nieuws

Over geitenwol en duurzaamheid

woningbouw

Over geitenwol en duurzaamheid

‘Duurzaamheid’ en ‘hernieuwbare energiebronnen’ zijn tegenwoordig modetermen, maar dertig jaar geleden werd je er om uitgelachen. De pioniers van De Kleine Aarde trokken zich er niets van aan en bedachten onder meer de milieuvriendelijke piramidewoning. Toen al.

Houtskeletbouw in piramidevorm, met de grote ramen op het zuiden om de stookkosten laag te houden. Dat was het basisidee van de piramidewoning van architecten Gerard Schouten en Gerrit de Jonge. Zij bouwden in 1983 hun eerste piramidewoning op het terrein van de ecologische leefgemeenschap De Kleine Aarde in Boxtel.

Het concept was zo simpel dat een handige doe-het-zelver het in elkaar kon zetten. Het piramidehuis had zonnepanelen, een windmolen en een toilet dat doorspoelde met het water waarmee de gebruiker zijn handen had gewassen. Voor de afwerking was er natuurvriendelijke verf, Ekogras dakbedekking en isolatiemateriaal van oud papier. Andere ideeën die De Kleine Aarde lanceerde in het eigen bezoekerscentrum waren een warmtemuur – een bakstenen wand met daarin verwarmingsbuizen – en robinia als alternatief voor tropisch hardhout.

In de piramidewoning gebruikte De Kleine Aarde technieken die ze eerder toepasten in Nederlands eerste milieuvriendelijke, ‘zelfvoorzienende’ woning. Deze bolwoning (1974) had onder meer een zonnecollector, een windmolen en een biogasinstallatie die op poep draaide.

Cradle-to-cradle, zouden we tegenwoordig zeggen. De naam ‘geitenwollensokkenclub’ die het grote publiek eraan gaf, klonk minder positief. Toch was De Kleine Aarde, in 1972 opgericht naar aanleiding van de sombere toekomstvoorspellingen van de Club van Rome, veel meer dan een clubje hasj rokende hippies. De alternatievelingen zochten serieus naar duurzame, kleinschalige oplossingen om het milieu te ontzien.

En ze kregen wel degelijk navolging. Een enthousiaste Schiedamse wethouder besloot de piramidewoning in 1983 over te nemen. Dat lukte met de nodige hobbels: pas acht jaar later gingen de houten palen van de zestien ecologische woningen daadwerkelijk de grond in. De uitvoering gebeurde deels als zelfbouwproject: om de kosten te drukken, maar ook om de uitvoering kleinschalig te houden. Zelfbouwers lieten alleen een wind- en waterdicht casco bouwen door een aannemer. Ondertussen plaatsten toekomstige bewoners zelf doorvoeren voor leidingen in de bekisting, rioleringen en verdiepingsvloeren.

De eerste piramidewoning op het terrein van De Kleine Aarde overleefde de boktor, maar staat inmiddels in Doetinchem. Boxtel bouwde rondom het terrein een ecowijk. Maar De Kleine Aarde zelf is ter ziele. Na 38 jaar inzet voor duurzaamheid viel op 1 januari 2011 het doek, door het wegvallen van subsidies. De boodschap die de organisatie uitdroeg was niet langer uniek. De maatschappij en de markt hadden hem overgenomen.

Reageer op dit artikel

Gerelateerde tags

Lees voordat u gaat reageren de spelregels