nieuws

‘Objectieve toets geen overbodige luxe’

woningbouw

‘Objectieve toets geen overbodige luxe’

Woningcorporaties hebben door fraude, wanbestuur en falend toezicht flinke schade opgelopen. En dat terwijl integriteit al jaren hoog op de agenda staat. Bureau Registratie Integriteit Volkshuisvesting (Bureau Rein) heeft een integriteitsscreening ontwikkeld voor toezichthouders van corporaties. ‘‘Er bestaan wel handreikingen en richtlijnen, maar de objectieve toets ontbreekt’’, constateerden initiatiefnemer Ed Knoppert en consultant Jan van Leeuwen.

De Governancecode Woningcorporaties, in 2007 opgesteld en vorig jaar geactualiseerd, is in de sector de toonaangevende richtlijn voor goed maatschappelijk ondernemerschap, integer en transparant handelen door bestuur én goed toezicht hierop. ‘‘De code is in het l even geroepen om het ‘old boys network’ te doorbreken’’, verklaren Knoppert en van Leeuwen. ,,Als je het toezicht op corporaties wil verbeteren dan moet je op objectieve basis onafhankelijke toezichthouders aanstellen.’’

En daar wringt de schoen volgens de initiatiefnemers. Knoppert, afkomstig uit de wervings- en selectiebranche, vindt het wel begrijpelijk dat er vaak van het eigen netwerk gebruik wordt gemaakt. ‘‘Je hebt binnen de sector nu eenmaal een historie met elkaar. Maar het belemmert de verbetering van het toezicht. Het kritisch vermogen om een kandidaat-toezichthouder objectief te beoordelen neemt af naarmate er sympathie ontstaat.’’ Screening van kandidaat-toezichthouders, maar ook van zittende leden van Raden van Toezicht, geeft volgens Knoppert een handvat om die objectiviteit te behouden.

Bureau Rein screent toezichthouders aan de hand van een online ‘questionnaire’ en het natrekken van het curriculum vitae. Dat kan ‘alerts’ opleveren, bijvoorbeeld op het gebied van deelbelangen en onverenigbaarheid met nevenfuncties, die aan de opdrachtgever worden gerapporteerd. Daarnaast wordt toezichthouders verzocht een Moreel Ethische Verklaring te ondertekenen, waarin ze zich committeren aan geldende codes, wet- en regelgeving. De screening is ontwikkeld in samenwerking met accountants, juristen en een compliance officier en komt voort uit de ervaring die Knoppert heeft in de wervings- en selectiebranche. Maar het is vooral idealisme dat hem drijft. ‘‘We hebben een zorgplicht naar elkaar binnen de sector’’, vindt Knoppert. ‘‘Het zelfreinigend vermogen dat er zou moeten zijn, is e r onvoldoende.’’

Twee problemen

Van Leeuwen, die een achtergrond heeft in de corporatiesector zelf, ziet twee problemen. ‘‘Enerzijds ontbreekt het toezichthouders voor een deel aan kennis van wet- en regelgeving’’, constateert hij. ‘‘Anderzijds geeft het principe ‘pas toe of leg uit’ dat in de Governancecode gehanteerd wordt, mogelijkheden om van de regels af te wijken.’’ De vraag is in hoeverre screening soelaas biedt. ‘‘Integriteit, of gedrag, is eigenlijk niet te meten’’, erkent hij. ‘‘Maar toezichthouders worden via de questionnaire wel geconfronteerd met de wet- en regelgeving. Ze nemen er kennis van en committeren zich eraan.’’

In de vragenlijst van Bureau Rein is geen ruimte voor het principe ‘leg uit’, maar wordt uitgegaan van 100 procent ‘pas toe’. Lukt dat niet, dan levert de screening een ‘alert’ op. ‘‘Dat hoeft niet meteen consequenties te hebben’’, zegt Knoppert. ‘‘Het gaat vooral om bewustwording. Screening maakt integriteit en onafhankelijkheid bespreekbaar. Een mooi moment om screening in te zetten is, naast benoeming en herbenoeming, de zelfevaluatie waartoe Raden van Toezicht jaarlijks verplicht zijn.’’

Was fraude bij corporaties als Vestia, Laurentius, SGBB en Rochdale met integriteitsscreening te voorkomen geweest? ‘‘Ja, voor een deel’’, durft Knoppert wel te stellen. Van Leeuwen vult hem aan:

‘‘Fraude is niet uit te sluiten. Maar screening reduceert het risico op het aanstellen van een toezichthouder die niet onafhankelijk is. Zo kun je ontsporingen voorkomen.’’ Een objectieve toets is geen overbodige luxe, weet Knoppert uit ervaring. ‘‘Toezichthouders vinden het soms raar dat we naar hun diploma’s vragen en hun referenties controleren. Wij vinden het raar dat er niet eerder naar is gevraagd.’’

Gemeenschapsgeld

Met het invullen van de Moreel Ethische Verklaring, die is geïnspireerd op het model van de Autoriteit Financiële Markten en in een register wordt vastgelegd, gaan toezichthouders via Bureau Rein publiek een commitment aan. ‘‘Mijn ideaal is dat mensen elkaar erop aan durven spreken’’, zegt Knoppert. ‘‘Van alle partijen. Ook projectontwikkelaars, accountants en wervings- en selectiebureau’s. Uiteindelijk moet je ervan doordrongen zijn dat als je bij of voor een corporatie werkt, je bezig bent met gemeenschapsgeld.’’

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels