nieuws

De Arbiter: Vaststellen hoeveel stenen nu echt zijn gebruikt

woningbouw

De Arbiter: Vaststellen hoeveel stenen nu echt zijn gebruikt

Vonnissen van de Raad van Arbitrage zijn vaak interessant voor een breder publiek dan alleen de partijen die bij het geschil betrokken zijn. In deze rubriek wordt elke maand een zaak van de Raad besproken.

Soms lijkt iets simpel. Het vaststellen van een hoeveelheid verricht metsel- en steigerwerk bijvoorbeeld. Kwestie van vierkante meters berekenen voor zowel steiger- als metselwerk, en voor het metselwerk het aantal stenen per vierkante meter tellen, vermenigvuldigen en klaar is kees. Daar kun je toch nauwelijks over van mening verschillen? Dat dacht u maar.

Het gaat hier om twee woningbouwprojecten. De aannemer sluit met een onderaannemer – een metselbedrijf – overeenkomsten af voor het metselen van gevelstenen en het opbouwen en afbreken van steigerwerk. De aannemer levert stenen, specie en steigers. Voor het metselen spreken ze een eenheidsprijs per duizend stuks af. Monteren en demonteren van de steigers wordt verrekend per vierkante meter.

Als het metselen klaar is, blijken partijen het echter danig oneens over de hoeveelheid verricht werk. Zo oneens dat de Raad van Arbitrage eraan te pas moet komen. Het metselbedrijf vordert 175.000 euro aan onbetaalde facturen. Volgens de aannemer is op het eerste project veel te veel metsel- en steigerwerk in rekening gebracht.

Een groot deel daarvan heeft hij al betaald. Daarom vordert hij 580.000 euro terug. Vooruitlopend daarop is voor project één 85.000 euro aan facturen niet betaald, net als een verschuldigd bedrag van 90.000 euro voor project twee.

Onderste steen boven

De arbiters willen om te beginnen vaststellen hoeveel stenen er nu werkelijk vermetseld zijn. De aannemer telt er 1.485.000, het metselbedrijf komt tot 1.665.000: een verschil van maar liefst 180.000 stenen. Omdat de aannemer de meeste werkbonnen gewoon ondertekend heeft, moet hij maar eens bewijzen dat er minder stenen verwerkt zijn dan op de bonnen staat.

De aannemer zet daarop een nacalculatiebureau aan het werk. Meten is immers weten.

Maar dat pakt verkeerd uit. Niet alleen telt dat bureau al meteen ruim 1.535.500 stenen, maar het gaat daarbij ook nog eens ten onrechte uit van 72 stenen per vierkante meter. Bij het toegepaste wild verband moeten dat er 74 zijn. Verder wordt onder andere het niet zichtbare metselwerk (fundering en tussen goot en dak) vergeten. Al met al stellen de arbiters vast dat er zelfs meer metselwerk is verricht dan in rekening is gebracht.

Over naar het steigerwerk. Ook hier ligt de bewijslast bij de aannemer. Het metselbedrijf heeft ruim 75.000 vierkante meter in rekening gebracht. De aannemer vindt 42.000 vierkante meter meer dan voldoende. Het nacalculatiebureau komt zelfs niet verder dan 24.000 vierkante meter, maar slaat daarmee de plank opnieuw mis. En hoe.

Plank mis

De arbiters concluderen dat het bureau een verkeerde hoogte en breedte van de steigers aanhoudt, uitgaat van schuine steigers waar dat niet kan, enzovoort, enzovoort.

Ook uit gegevens van een onder-onderaannemer en nota bene uit foto’s van de aannemer zelf blijkt aannemelijk dat de in rekening gebrachte werkzaamheden zijn verricht.

De aannemer in deze zaak haalt op alle fronten bakzeil: hij moet zowel het metselbedrijf als de arbitragekosten betalen.

Ton Hesp

Meer over dit vonnis op raadvanarbitrage.info, onder nummer 33.049.

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels