nieuws

Commissie maakt gehakt van nieuwbouwregeling NAM

woningbouw 1472

Commissie maakt gehakt van nieuwbouwregeling NAM
Micasa

De nieuwbouwregeling van de NAM schiet haar doel voorbij. De percentageregeling en de maatwerkregeling die bedoeld zijn om aardbevingsbestendige nieuwbouw in Groningen te stimuleren, moeten vervangen worden.

Deze vernietigende conclusie staat in het vrijdag gepubliceerde rapport over de regeling. Een onafhankelijke reflectiecommissie (zie kader) deed maandenlang onderzoek naar de regeling, omdat er ondanks een  herijkte versie van de NAM vorig jaar, problemen rondom de regeling bleven bestaan. Conflicten over de hoogte van vergoedingen, discussies met de NAM over ontwerpmogelijkheden waren jarenlang de realiteit. Door de problemen kozen veel bouwers bewust niet voor aardbevingsbestendige bouw.

‘Onvoldoende prikkels voor aardbevingsbestendige nieuwbouw’

De commissie geeft de criticasters nu gelijk. De nieuwbouwregeling die bedoeld was aardbevingsbestendige nieuwbouw te stimuleren, stimuleert die eigenlijk totaal niet, concluderen de onderzoekers. “De regeling heeft onvoldoende prikkels voor partijen als projectontwikkelaars en beleggers om aardbevingsbestendig te bouwen. Terwijl het nu op ontwerpkracht en creativiteit aankomt, gaat nu veel aandacht en proceduretijd naar financiële berekeningen om extra kosten voor het aardbevingsbestendig bouwen te compenseren. Zeker in de maatwerkregeling is dit aan de orde”, staat te lezen in het rapport.

De maatwerkregeling zorgt namelijk te vaak voor stagnatie in het bouwproces, stellen de onderzoekers. Vooral bij grote en complexe gebouwen zijn de onderhandelingen met de NAM over het ontwerp en de meerkosten, vaak langdurig, schrijft de commissie. De vergoedingen van de percentageregeling zijn in vele gevallen wel kostendekkend, maar in stedelijke gebieden of onder bepaalde omstandigheden ontoereikend.

‘Nieuwe stimuleringsregeling nodig’

Daarom moeten die compensatieregelingen op lange termijn geschrapt worden en vervangen worden door een stimuleringsregeling. Het stimuleringsbedrag zou, volgens de commissie, een afgeleide moeten zijn de verminderde vastgoedwaardeontwikkeling (imagoschade). “Het is de overtuiging van de reflectiecommissie dat hierdoor een dynamiek ontstaat die gepaard gaat met beperking van kosten, stimulans tot een creatieve bebouwing in het bevingsgebied en tot een verbeterde positie van de lokale gemeenten”, staat in het rapport.

De hoogte van de tegemoetkoming hangt in deze voorgestelde regeling dan af van het type project, de hoogte van de seismische belasting ter plaatse, de locatie (stad of platteland) en het voorgestelde constructieve ontwerpsysteem. Een indeling in klassen of categorieën moet het systeem overzichtelijk houden en bouwers moeten van te voren weten voor welke type tegemoetkoming ze een aanvraag kunnen indienen.

De voordelen van dit nieuwe systeem zijn volgens de commissie groot. “Het zorgt voor een snellere procedure, een prikkel voor innovativiteit en beheersing van de kosten”, schrijven de onderzoekers. De commissie is er zich wel van bewust dat zo’n nieuwe regeling verdere uitwerking vraagt. Desgewenst is de commissie bereid een bijdrage te leveren dit voorstel nader uit te werken.

‘Gemeenten te veel buitenspel’

Ook op andere punten schiet de huidige regeling tekort, stelt de commissie. Zo moeten gemeenten een grotere rol krijgen in het subsidietraject. Die staan bij het toekennen van de huidige regeling volgens de onderzoekers te veel buitenspel. Zij zijn geen rechtstreekse partij, hun enige rol is controle voeren op het bouwbesluit. Daardoor is er bij gemeente onvoldoende committent om aardbevingsbestendige bouw te integreren in het bouwbeleid. “Er is geen gedeeld gevoel van urgentie en noodzakelijk te ondernemen activiteiten om aardbevingsbestendig bouwen te stimuleren”, schrijven de onderzoekers.

‘Beperk rol NAM’

De NAM daarentegen is volgens de onderzoekers teveel bij het bevingsproject betrokken. De commissie stelt dat er in de markt een breed onbehagen over de prominente en dominante positie van de NAM bestaat. Misbruik van haar positie heeft de commissie niet geconstateerd, maar het is volgens de commissie belangrijk alle schijn te voorkomen. “Ontvlechting van de vele rollen van de NAM is op korte termijn is noodzakelijk”, adviseert de commissie.

De toekenningscommissie moet daarom op korte termijn uitgebreid worden met een externe, onafhankelijke voorzitter en met adviseurs vanuit andere disciplines, schrijven de onderzoekers. “Dit vermijdt irritaties over de dominantie van de NAM en bevordert het vertrouwen in de objectiviteit van de toekenningen.”


Aanbevelingen commissie:

1. Een onafhankelijke voorzitter, onafhankelijke leden, en een bredere samenstelling van de adviseurs in de toekenningscommissie
2. Betere informatievoorziening en een grotere rol voor gemeenten in de toekenningsprocedure
3. De percentageregeling kan voorlopig blijven bestaan, omdat die al enige prikkels bevat om binnen een budget innovatief te bouwen. Op lange termijn moet die wel vervangen worden.
4. De maatwerkregeling moet gefaseerd te beëindigen en die moet vervangen worden door een systeem dat is gebaseerd op een stimuleringsregeling. Hier zal meer tijd mee gemoeid zijn, maar de commissie beveelt aan onmiddellijk met de voorbereidingen te beginnen.
5. Gezien het publieke karakter van de gehele problematiek beveelt de commissie op langere termijn aan de nieuwbouwregeling in een breder stimuleringsbeleid met publieke aansturing onder te brengen.
6. Voor de overgangsfase zou een onafhankelijke commissie (technisch/financieel) met bindende adviezen moeten komen voor de snelle afhandeling van de projecten die zich nog in de procedures bevinden en waarover nog geen besluit is genomen.


Reflectiecommissie

De onafhankelijke reflectiecommissie staat onder voorzitterschap van de Rijksbouwmeester en bestaat verder uit deskundigen op het gebied van bouw, arbitrage en aardbevingsfysica. Onderzoekers die eraan werkten:
– Rijksbouwmeester Floris Alkemade
– Adviseur Rijksbouwmeester Mick Eekhout
– Frank van Rijssen van de Raad van Arbitrage
– Joost Walraven van de NEN
– Marcel van Heck secretaris van het Atelier Rijksbouwmeester

 

Reageer op dit artikel