nieuws

Philipsdorp weer net als vroeger, maar dan beter

woningbouw Premium 2048

Philipsdorp weer net als vroeger, maar dan beter

Philipsdorp dreigde onder de sloophamer te verdwijnen. Dankzij betrokken buurtbewoners keerde echter het tij. In ruim zeven jaar werd het voormalige fabrieksdorp, dat nu midden in Eindhoven ligt, weer in oude luister hersteld. Een investering van 100 miljoen voor woningcorporatie Woonbedrijf. “Het gaat wel om een cultuurhistorisch stuk Eindhoven. Dat is wat waard.”

Ook toen eenmaal besloten was tot renovatie, volgden er intensieve trajecten voorafgaand aan de uitvoering, herinnert vastgoedontwikkelaar Jorg van Waas van Woonbedrijf zich. Zowel met de aannemers als met de bewoners. Want die betrokken huurders keken ook kritisch naar de plannen. Er waren flink wat inspraakavonden en gesprekken nodig voordat de vereiste 70 procent van de huurders akkoord ging met de renovatie.

“Het ging niet altijd van een leien dakje, maar nu de stofwolken zijn neergedaald, zijn we erg tevreden over het resultaat. De bewoners zijn trots en tevreden, dat maakt mij ook trots.”

Tot in de kleinste details hebben de 771 huurwoningen en een aantal winkelpanden van Woonbedrijf waar mogelijk het oorspronkelijke aanzicht teruggekregen. Zo kwam er weer eenheid in het gevelbeeld dat in de loop der tijd erg rommelig was geworden. Van Waas: “Het zag er niet uit. Er was een ratjetoe ontstaan aan kozijnen en voordeuren, gevels waren vervuild, goten en houtwerk waren slecht en dakpannen waren meer dan honderd jaar oud.”

‘Bewoners mochten zelfs de kleur van de schroefjes bepalen’

Dat het terugbrengen van die beeldbepalende elementen wat meer geld en moeite kostte, nam Woonbedrijf op de koop toe. Zo kregen 245 huizen met een gemeentelijke monumentenstatus opnieuw blauw gesmoorde kruispannen, zoals oorspronkelijk toegepast. Het was nog een zoektocht om ze te vinden, omdat ze eigenlijk niet meer geproduceerd worden. Dat lukte uiteindelijk bij fabrikant Monier.
Aan de hand van kleurenprenten, spaarzame kleurenfoto’s en door oude kozijnen doormidden te zagen, werd in kaart gebracht hoe de oude kleurstelling waarschijnlijk was. De nuances konden per buurt of zelfs per woonblok verschillen.

Philipsdorp in Eindhoven is in oude luister hersteld. (Foto: Jean Piere Reijnen)

Tijdens een rondgang door de wijk wijst Van Waas op een aantal tinten van kozijnen en deuren: ze variëren van wit, crèmewit, okergeel tot rijtuiggroen. De huisnummerbordjes zijn opnieuw ontworpen, naar het voorbeeld van vroeger, net als het lettertype van destijds. “De bewoners hadden daar ook een stem in. Ze mochten zelfs de kleur van de schroefjes bepalen.”

Om nieuwe verrommeling te voorkomen, mogen de huurders niets aan de gevel toevoegen: geen naambordjes of rolluiken bijvoorbeeld. Dat verbod handhaven is lastig, erkent Van Waas, terwijl zijn oog valt op een huis verderop. “Ik zie daar een lampje waar ik niet blij van word.”

Na de renovatie volgt de inrichting van de straten

Soms was het zoeken naar de best mogelijke oplossing. Zo was het metselwerk op bepaalde plekken beschadigd en vervuild geraakt. Vervangen kon niet zonder meer omdat de overal gebruikte knipvoeg – ter verfraaiing van de gevel – versleten was geraakt. Van Waas: “Je kunt zo’n knipvoeg wel vervangen, maar die steekt dan heel raar uit. We hebben daarom gekeken hoe een voeger zo’n versleten knipvoeg kan benaderen. Dat is echt ambachtelijk werk.”

Nu Woonbedrijf klaar is met de renovatie, pakt de gemeente Eindhoven de openbare ruimte aan. De riolering wordt vernieuwd. Straten krijgen een nieuwe inrichting, waarbij oude elementen terugkeren, zoals gebakken klinkers, klassieke straatverlichting en meer openbaar groen.

Sinds eind jaren negentig werd er al gediscussieerd over de toekomst van het karakteristieke fabrieksdorp. Een masterplan uit 2006 ging nog uit van gedeeltelijke sloop en vervangende nieuwbouw om meer differentiatie in de wijk te brengen. Door massaal verzet van de bewoners ging het plan van tafel en besloot Woonbedrijf uiteindelijk tot grootschalige renovatie. Dat was inmiddels ook wel hard nodig, want in afwachting van definitieve plannen werd minimaal onderhoud uitgevoerd.

