nieuws

Het mallenkerkhof van IJburg

woningbouw 6275

Het mallenkerkhof van IJburg

Van afgedankte bekistingsmallen van Geelen Beton, bouwt TU-docent Arno Pronk zijn eigen huis op IJburg. De uitdragerij die het nu nog lijkt,  verdwijnt snel achter fraaie gevelbekleding  en metalstudwerk.

Ze lopen soms hoofdschuddend voorbij, de toekomstige buren van Arno Pronk. Wat dààr toch gebeurt ziet hij ze denken. Hoewel ze echt wel wat gewend zijn op dit stukje IJburg, waar veel vrije kavels worden bebouwd, gaat dit ze vaak te ver. “En dat op zo’n prachtige plek met vrij uitzicht over het Markermeer”, mompelen ze dan verontwaardigd.

De docent aan de TU Eindhoven gaat er vanuit dat de reacties binnenkort omslaan en veranderen van toon. De dikke houten platen die zijn huis in aanbouw nu kenmerken, vol dichtgeplamuurde gaten, spijkers, nieten en vlekken van beton of ontkistingsmiddel, worden binnenkort aan het zicht onttrokken. Hij gebruikt ze dankbaar als draagconstructie. “Daar zijn de platen van soms wel 17 centimeter dik namelijk heel geschikt voor”, vertelt Pronk enthousiast tijdens een rondleiding over de bouwplaats. “In het eindbeeld domineert de grote glazen vide, met een trap die om een oude boom draait die eindigt bij een zwierige golf in het dak.”

Maar nu kijkt iedereen dus nog even tegen die rommelige platen aan. Ze zijn afkomstig van  Geelen Beton. Dat zit jaarlijks met 400 ton houtafval in haar maag afkomstig van de mallen waarin de prefabbetonfabrikant zijn producten stort. De mallen voor trappen of balkons kunnen sowieso maar voor één project worden gebruikt worden. “Maar ook aan het hergebruik van het hout van de mallen voor vlakke producten komt een eind, legt technisch directeur Niels van der Hulst uit. “Als we een stuk of tien platen van 9 millimeter op elkaar hebben geniet, houdt het wel zo’n beetje op.”

Het mallenkerkhof van Geelen beton in Wanssum

Naast de fabriek in het Limburgse Wanssum heeft Geelen een heus mallenkerkhof, waar de afgedankte platen metershoog liggen opgestapeld. “We knijpen ze geregeld fijn met een kraan en laten het dan ophalen door een afvalverwerker die het tegen betaling in de vuilverbrandingsoven schuift. Niet alleen moeten we steeds meer geld betalen om zo van ons hout af te komen, we vinden het ook niet echte een fraaie bestemming. We zoeken naar een hoogwaardiger manier van hergebruik.”

Dat huis van Pronk is zo’n bestemming. Hoewel Pronk en Van der Hulst niet verwachten dat het een structurele oplossing biedt voor het afvalprobleem van de betonfabrikant. Maar ze vinden het een tè interessante mogelijkheid om het niet te onderzoeken.

 

Niet vies van een bouwkundig experiment

Pronk is sowieso nooit vies van een bouwkundig experiment. Hij voert promotie-onderzoek uit naar blobs en is de drijvende kracht achter de ijsbouwexperimenten in Finland en China die veelvuldig de publiciteit haalden. Niettemin was ook hem, bij een blik op het mallenkerkhof van Geelen snel duidelijk dat  de oude mallen niet geschikt waren voor zichtwerk. Daarvoor waren ze te grillig en onregelmatig van vorm.

“Ik had wel meteen het idee dat ze bruikbaar moesten zijn als draagconstructie,” vertelt hij. “Zoals bij massiefhoutbouw. De afgedankte bekistingspanelen zijn immers hartstikke dik en reuzesterk. Dat ze als betonmal niet meer bruikbaar zijn omdat naden of dichtgeplamuurde schroefgaten aftekenen,  wil niet zeggen dat ze constructief niet hun mannetje staan.”

