“Oei, deze brug is er een stuk slechter aan toe dan de vorige keer!”, roept inspecteur Vinny Rietbroek, terwijl hij naar het wapeningsstaal wijst dat uit een groot gat in het beton van de Bossinkbrug bungelt. De bestuurders van auto’s en vrachtwagens die we boven ons hoofd horen dreunen, zijn zich van geen kwaad bewust. Zodra een auto passeert, legt Rietbroek zijn hand op de betonnen buik van de brug. “Ik voel het onderdek trillen. Dat hoort niet.”
Een paar maanden geleden was hij hier nog, vertelt Rietbroek. Hier, dat is het Overijsselse plaatsje Losser. In deze regio inspecteert het bureau Inspecties+ regelmatig bruggen en andere civieltechnische kunstwerken in opdracht van gemeenten. “Toen lag er nog maar zo’n stuk van de wapening bloot” – hij spreidt zijn handen met een grote hand ertussen – “maar nu is het serieus meer.” Inmiddels ligt er een armlengte aan wapeningsstaal bloot.
“Kapitaalvernietiging”, verzucht Albert Smit naast hem, de eigenaar van Inspecties+ die vandaag mee is ‘op inspectie’. Nu zit er weinig anders op dan de oude brug fors te herstellen of te vervangen. “Dat was niet nodig geweest als ze in de gaten was gehouden en de gemeente een paar jaar geleden had ingegrepen.”
Uitgesteld onderhoud
Bijna een kwart van de gemeenten houdt de bruggen die onder hun verantwoordelijkheid vallen niet goed in de gaten, blijkt uit onderzoek door Cobouw en Noordhollands Dagblad. Daardoor kan het onderhoud achterlopen zonder dat ze het doorhebben – met alle gevolgen van dien voor de veiligheid. Bij een op de drie gemeenten is sprake van uitgesteld onderhoud en dat dreigen er meer te worden. Als hierop ook nauwelijks toezicht is van de provincies, wie heeft dan in beeld of bruggen tijdig worden opgeknapt?

Weinig houvast
De Wegenwet bepaalt dat gemeenten als beheerders ervoor moeten zorgen dat bruggen en andere civiele kunstwerken in “een goede staat” verkeren. Op basis van het Burgerlijk Wetboek zijn beheerders ook juridisch aansprakelijk voor ongelukken die veroorzaakt zijn door gebrekkige wegen en bruggen. Activiteiten zoals de inspectie, het onderhoud en het vervangen van bruggen liggen daarom op hun bordje. Maar hoe zij dat moeten doen, daarover meldt de wet niets. Er bestaan alleen normen en richtlijnen waarin staat hoe beheerders de conditie van bruggen moeten (laten) inspecteren en beoordelen. Maar hoe vaak of hoe grondig dat moet gebeuren, staat daar niet in.
Het gevolg van deze vage regels is dat de grondigheid van inspecties en de frequentie ervan sterk verschilt per gemeente. Bijna een kwart (23,6 procent) van de ambtenaren die namens de gemeenten bruggen beheren, voert alleen een eenvoudige ‘schouw’ of ‘toestandsmeting’ uit bij hun bruggen. Dat zijn volgens de ingenieurs die meewerkten aan het onderzoek van Cobouw en Noordhollands Dagblad de minst grondige inspectievormen. Bij een schouw wordt van een afstandje snel gecontroleerd of er bijvoorbeeld geen leuning loshangt. Een toestandsmeting is gericht op visuele gebreken, zoals scheuren en roest.
“Wij zien vaak dat gemeenten deze visuele inspecties niet goed laten uitvoeren”, zegt Emile Hoogterp, technisch directeur van ingenieursbureau Westenberg. Hij inspecteert ongeveer 15.000 maal per jaar civiele kunstwerken in opdracht van gemeenten, variërend van eenvoudige tot diepgaandere inspecties. Bijvoorbeeld van de interne constructie van een brug. Een schouw voeren de gemeenteambtenaren vaak zelf uit. “Maar die inspectie is niet grondig en ook niet dichtbij genoeg”, zegt Hoogterp. De kans is dan groter dat de beheerder schade aan, of zwakte in de brug over het hoofd ziet of verkeerd inschat.
