nieuws

Energie is de motor, duurzaamheid het resultaat

woningbouw

Energie is de motor, duurzaamheid het resultaat

Aansluitend op het programma van het Energieakkoord moeten vanaf 2020 de nog veel ambitieuzere doelen van het Klimaatakkoord worden gerealiseerd. Om in 2050 een energieneutrale gebouwde omgeving te hebben, moet de komende decennia heel veel werk worden verzet. Naast circa 7 miljoen woningen strekt de opgave zich uit tot scholen (“Ook om het binnenklimaat een urgente opgave”), kantoren, zorgvastgoed, winkels en bedrijfspanden.

Energie, en dan vooral de energierekening, wordt de financiële motor. Maar het doel is duurzaamheid in de volle breedte, onderstreept Leen van Dijke. “Daarbij gaat het ook om wooncomfort en de aantrekkelijkheid van woningen, buurten en wijken op de langere termijn, inclusief bijvoorbeeld klimaatbestendigheid door duurzaam waterbeheer.”

Regelgeving

De stroomversnelling kan nu echt vaart krijgen

 Subsidie zal over het algemeen niet nodig zijn, voert hij aan als nog een argument om vol voor deze opgave te gaan. “Ik ben over het algemeen niet zo voor subsidie. Te vaak zie ik dat dergelijke instrumenten zijn gericht op wat we van eergisteren kenden, in plaats van op oplossingen die de toekomst hebben. Ik zou eerder focussen op het anders aanwenden van bestaande geldstromen. ”

Regelgeving kan wel helpen, overweegt hij, maar het belangrijkste instrument om de realisatie vaart te geven, is wat hem betreft de energieprestatievergoeding (epv). “Nu hiervoor de weg is geëffend, kan Stroomversnelling volgens hem snel vaart krijgen. Voor een standaard rijtjeswoning komt het erop neer dat de huurder of eigenaar de gemiddelde energierekening van alles bij elkaar opgeteld 170 euro per maand inruilt voor een energieprestatievergoeding. Tegen gelijkblijvende of zelfs lagere woonlasten krijgt woonconsument dan behalve een energieneutrale ook nog een veel betere woning.”

Deze succesformule is binnen Stroomversnelling eerst uitgewerkt voor rijtjeshuizen uit de periode 1945 -1990. De reden is dat deze woningen seriematig zijn gebouwd waardoor er ook relatief eenvoudig industriële renovatieconcepten voor zijn te bedenken. “Daarvan staan er zoveel, hiermee kunnen we de eerste jaren flinke slagen maken.”

Aanpak van de toekomst

Monument zal niet met industrieel concept te renoveren zijn

 In totaal vijf miljoen woningen zijn, schat hij, op termijn te renoveren volgens de nul-op-de-meterformule. Dat wil zeggen met een industriële aanpak en woonlastenneutraal door de energieprestatievergoeding. “Laten we met de makkelijkste woningen beginnen. De moeilijkere woningtypen komen dan later aan de beurt. Denk aan hoogbouw met meer dan vier à vijf woonlagen en zeker ook de allemoeilijkste categorieën zoals monumenten en oudere herenhuizen. De gegroeide kennis en ervaring zal daarbij van pas komen.”

Duidelijk is volgens hem wel dat een monument niet in zijn geheel met een industrieel concept te renoveren zal zijn. “Wel zullen er in de loop van de jaren steeds meer industrieel vervaardigde renovatie-elementen komen die ook goed zijn toe te passen in monumentale gebouwen. Een aantrekkelijk kenmerk hierbij van de industriële aanpak is bovendien dat je zonder noemenswaardige meerkosten allerlei variaties kunt maken.”

Efficiëntere stap

Net als bouwers zullen opdrachtgevers in zijn ogen de aanpak van de toekomst moeten omarmen. De praktijk waarbij corporaties en ook veel particulieren mikken op renovaties met hooguit een paar labelstappen, maakt wat hem betreft plaats voor één in alle opzichten veel efficiëntere ultieme stap. Een die gelijk voldoet voor minimaal de eerstkomende 40 jaar. Aan huurders en eigenaren zal het naar zijn verwachting niet liggen. “Als er maar aantrekkelijke proposities komen. De gerealiseerde voorbeelden blijken mensen ook sterk te overtuigen.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels