nieuws

‘Bouwsector, tel je zegeningen’

woningbouw

Minister Donner (wonen) betwijfelt of de gouden tijden voor de woningbouw ooit nog zullen herleven. “Bouwers moeten rekening houden met een ander verdienmodel.” De markt moet zelf opkrabbelen.

Dalende huizenprijzen, weinig verhuisbewegingen, veel scheefwoners en teleurstellende woningverkopen. De woningmarkt staat er slecht voor, zou je zeggen. Piet Hein Donner (1948), sinds vorig jaar als minister van Binnenlandse Zaken belast met het onderwerp wonen, wil zo ver echter niet gaan. De bouw is een laatcyclische sector, dat is alles. “Ik heb als minister van Sociale Zaken meegemaakt dat in een groot aantal sectoren de wereld stilstond in 2008 en in 2009 weer iets beter werd. Toen zei iedereen: In de bouwwereld loopt alles gewoon door. Daar zijn de effecten geleidelijk aan rond 2010 doorgedrongen.”

Donner ontkent niet dat bouwers het wel degelijk zwaar hebben. “We zitten in een vrij omvangrijke economische crisis, tegenwind moet ik eigenlijk zeggen. De oorsprong daarvan bevindt zich in het kredietwezen. Dat heeft onmiskenbaar gevolgen voor de woning- en bouwmarkt, omdat bouwen bij uitstek iets is wat je op krediet doet.”

De bouwwereld moet ook zijn zegeningen tellen, relativeert de bewindsman. “Als je kijkt naar de woningmarkt in andere Europese landen zoals Spanje, maar ook de Verenigde Staten, dan valt het hier wezenlijk mee.” Bang dat de woningmarkt de komende tijd steeds meer gaat lijken op die in de landen om ons heen is Donner niet. “Ik heb er in ieder geval geen aanwijzingen voor.”

Opdrachtgeverschap

De bouw heeft lang geprofiteerd van de almaar stijgende huizenprijzen en de grote vraag naar woningen, signaleert de minister. “Of die tijden zullen herleven? Ik heb er een hard hoofd in.” Daarom moet de bouwwereld volgens Donner rekening houden met een ander verdienmodel. “Een meer vraaggerichte aanpak. Daarom vind ik initiatieven als particulier opdrachtgeverschap bovenmatig interessant.”

Donner formuleerde het plan van aanpak voor de woningmarkt deze zomer in zijn Woonvisie. Overigens niet geheel uit vrije wil, de Eerste Kamer dwong de minister eind vorig jaar eens uiteen te zetten hoe het kabinet de woningmarkt voor zich ziet.

“Een terechte vraag”, concludeert de minister achteraf. “Het is niet vreemd dat men wil weten in welke visie de maatregelen van het kabinet passen. Ik heb het in het geheel niet beluisterd als: u heeft geen visie. Dat ik persoonlijk geen woonvisie had kwam doordat ik van Sociale Zaken afkomstig was. Ik denk dat in het regeerakkoord juist een hele duidelijke visie staat aangegeven.”

In de Woonvisie somde Donner de woonagenda van het kabinet nog eens op. Met de verlaging van de overdrachtsbelasting als blikvanger. Wat deze maatregel, die de overheid niet minder dan 1,6 miljard euro kost, uiteindelijk oplevert zal de toekomst moeten leren. Donner wordt daar echter niet onrustig van. “Ik geloof niet zo in de maakbaarheid. Er zijn natuurlijk berekeningen van het Centraal Planbureau waaruit blijkt dat een verlaging van de overdrachtsbelasting per procent een stijging van acht procent van de vraag oplevert. Die berekeningen zijn wellicht minder van toepassing op de huidige economische situatie, maar dat neemt niet weg dat het wel degelijk een effect heeft.” Harde doelen wil de minister niet stellen. “Als het de woningmarkt als geheel stimuleert, ben ik tevreden.”

Of ook andere alternatieven om de woningmarkt te stimuleren zijn overwogen, houdt hij in het midden. “Er is gekozen.”

“Hands off”. Zo omschrijft de bewindsman zijn aanpak van de kwakkelende woningmarkt. “Meer marktwerking, dat is de inzet. We nemen belemmeringen op verhuizen weg en brengen de kernactiviteiten van de corporatiesector terug tot het huisvesten van de doelgroep. Tegelijk scheppen we ruimte voor partijen, ook voor corporaties om de middengroepen in de huursector te bedienen.” Verder is het bezweren van de crisis een zaak van de woningmarkt zelf. “Het is niet aan de overheid om daar een oplossing voor te zoeken. Zij kan niet alles coördineren wat een markt kan.”

Of dit besef misschien niet een beetje laat komt? “Crisis is een uitstekend drukmiddel om de veranderingen die nodig zijn door te voeren.”

Bouwbesluit moet simpeler

Het Bouwbesluit moet simpeler, meer als een richtlijn, vinden sommigen. Prima, zegt Donner, maar nu nog niet. Hij is echter wel voorzichtig aan het nadenken over veranderingen. “Het Bouwbesluit 2012 is onderdeel van een traject om te komen tot een ander soort regelgeving. Onder anderen naar aanleiding van voorstellen van de commissie Dekker. Het is een traject van consolideren, vereenvoudigen, terugbrengen van de regels.”

Reageer op dit artikel
Lees voordat u gaat reageren de spelregels