nieuws

“Vertrouwen op brandveiligheid Nederlandse gevels is nergens op gebaseerd”

woningbouw 3299

“Vertrouwen op brandveiligheid Nederlandse gevels is nergens op gebaseerd”

Bij DGMR zijn ze er helemaal niet gerust op dat het met de brandveiligheid van Nederlandse woongebouwen veel beter is gesteld dan in Engeland. “Dat roept iedereen wel na de Grenfell-ramp, maar zo solide is de Nederlandse regelgeving en bouwpraktijk helemaal niet.”

 Nauwlettend hield hij de rapportages in de gaten. Iedere vrijdagmiddag als de Engelse DCLG weer de resultaten van een nieuw brandonderzoek publiceerde, downloadde Peter van de Leur het document direct. De bevindingen van de Engelse onderzoekers stelden de brandveiligheids-expert van DGMR en voormalig hoogleraar aan de universiteit van Gent helemaal niet gerust.

“Voor woongebouwen boven 70 meter zijn de regels in Nederland weliswaar streng en zullen sowieso niet gauw Grenfell-achtige gevelsystemen zijn toegepast. Maar we hebben natuurlijk juist ook veel gebouwen van  10  tot 20 verdiepingen die de 70 meter grens niet halen en waarvoor soepeler regels gelden. Daar kunnen best wel eens dezelfde brandbare materialen of combinaties zijn toegepast. Het verbaast mij dat iedereen maar veronderstelt dat het hier wel zal loslopen. Branche-organisaties, toezichtambtenaren, gevelbouwers en veel andere partijen wachten allemaal de bevindingen in Engeland af en kijken wat men daar voor maatregelen neemt. Ik ben er eerlijk gezegd helemaal niet zo gerust op dat ze vervolgens daadwerkelijk in actie komen.”

Peter van de Leur, brandveiligheidsexpert bij DGMR

Wat er in Engeland volgens Van de Leur de komende tijd zal gaan veranderen is de gangbare praktijk van de zogeheten desktop studies. Dat is een veel gebruikte route om voor een gebouw hoger dan 18 meter aan te tonen dat een gevelsysteem dat niet alleen maar onbrandbare materialen bevat (route 1) aan de eisen voldoet.  Daarbij worden geen dure grootschalige brandproeven uitgevoerd (route 2). De desktopstudies zijn een goedkopere en snellere, en daardoor populaire derde route, die veel wordt bewandeld door bouwopdrachtgevers. Daarbij wordt verwezen naar grootschalige proeven op eerder gerealiseerde constructies, en naar kleinere tests op de afwijkende onderdelen (vaak de Europees geharmoniseerde SBI test). De veronderstelling is dat als de afwijkende onderdelen voldoende presteren, het geplande gevelsysteem ook aan de grote proef zal voldoen.

Maar de tests waar naar wordt verwezen leveren volgens van de Leur lang niet altijd de juiste informatie. Hij heeft rapporten gezien waarbij te gemakkelijk een positieve conclusie werd getrokken. Dan werd op basis van het resultaat van de SBI-proef, verondersteld dat een moeilijk brandbaar aluminiumcomposiet paneel (ACM) aan de buitenzijde van de gevel een brand wel zou weerstaan. “Maar zo’n zogeheten middenschaal  SBI test simuleert niet veel meer dan een prullenbakbrand.”, waarschuwt de brandveiligheidsexpert. “Dan worden panelen met een dunne aluminium buitenzijde aan een niet al te grote vlam blootgesteld. De kans is groot dat daarbij de brandbare kern van het paneel niet bloot komt te liggen. Dat geeft een heel andere reactie dan wanneer het de belasting voor de kiezen krijgt van een uitslaande vlam die ook de kopse kanten van een paneel beslaat. Dan smelt het aluminium snel weg en kan de kern mee gaan branden. Want uiteindelijk is zo’n halve millimeter aluminium aan de buitenkant van een ACM-paneel, nauwelijks meer dan een dikke folie. Desktopstudies die dat essentiële verschil niet onderkennen schieten hopeloos tekort. ”

Er is een nonchalance houding ontstaan bij de bureau’s

Goede grootschalige praktijk brandtests op gevelsystemen met ACM panelen zijn pas sinds deze zomer publiek bekend geworden. Van de Leur kan niet anders dan concluderen dat in de loop der jaren een soort nonchalance is ontstaan bij de bureaus die in Engeland de desktopstudies uitvoeren. Bij de autoriteiten en opdrachtgevers is dat kennelijk niet anders geweest. Zo kon bij de laatste renovatie van de Grenfell toren de bewuste ACM-gevel met PIR-isolatie tegen het betonnen binnenblad worden geplaatst, zonder dat er bij iemand een alarmbel ging rinkelen.