Houtrot en corrosie
Nog zorgelijker vindt Hoogterp het dat een aantal gemeenten een ‘piepsysteem’ gebruikt. Dan komen beheerders pas in actie als burgers zichtbare schade melden. Een ander gevaar is dat er vaak veel tijd tussen inspecties zit, waardoor inspecteurs schade pas laat opmerken. Sommige beheerders monitoren minder dan eens in de drie jaar ter plekke de bruggen met een schouw. “Maar houtrot of corrosie van blootliggende wapening kunnen snel ontstaan, soms binnen een paar jaar. Tussen twee inspecties in dus. Verrotte houten liggers kunnen bezwijken. In het geval van een betonnen brug kan dooizout door scheurtjes in het brugdek heen sijpelen, de wapening aantasten en de brug intern verzwakken.” Terwijl, als je tijdig een nieuwe deklaag aanbrengt, is zo’n scheurtje zo verholpen, volgens hem.
Daar komt bij dat bijna twee derde van de beheerders (64 procent) bruggen onder zijn hoede heeft die meer dan 75 jaar oud zijn. Die zitten bijna tegen hun uiterste houdbaarheidsdatum aan of zijn die al gepasseerd. Logischerwijs hebben ze dus vaker gebreken. Ze hebben decennia zwaardere voertuigen te verstouwen gehad dan waar ze ooit voor ontworpen zijn en zijn nu ‘moe’.
Maar wat als een beheerder niet weet hoe oud een brug is en hoe vaak die op schade gecontroleerd zou moeten worden? Meer dan de helft van hen heeft naar eigen zeggen geen (volledig) zicht op de conditie van hun gemeentelijke bruggen. Een op de tien beheerders zegt zelfs beperkt overzicht te hebben op alle bruggen, inclusief probleembruggen.
De oplossing voor de verwachte ‘vervangingspiek’ van veel bruggen uit de jaren zestig en zeventig is volgens Hoogterp om vaker inspecties te houden. “Elke gemeente bepaalt dat nu voor zichzelf.” Maar hen daartoe verplichten kan niet: wetgeving ontbreekt. Gebeurt dat wel, dan zouden gemeenten ook echt wat moeten doen met het advies dat voortkomt uit die inspecties, vindt Hoogterp. De vraag is of beheerders dat altijd kunnen uitvoeren en betalen.
Echt toezicht op hoe gemeenten hun bruggen beheren, is er nauwelijks, voegt hij toe. “Vaak wordt gedacht dat dit pas nodig wordt als het misgaat.”
Apk-afgekeurd
“De wapening knapt eruit aan de onderkant van de brug en ligt dus bloot. Dan ben je eigenlijk al verder dan het begin van het einde”, zegt brugbeheerder Lieuwe Oost aan de telefoon. Het onderhoud loopt achter in zijn gemeente, Hof van Twente. Twee zeventig jaar oude bruggen in een polder moeten snel vervangen worden - de eerste al dit jaar - maar de gemeente heeft het geld daarvoor niet. En dus moet Oost voor het eerst in zijn veertienjarige loopbaan als beheerder een of beide bruggen afsluiten, vertelt hij. Inspecteurs hebben de bruggen al een dikke onvoldoende gegeven, classificatie D. Daarmee is de brug onder de grens belandt die de gemeente nastreeft.
Het is als doorrijden met een auto die bij de apk afgekeurd is”
Met deze kennis durft Oost het niet aan om de boel open te houden. “Het is als doorrijden met een auto die bij de apk afgekeurd is.” Het zou nalatig zijn ‘m open te laten, zegt hij, gezien de wettelijke verantwoordelijkheid van brugbeheerders om gevaarlijke situaties te voorkomen. “Maar de keuze om bruggen af te sluiten voor verkeer en geld vrij te maken, is aan het gemeentebestuur.”
Gemeenten laten beheer- en onderhoudskeuzes vaak afhangen van hoeveel geld er beschikbaar is. Zo verlagen ze regelmatig liever het kwaliteitsniveau dan dat ze geld uittrekken voor een opknapbeurt. “Dit is een geval van ‘goedkoop wordt duurkoop’”, aldus Arcadis en Berenschot in een rapport dat eerder deze week openbaar werd. Op den duur worden de kosten van onderhoud en vervanging hoger, dus onder aan de streep levert een minder onderhouden brug geen besparing op.
Wetsovertreding
Provincies letten als financiële toezichthouders van gemeenten op de centen. Maar zij kunnen naar eigen zeggen niet goed beoordelen hoe gemeenten hun bruggen beheren. De meeste gemeenten laten na om jaarlijks een duidelijke begroting aan te bieden voor onderhoud en vervanging van bruggen en andere kunstwerken. Daarmee overtreden ze de begrotingswet (Bbv), concludeerde het vakberaad gemeentefinanciën van de provincies Noord-Brabant, Utrecht, Overijssel en Gelderland na het doorspitten van bijna 160 gemeentebegrotingen in 2025.
