Een bunker langs het Albertkanaal bij het Belgische Vroenhoven, net over de grens bij Maastricht, wordt opgeschoven om plaats te maken voor een nieuwe brug. Voor 22 miljoen vervangt BAM-dochter CEI-De Meyer daar de karakteristieke boogbrug in verband met de verbreding van het kanaal. Ook voor de nieuwe stalen brug zal tezijnertijd de schuiftechniek worden toegepast. De brug wordt gebouwd in secties van 40 meter en daarna doorgeschoven. Na sloop van de oude oeververbinding schuift men de gehele nieuwe brug met een gewicht van 2200 ton vanaf de tijdelijke opleggingen zijwaarts op de definitieve steunpunten. De bunker, waar op 10 mei 1940 de eerste gevechten tussen Belgische soldaten en Duitse parachutisten plaatsvonden, krijgt een plek in het nieuwe landhoofd op de westelijke oever.