswaterstaat buigt zich vrijwel wekelijks over de vraag waar de nieuwe grenzen liggen. Wat is in relatie tot mededinging nog toelaatbaar? Liefst zou de overheid de ingenieurs eenvoudig voor de keuze stellen: of Rijkswaterstaat te helpen dan wel in opdracht van de inschrijver te werken. Sinds het Europese Hof in het voorjaar van 2005 besliste dat voorbereiders niet zo maar bij de uitvoering mogen worden uitgesloten, komt Rijkswaterstaat regelmatig in gewetensnood. Omdat het Hof in Luxemburg geen criteria gaf voor de beoordeling, moeten aanbesteders en marktpartijen zichzelf een weg banen uit de nieuwe problematiek.Voorbeelden van knelpunten genoeg.Een ingenieursbureau stelt in opdracht van Rijkswaterstaat specificaties op van een infraproject. Mag het bureau deelnemen in een combinatie die inschrijft op het werk? Wat zullen de andere inschrijvers daar van vinden.Ander geval: een holding vraagt of een dochterbedrijf in combinatie mag inschrijven terwijl een andere dochter betrokken is bij de voorbereiding. Ook pikant: een medewerker van een bureau betrokken bij de voorbereiding stapt over naar een inschrijven. Mag dat zo maar?Bert Keijts wil met een organisatie als de ONRI in discussie over zaken als geheimhouding en Chinese Muren. Het vertrouwen wordt versterkt door transparantie en integriteit. Daarom ziet Keijts voor de ONRI als brancheorganisatie een mooie rol weggelegd om zich te ontwikkelen tot een krachtige toezichthouder op een gedegen gedragscode.Knelpunten die volgens Keijts hoognodig om een oplossing vragen betreffen de transactiekosten, de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken en de ontwerpvrijheid. Het inschrijven op integrale projecten valt een stuk duurder uit en moet dus goedkoper kunnen. De te vinden werkwijze moet echter wel passen binnen het aanbestedingsrecht en mag de concurrentie niet beperken.De aansprakelijkheid voor gebreken in het ontwerp noemt Keijts een echt pijnpunt. "Door de opdracht integraal te formuleren, vervalt de mogelijkheid de aansprakelijkheid voor het ontwerp sterk te beperken. Om deze aansprakelijkheid te kunnen dragen, moet de markt zelf op zoek naar een geschikte kwaliteitsborging voor het ontwerp".Om zo groot mogelijke ontwerpvrijheid te scheppen, wil Keijts inschrijvers al bij infraprojecten betrekken voor de inspraak met de aanwonenden is afgerond. "Voor echte ontwerpvrijheid moeten we in een veel vroeger stadium aanbesteden. Van project tot project valt te bekijken in hoeverre eerdere betrokkenheid winst kan opleveren".Rijkswaterstaat intensiveert de eerste maanden van dit jaar het overleg met bouworganisaties over gedragscodes en de voorkoming van belangenverstrengeling. Doel is te komen tot een gedeeld vertrouwen over transparantie en integere concurrentie.