Plasje gesmolten aluminium onderaan testgevel

Want de grote praktijkproeven die de Britse overheid deze zomer liet uitvoeren laten zien dat zelfs de gevelpanelen die aanvankelijk bij Grenfell waren voorgeschreven, met een kern van brandvertragend polyethyleen, in combinatie met pir-isolatie niet aan de regels voldeden. Ondanks netjes aangebrachte voorzieningen als fire-stops, die de spouw in compartimenten opdeelt. Voorzieningen die in Nederland niet verplicht zijn en zelden worden toegepast. Na 23 minuten moest de brandtest voortijdig worden afgebroken.  Toen lagen de plasjes aluminium al onderaan de testgevel en was de pir-isolatie daaronder al aan de oppervlakte verkoold. Bij de gevel zoals die er uiteindelijk na een bezuinigingsronde werd toegepast, met ACM-panelen zonder de brandvertragende kern, was dat  al na een kleine zeven minuten het geval.

 

Firestops die de spouw compartimenteren worden in Engeland veel toegepast

In Europa zal komende tijd de regelgeving voor het brandgedrag van gevels en andere bouwdelen verder geharmoniseerd worden, voorspelt Van de Leur. Dat proces was al in gang gezet voor Grenfell en dat zal door de dramatische brand waarbij 80 doden vielen alleen maar versneld worden. Dat de Britten uit de EU stappen en dus niet meer meedoen aan de Europese normalisatie-debatten heeft volgens de DGMR-specialist geen invloed op dat proces. “Grenfell is zo’n dramatische ingrijpende gebeurtenis, de gevolgen daarvan blijven niet beperkt tot landsgrenzen.”

In Europa bestaan tot nu toe alleen geharmoniseerde brandtests voor vloerbedekkingen en wand- en plafondbekleding. Voor alle andere bouwdelen hanteren landen of diezelfde tests, of hun eigen systematiek. Dat zijn in totaal dertien verschillende methodes. Nederland kent geen test waarin gevels in praktijkopstelling, dus met kozijnen, ankers, isolatiemateriaal en andere details worden beproefd.

De test voor vloer-, wand en plafondbekleding betreft in feite alleen binnenbranden. Uitgangspunt daarbij is volgens Van de Leur dat wanneer een materiaal binnen voldoende brandveilig is, het aan de buitenkant ook voldoet. “Maar dat uitgangspunt is dus niet langer houdbaar.  Buiten kun je te maken hebben met veel sterkere vuurbronnen, zoals uitslaande vlammen uit het gebouw, of brandende containers.” Ook de brandtests voor gevelmaterialen en constructiematerialen zullen komende jaren verder worden geharmoniseerd.

Rookafvoer faalde waarschijnlijk ook 

Van de Leur verwacht overigens nog steeds dat in de reconstructie van de Grenfell-brand, ook het falen van andere onderdelen van het gebouw of de installatie aan het licht zal komen. Bijvoorbeeld van de rookafvoer. Bij de recente renovatie in 2015 en 2016 was een overdrukinstallatie aangebracht. Maar de trappenhuizen stonden volgens berichten van de brandweer, al binnen tien minuten vol rook. Dat kan volgens Van de Leur nooit alleen te wijten zijn geweest aan de brandbare gevelbekleding. Het zou hem niets verbazen als de overdrukinstallatie juist rook het trappenhuis in heeft gezogen in plaats van schone lucht. Zo was de enige vluchtroute die de bewoners hadden, al afgesneden voordat de brandweer arriveerde.

 

Op donderdag 28 september organiseert DGMR een congres Gevels en brandveiligheid: meer dan een buitenkant. Het vindt plaats in het Cinemec in Ede. Kijk hier voor het programma.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Reageer op dit artikel