Groene Hart slechts een kortstondige oprisping
Het Groene Hart als ultiem symbool van Hollands polderlandschap heeft slechts tien jaar bestaan. Tot die conclusie komt hoogleraar Economische en Sociale Geschiedenis aan de universiteit van Groningen Pim Kooij.In vakblad Bijdragen en Mededingen betreffende de Geschiedenis van de Nederland ontmantelt Kooij het Groene Hart als een kortstondige oprisping die slechts duurde van 1990 tot de eeuwwisseling. Tijdens de kabinetten van Balkenende kreeg marktwerking de vrije loop en verdwenen spoorslags de rode en groene contouren van milieuminister Jan Pronk. Omdat bovendien de provincies en gemeenten grotere bevoegdheden ontvingen, bleef van het centrale beleid ten aanzien van het Groene Hart niet veel over. "In de studie Het Gedeelde Land van de Randstad, gemaakt door het Ruimtelijk Planbureau, wordt van de eenheid van het gebied geen spaan overgelaten. Er vond voortdurend uitbreiding van wonen en werken plaats. Wat het planbureau betreft, hoeft het niet te blijven bij de huidige 600.000 inwoners", stelt Kooij.De professor ziet het rapport als teken van een volledige ommezwaai in denken. "Opmerkelijk dat het beeld van een uniek Groen Hart zo gemakkelijk kan worden gefragmenteerd. Dat dit zo snel kon gebeuren, zegt iets over de wijze waarop de waardering voor dit landschap verankerd is geweest in politiek en samenleving".Kooij toont aan dat het Hollandse polderlandschap tot in het zeer recente verleden nauwelijks waardering genoot. In negentiende eeuwse reisbeschrijvingen blijft het veenlandschap meestal ongenoemd. De Rotterdamse dominee Craandijk maakte op zijn tocht naar Gouda er wel een paar woorden aan vuil. "Natuurschoon hebben wij in dezen omtrek niet veel te zoeken. Wij zouden zeggen, er is in het landschap iets slordigs, dat ons niet aangenaam aandoet".De term Groene Hart kan niet worden los gezien van het in 1938 door luchtvaartpionier Albert Plesman voor de eerste keer gebruikte begrip Randstad. De promotor van nationale luchthaven Schiphol had geen behoefte aan de lokale vliegvelden in Rotterdam en Den Haag. Met helikopterview beschreef hij in een brief aan het ministerie van Binnenlandse Zaken de in het groen gelegen Randstad en de behoefte aan zijn centraal gelegen vliegveld.Kooij beschrijft de Randstad tot 1960 als een verzameling achtertuinen van grote steden, waarin naar hartenlust mag worden uitgebouwd, gespit en gesnoeid. De stemming veranderde onder invloed van de ruilverkavelingswet van 1954, waardoor grote delen van het land op de schop gingen. Het opkomende milieubesef in de jaren zestig scherpte de waardering voor het groen verder aan. In groengetinte studies waarin sindsdien de Randstad te berde wordt gebracht, verschijnt als trouwe tegenvoeter steevast het begrip Groene Hart.Wie wat scherper kijkt, ontdekt in het gebied al snel de twee hoofdassen Amsterdam-Utrecht en Den Haag-Rotterdam, beide met hun eigen specialismen. In beleidsstudies met een meer regionaal karakter is gewoonlijk van het blijkbaar niet erg diep gewortelde begrip Groene Hart niets meer terug te vinden.