Middenbedrijf verslaat kleine en grote firma's
Bouwbedrijven met een omzet van tussen de 25 en 75 miljoen euro presteren duidelijk beter dan grotere en kleinere bedrijven.

Bouwbedrijven met een omzet van tussen de 25 en 75 miljoen euro presteren duidelijk beter dan grotere en kleinere bedrijven.
Het vertrouwen bij de binnenlandse vastgoedbeleggers keert terug. Daarnaast blijft grote interesse vanuit buitenlandse beleggers, die het Nederlandse vastgoed als aantrekkelijk geprijsd beschouwen. Over de eerste drie kwartalen van 2014 steeg het totale beleggingsvolume in vastgoed ten opzichte van dezelfde periode in 2013. De toenemende vraag naar beleggingsvastgoed van hoge kwaliteit heeft geleid tot een daling van de aanvangsrendementen voor alle categorieën. Op de gebruikersmarkten is het verschil tussen de toplocaties en de secundaire locaties steeds beter zichtbaar, met verschillen in leegstand, opname, huurniveaus en vraag vanuit beleggers.
De omzet van deze kleine bouwbedrijven is sinds het dieptepunt eind 2012 gestegen met bijna 6%. Grote bouwbedrijven lieten in deze periode nog een omzetkrimp zien. Kleine bouwbedrijven werken vaker in de minder conjunctuurgevoelige onderhoudsmarkt waardoor zij minder last hebben van vraaguitval dan grote bouwers.
De vraag naar studentenkamers zal in de toekomst afnemen als gevolg van dalende studentenaantallen en minder uitwonenden. Studenten krijgen daarbij steeds meer voorkeur voor woonruimte met eigen voorzieningen. Net als op de kantorenmarkt kan er een tweedeling ontstaan tussen gewilde hoogwaardige studentenhuisvesting, met eigen voorzieningen, op "A-locaties" en onaantrekkelijke C-locaties zonder ov-verbinding en met gedeelde voorzieningen waar leegstand ontstaat.

Bouwgroep Dijkstra Draisma heeft zich aangesloten bij De Stroomversnelling.
De meeste sectoren laten dit jaar, 2014, een beperkte groei zien. Het herstel in de bouw zet, ook mede dankzij het zachte winterweer, door. In veel sectoren gaat het nog vooral om volumeherstel en verbetert de winstgevendheid nog nauwelijks. Download het volledige kwartaalrapport van het eerste kwartaal van 2014.

Markt en overheid zullen elkaar moeten vinden om het Nederlandse winkellandschap in de toekomst beter te laten aansluiten op de vraag van consumenten. Essentiële keuzes tussen kansrijke en kansarme winkelgebieden worden nu uitgesteld. Het resultaat van deze afwachtende houding is een toenemende leegstand, waarbij ook verpaupering op de loer ligt. De urgentie om samen in beweging te komen is hoog.
Bij vastgoedeigenaren groeit het bewustzijn dat de energetische kwaliteit een randvoorwaarde is voor het toekomstige succes van hun bezit. De veranderende vraag van vastgoedgebruikers, grotere waardevastheid van zuinige panden, mogelijkheden voor kostenbesparingen op energie, externe druk van belangenorganisaties, regelgeving van overheden en het in 2013 afgesloten Energieakkoord zijn allemaal elementen die bijdragen aan dat groeiende bewustzijn. Energiebesparing is een kwestie van doen, daarom worden in deze publicatie veel praktijkvoorbeelden aangehaald en kansen benoemd. Na een eerste inleidende hoofdstuk volgen hoofdstukken over vier segmenten van de vastgoedmarkt: kantoren, winkels, logistiek vastgoed en sociale huurwoningen. De markt voor energiebesparing in deze segmenten vertoont de komende jaren groei, onder andere door de toenemende aandacht voor het toekomstbestendig maken van bestaande gebouwen. Deze publicatie wordt afgesloten met een hoofdstuk over de financierbaarheid van energiebesparing in vastgoed. Vanwege praktische overwegingen is gekozen om dit onderzoek op de vier bovengenoemde vastgoedsegmenten te richten. Dat wil niet zeggen dat deze publicatie geen aanknopingspunten bevat voor partijen in andere segmenten van de vastgoedmarkt. Ook in industriële gebouwen en maatschappelijk vastgoed (zoals scholen en zorginstellingen) is energiebesparing een actueel onderwerp en zijn er paralellen aanwezig met de andere delen van de vastgoedmarkt. Deze segmenten zijn echter niet expliciet meegenomen in het onderzoek.
In 2015 zal naar verwachting het aantal hijskranen in Nederland voor het zesde jaar op rij dalen. Langzaam komt de beschikbare hijscapaciteit wel weer in lijn met de vraag. Sommige kraanverhuurders hebben hun eigen kranenpark dusdanig laten inkrimpen dat zij af en toe weer van andere kraanbedrijven inhuren. Door het economische herstel neemt de vraag in de bouw naar hijscapaciteit volgend jaar ook licht toe.

Veel projectorganisaties hebben het inmiddels begrepen: als er niet wordt geïnvesteerd in projectbeheersing, dan blijven projecten onaangename verrassingen met zich meebrengen.