Bewoners in wisselwoning tijdens renovatie

Om de renovatie beheersbaar te houden is het traject opgeknipt in vier fases. De aanpak was steeds hetzelfde. Kozijnen en dakpannen zijn vervangen, voeg- en metselwerk is waar nodig gerepareerd, keuken, badkamer, toilet en vlizotrap zijn vervangen, vochtproblemen zijn aangepakt en hang- en sluitwerk is aangepast aan de huidige eisen. Daarnaast zijn er maatregelen genomen om isolatie te verbeteren, waardoor het label van D, E en F ging naar label A of B. Zo zijn de buitenwanden geïsoleerd door voorzetwanden aan de binnenzijde te plaatsen, het dak is geïsoleerd en de nieuwe kozijnen zijn voorzien van HR++ dubbelglas. Bewoners konden tegen een huurverhoging bovendien kiezen voor extra opties, zoals dubbele tuindeuren in de woonkamer, een berging in de tuin en slaapkamer ombouwen tot badkamer.

Bouwhistorie

Tussen 1910 en 1923 in eigen beheer gebouwd door Philips om huisvesting te bieden aan de vele arbeidskrachten die het snel groeiende bedrijf aantrok. Philipsdorp is opgezet als groen tuindorp, vlakbij de Philips-fabrieken, met eigen voorzieningen als winkels, scholen en sport- en ontspanningsfaciliteiten. Het sportterrein, ooit het hart van het dorp, maakte plaats voor het Philips Stadion, dat in de loop der tijd steeds verder uitgebouwd is.

Tijdens de renovatie – gemiddeld acht weken per woning – verbleven de huurders drie maanden in een wisselwoning. Voor de bouwvakkers was dat handig, erkent Waas. “Maar het was wel een kostbaar en intensief traject, eigenlijk een vijfde project. In de piekperiode waren er zestig wisselwoningen bewoond. Op die schaal hebben we dat nooit eerder meegemaakt. Dat was een flinke belasting voor ons en de bewoners, die daardoor in korte tijd twee keer moesten verhuizen.”

Om die logistieke operatie in goede banen te leiden, had Woonbedrijf een fulltime bewonersbegeleider beschikbaar. Omdat veel huurders erg verknocht zijn aan hun huis, was het voor hen erg verleidelijk om tijdens de renovatie geregeld een kijkje te nemen. Van Waas: “We hadden er gratis opzichters bij. We moesten wel streng zijn. Ze mochten niet het bouwterrein op.”

Bij de keuze van de aannemers heeft Woonbedrijf geput uit de eigen, vaste aannemerspool met bedrijven uit de regio, maar heeft zich daarbij wel laten leiden door de markt. Financieel was het volgens Van Waas destijds gunstiger om niet met één aannemer in zee te gaan, maar voor elke fase een aparte selectieprocedure te volgen. Een tegenvaller in de eerste fase was dat aannemer Van Straten failliet ging. Omdat het bedrijf werd overgenomen door Strukton, kon hetzelfde team onder Strukton Van Straten de klus afmaken. Die partij nam ook de derde fase voor zijn rekening. Die derde en kleinste fase werd uitgevoerd in bouwteam-verband, terwijl de andere deelprojecten traditioneel werden aanbesteed.

Momenten om stil te staan bij meevallers en tegenvallers

Fasering is erg belangrijk gebleken, zegt Van Waas. “Daardoor heb je een aantal momenten waarop je stilstaat bij meevallers en tegenvallers, zodat je die ervaringen kunt verwerken in een volgende fase. Achteraf hadden we beter met een kleinere fase kunnen beginnen.”

Projectgegevens

Opdrachtgever: Woonbedrijf
Aantal woningen: 771 huurwoningen in 4 buurten
Aantal verschillende woningtypes: ongeveer 50
Looptijd: najaar 2011 – voorjaar 2018
Fasering: fase 1 (208 woningen), fase 2 (245 woningen), fase 3 (69 woningen) en fase 4 (249 woningen)
Kosten: ruim 100 miljoen euro (gemiddeld 139.000 euro per woning)
Aannemers: Van Straten (eerste deel fase 1), Strukton (tweede deel fase 1), Jansen Huybregts (fase 2), Strukton Van Straten (fase 3) en Van Montfort (fase 4)

Zo bleek in de eerste fase dat het echt nodig was om per woning te inventariseren welke ingrepen nodig waren en niet te volstaan met een representatieve steekproef. Zowel de bewoners als Woonbedrijf zelf hadden nogal wat aanpassingen gedaan, die per woning sterk konden verschillen. Enkele huurders hadden bijvoorbeeld de zolder, die alleen een constructieve functie heeft, als verblijfs- of opslagruimte bij de woning betrokken. En hoewel er bij de bouw van de huizen destijds nog geen asbest was gebruikt, werd het toch aangetroffen bij een klein aantal.

Philipsdorp is voor Woonbedrijf de laatste grote vooroorlogse wijk die onder handen genomen is. Een mooi project, maar de ervaringen laten zich niet zo maar vertalen naar de renovatie van de naoorlogse wijken die er de komende jaren aankomt. Vraagstelling, techniek en proces zijn volgens Van Waas onvergelijkbaar. Asbestsanering, in Philipsdorp een bescheiden aspect, zal in ieder geval op grote schaal nodig zijn. Wellicht is het gebruik van wisselwoningen in die situatie dan ook een goede oplossing, filosofeert Van Waas. “In dat geval kunnen we veel leren van dit traject.”

Reageer op dit artikel