De oorzaak, volgens het vakberaad: onder het verplichte kopje ‘onderhoud kapitaalgoederen’ in de Bbv worden civiele kunstwerken niet expliciet vermeld – anders dan gebouwen, wegen en riolering. Veel gemeenten denken dus dat een paragraaf over bruggen in hun begroting niet nodig is.
De provincies Gelderland, Overijssel, Noord-Brabant en Drenthe bevestigen dat de informatie over het onderhoud in de Bbv onvolledig is, doordat civiele kunstwerken erin ontbreken. Maar de overige provincies onderschrijven de conclusie van het vakberaad niet. ‘Gemeenten zijn goed in staat het onderhoudsniveau van kapitaalgoederen op orde te houden’, aldus de provincie Groningen. De meeste provincies stellen in een gezamenlijke reactie op vragen van Cobouw en Noordhollands Dagblad dat zij ‘beheerplannen [kunnen] opvragen indien daar vanuit de toezichthoudende rol aanleiding toe is.’ Ook ligt ‘de primaire verantwoordelijkheid voor het beheer en de technische staat van bruggen en andere eigendommen bij gemeenten zelf’.

Politiek onaantrekkelijk
“Er kan veel meer nadruk gelegd worden op wat de gevolgen zijn als gemeenten het onderhoud zo blijven voortzetten”, zegt Wijnand Veeneman, professor Governance of Infrastructure aan de TU Delft. Zoals gewichtsbeperkingen in het wegennet voor zwaardere voertuigen en (gedeeltelijke) afsluitingen voor auto’s. Daarom moet niet het toezicht op bruggen verscherpt worden, maar de aandacht groter worden, vindt Veeneman. Daar ontbreekt het volledig aan. “Het is voor een politicus niet ‘sexy’ om te zeggen: ‘we moeten meer geld uitgeven om bruggen weer te kunnen laten doen wat ze moeten’. Het is aantrekkelijker om een brug zo lang mogelijk open te laten en de kiezer zo weinig mogelijk te confronteren met de problemen.” Ondertussen ziet hij meer afsluitingen aan komen. “Beheerders die hiervan wakker liggen gaan op een gegeven moment betonblokken neerzetten bij een brug, omdat het niet meer veilig is eroverheen te rijden.” Zoals bij de Loobrug in Utrecht, al een jaar afgesloten voor gemotoriseerd verkeer.
Dit is voor een politicus niet 'sexy'”
De Rijksoverheid voelt zich tot nu toe niet geroepen om bij de ‘vervangingspiek’ van gemeentelijke bruggen te helpen. Minister Karremans van Infrastructuur en Waterstaat zei in een commissiedebat op 19 maart dat er nu eenmaal een enorm verschil zit tussen hoe gemeenten infrastructuur zoals kademuren onderhouden. Het onderhoud hiervan “is een gemeentelijke aangelegenheid”, verklaarde de minister.
Daar zijn beheerders het niet helemaal mee eens. “Ik verwacht wel van Den Haag dat het hierover nadenkt. We hebben met z’n allen een onderhoudsopgave, niet alleen individuele gemeenten”, zegt Pim Bliek. De teamleider Beheer fysieke ruimte werkt nog geen jaar bij de gemeente Losser. Er is hier al jaren geen plan voor groot onderhoud aan bruggen, zegt Bliek. “En onze bruggen worden wel geïnspecteerd, maar niet vaak genoeg.” Grondige inspecties van de constructieve staat van bruggen gebeuren soms ook niet op tijd.
Het gevolg is een gebrek aan kennis en onderhoud die Losser nu in kaart moet brengen. “De bruggen werden wel netjes geschilderd en mooi gehouden, maar zoals bij zoveel gemeenten was er in Losser geen noodzaak voor vervangingen.” Voorheen was dat volgens Bliek geen probleem, maar nu gaan de oude bruggen tegelijkertijd piepen en kraken.
De Bossinkbrug in Losser met het armlange gat erin, is daar één van. Inmiddels is bekend dat ze à 830.000 euro versterkt moet worden of volledig vervangen (à 1,4 miljoen euro). Maar de gemeente heeft nog geen euro daarvoor gereserveerd in de begroting.
Deze productie is mede tot stand gekomen met subsidie van het Stimuleringsfonds voor de Journalistiek









