Een hype kun je het niet meer noemen. Cultuurhistorie hoort er hele-maal bij als het over de inrichting van Nederland gaat. Steden geven het nieuwe betekenis. Cultuurlandschap is 'in'. De doorbraak van het Belvedere gedachtegoed. Het begon met een klassieke beleidsnota in 1999. Toen barstte het debat los. In een tijd waarin het praten over identiteit nog geen mode was. En trots zijn op Nederland evenmin. Maar dat was de boodschap niet. Er moest elan in het debat over ons ver-leden komen. De geur van ouwel, de vastgeroeste behoudzucht, het antiquarisch wereldbeeld, ze zijn nu - een decennium later - succesvol verdrongen door het motto behoud door ontwikkeling, synoniem voor Belvedere. Lees Cobouwvan vorige week. Een keur aan berichten getuigt van de opmars. Van een gemeentelijk pleidooi voor een beschermde landgoederenzone (18 januari), extra geld voor het Nederlandse cultuurlandschap (22 januari), projectontwikkelaars van de Neprom die cultuurhistorie willen stimuleren (21 januari) tot de groeiende aandacht in Utrecht voor de oude Romeinse Noordgrens (21 januari). Nee, dat je cultuurhistorie kunt paren aan kwaliteit en ontwikkeling is niet meer ouderwets en behoudzuchtig. Tegelijkertijd - en terecht - is er nog veel discussie over. Zoals onlangs bleek bij het zogenaamde Belvedere-festival, georganiseerd om de oogst van zeven jaar Nota belvedere te bekijken. Het is en blijft ingewikkeld. Een Tweede Kamerlid van een regeringspartij vond het een toonbeeld van "minder abstract, echt geslaagd lokaal beleid". Wat daar van zij, er is onmiskenbaar een nieuwe praktijk ontstaan. Provincies, gemeenten, projectontwikkelaars, architecten, stedenbouwers, ze werken er mee.