Om iedereen te overtuigen dat dat ook veilig kan, was er wel constructief onderzoek nodig. Daarvoor werden in de druk- en trekbanken van de TU monsters blootgesteld aan uitvoerige belastingproeven. Die tests pakten goed uit.

Met studentenwerkgroepen onderzocht Pronk ook andere toepassingen. Vermalen tot vezels werd het hout bijvoorbeeld toegevoegd aan betonmortel. Daar worden nu relatiegeschenken van gemaakt voor Geelen. Een echte bulkoplossing biedt dat overigens ook niet. “Het is een leuk idee, maar daar kunnen we bij lange na niet 400 ton per jaar in kwijt.”

Dus is alle aandacht nu vooral gericht op op IJburg, waar Pronk samen met een bevriende scheepsbouwkundig ingenieur een beneden- en een bovenwoning neerzet.  Beiden zijn zo’n 180 vierkante meter groot en hebben een royaal dakterras. Samen selecteerden de toekomstige bewoners op het mallenkerkhof van Geelen de best bruikbare panelen. In Wanssum werd alles ook meteen verzaagd tot de juiste afmetingen.

Twee trucks leverden de voorgezaagde panelen deze zomer af op IJburg, waar inmiddels een fundering was gemaakt en drie stalen portalen stonden. Daar werden de panelen als puzzelstukjes in elkaar gezet tot een vierlaags casco van wanden en vloeren. De gevels aan de kopse kanten dragen, tussenin worden de vloeren ondersteund door stalen spanten.  Ook is er soms een stalen ligger nodig om de maatverschillen van de in dikte variërende platen te overbruggen en de krachten goed in te kunnen leiden.  De vloeren verdwijnen onder isolatiemateriaal en een gietvloer.  Voor de muren komt metal-studwerk. Aan de buitenkant komen er verticale houten latten met doek erachter tegen de gevel. Als de oude trappenmallen die nu tijdelijk als bouwtrap dienst doen zijn afgevoerd, herinnert volgens Pronk niets meer aan de bijzondere oorsprong van zijn gebouw. Of het moet een vogelkastje zijn, dat hij wil aanbrengen in een uitsparing van een nok in de oude mal tegen de achtergevel.

Gratis hout, duur bouwproces

Hoewel hij het hout voor de constructie gratis kreeg is zijn huis er niet wezenlijk goedkoper geworden. Het was allemaal erg arbeidsintensief en Pronk moest geregeld  details aanpassen op de panelen die hij aantrof. Waarna zijn timmerman de  zorgvuldig uitgedetailleerde tekening in de prullenbank wierp om met zijn eigen praktische oplossing te komen. Daar kan de bouwkundige wel weer om lachen. “Zo gaat dat op een bouwplaats.”

“Het werk was waarschijnlijk eenvoudiger geweest als Geelen de mallen in een soort BIM systeem zou ontwerpen”, mijmert hij. “Dan ontstaat er vanzelf een register van de panelen en kun je aan het eind van de levensduur daaruit de best bruikbare selecteren. Dat voorkomt dat je alles op het kerkhof met de hand moet opmeten en beoordelen. Dat zou ons veel werk hebben gescheeld.”

Maar Van der Hulst vraagt zich af of dat een realistische aanpak is. “In zo’n mallenfabriek wordt veel op gevoel en ervaring gedaan. Niet alles wordt eerst compleet in 3d uitgetekend. De timmerlieden pakken vaak een plaat en beginnen te zagen.”

Te mooi om in de verbrandingsoven te kieperen

Bovendien, blijft de twijfel knagen of dit nu een serieuze oplossing biedt voor het afvalprobleem. “Dit kan alleen met de vlakke mallen, die we juist heel lang kunnen hergebruiken en uiteindelijk slechts 10% uitmaken van ons houtafval”.

De technisch directeur van Geelen hoopt vooral dat het huis op IJburg mensen aan het denken zet. De plek en het ontwerp zijn er opvallend genoeg voor. Hopelijk ontstaan er zo meer ideeën voor de afgedankte mallen. Het materiaal is eenvoudigweg te mooi om het allemaal maar rücksichtlos in de verbrandingsoven te kieperen. “

 

 

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels